SERVICE-WONING; Weet de kok wel dat het aspergetijd is?

Alle zinnen van de heer Holla beginnen met: “Toen ik voorzitter was van...” Dan volgt een episode uit zijn leven. Notaris F.J. Holla (87) is voorzitter geweest van een bejaardenhuis, van een woningstichting, van de Broederschap van (kandidaat-) notarissen, van een scholenraad en van nog veel meer. Nu is dat allemaal voorbij en heeft hij het voorzitterschap van de bewonerscommissie als laaste -schap.

Holla (op de linkerfoto) woont met zijn vrouw (85) en elf andere ouderen op De Rennenenk in Arnhem: een achttiende-eeuwse villa op het landgoed van de vroegere Baron van Pallandt, waar ooit de oude adel uit Nederland zich terugtrok (tot 1966). Nu zijn er negen service-appartementen gemaakt voor "beter gesitueerden', voor rechters, dokters, notarissen en andere vermogenden.

Een grote marmeren vestibule leidt naar een statig trappenhuis met een kroonluchter en een paar stoelen. Vroeger stond het vol met overtollig antiek van de bewoners, maar dat mag nu niet meer. Als iemand overlijdt en de erven nemen bijvoorbeeld de staartklok mee, dan geeft dat zo'n lelijke kale plek op de muur.

Iedere morgen komt er een gastvrouw. “Ik ben postbode, maatschappelijk werkster, verpleegster, gezelschapsdame en ik breng het eten rond. Vroeger had je de neiging om te buigen voor al die mensen, maar de baas zei altijd: Denk erom, we leven niet in de Middeleeuwen.” De rest van de dag en nacht zijn de bewoners aangesloten op een 06-nummer voor verpleeghulp.

Meneer en mevrouw Holla wonen op de eerste verdieping. “Ik wilde liever beneden wonen in de verbouwde balzaal met een terras maar mijn vrouw is bang voor inbrekers.” Hun appartement heeft twee kamers van tien bij twaalf meter, met keuken en badkamer en een hal. Zij hebben veel van de spulletje uit hun bungalow kunnen meenemen, inclusief de vleugel en een enkele antieke kast. Het echtpaar betaalt 1.600 gulden huur per maand, een bedrag dat wordt verdubbeld door de servicekosten. “Als voorzitter van de bewonerscommissie mopper ik nu een beetje over het eten”, vertelt Holla.

Om de tijd te doden gaat hij vaak een eindje rijden, met de auto naar de Hoge Veluwe. “Eigenlijk vind ik dat ik al dood had moeten zijn. Mijn voeten doen niet goed meer mee en ik wil niet verder aftakelen. Ik heb met mijn vrouw afgesproken dat ik eerst ga. Ik ben naarstig op zoek naar dat pilletje van Drion, maar niemand wil het mij geven. Weet u niet een manier?” Holla lacht er een beetje om en zegt dat hij het echt niet “erg vindt” dat hij nog leeft, maar hij zou wel graag over zijn eigen leven beslissen. “Ik kan hier natuurlijk ook in de slotgracht springen, maar ja hoe gaat dat?”

Hij wil niet in een bejaarden- of verpleeghuis terechtkomen, want hij is een grote woning gewend en hij kan niet goed converseren met de mensen die daar wonen - ook al heeft hij niets tegen op “een lagere klasse”. Het allerliefst zou hij weer notaris worden, want de notarissen zijn zijn vrienden. Hij tuurt naar buiten en vraagt bij het afscheid of de kok eigenlijk wel weet dat het aspergetijd is.