Meer bestuurder dan politicus

Ook de opvolger van de beschadigd afgevoerde staatssecreatris van onderwijs R.J. In 't Veld begint niet onbeschadigd aan zijn ambt. Tijdens een uitstapje naar de Ardennen, drie weken geleden, gleed prof.mr. M. J. (Job) Cohen uit op het natte gras en brak zijn enkel. Tot eind juli kan hij zich niet zonder krukken of rolstoel voortbewegen.

Voor de rest kan de nieuwe staatssecretaris zich beroemen op een volstrekt zuiver blazoen. “Wij hebben 1981 1500 gulden gekregen voor een rapport over een juridische studierichting in Maastricht, maar daar hebben we netjes boeken van gekocht”, lacht prof. Hans Crombag, vroeger hoogleraar in Leiden en nu in Maastricht, die Cohen in 1971 aan zijn eerste baan hielp als onderwijskundig medewerker bij het Bureau Onderzoek van Onderwijs van de Leidse universiteit. Dat rapport bleef niet zonder gevolgen: de Limburgse universiteit kreeg op basis daarvan zijn juridische faculteit en benoemde Cohen, toen 34 jaar oud tot de kwartiermaker, samen met politicoloog dr. K. Dittrich. Die tandem is altijd blijven bestaan. Nu maken beiden deel uit van het College van Bestuur, Dittrich als gekozen lid en Cohen als rector magnificus. Terwijl Cohen vorige week woensdag al door Ritzen gevraagd was staatssecretaris te worden, stemde de universiteitsraad daags daarna zonder een spoor van bedenking in met een nieuwe termijn van drie jaar als rector. Cohen heeft Ritzen de garantie gevraagd om samen met het universiteitsbestuur te bewerkstelligen dat hij over negen maanden zijn functie als rector magnificus kan hervatten.

Job Cohen werd in 1947 in Haarlem geboren als zoon van de historicus dr. A.E. Cohen, die toen verbonden was aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en die later hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis werd aan de Leidse universiteit. In de roerige jaren van 1970 tot 1974 was Cohen sr. rector magnificus in Leiden. Tijdens de oorlog is de joodse familie Cohen zwaar getroffen, maar Cohen sr. wist aan vervolging te ontsnappen door onder te duiken.

De nieuwe staatsecretaris is niet direct een bekende in de politiek, hij geldt meer als "een bekende van bekenden'. Vooral zijn vriendschap met de voorganger van zijn korttsondige voorganger, Jacques Wallage, springt eruit. De banden dateren uit de tijd dat zij samen in Groningen studeerden en daar aan het eind van jaren zestig actief waren in de studentenbeweging. Cohen, die als eerstejaars student lid was geworden van de Partij van de Arbeid, werd nog vóór de invoering van de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming student-lid van het bestuur van de juridische faculteit. Daarna hebben de universitaire bestuursfuncties hem nooit meer losgelaten, terwijl zijn rol in de partij beperkt is gebleven tot lidmaatschappen van veelal plaatselijke commissies en die van gewestelijk afgevaardigde. In 1990 kreeg hij binnen de partij meer bekendheid door zijn voorzitterschap van de commissie die in opdracht van de Wiardi Beckmanstichting een rapport schreef de toekomst van het hoger onderwijs. “Hij is veel meer een bestuurder dan een politicus,” vindt zijn gezel in bestuurszaken Dittrich. “Hij is geen impulsief mens, maar heel evenwichtig, iemand die goed naar iedereen luistert, verbindingen legt en een draagvlak creëert voor beslissingen waar iedereen achter staat.” Andere collega's bevestigen dat beeld zonder aarzelen, zoals prof. A. Geers, die zelf wel in de plaatselijke politiek actief is: “Vechten is zijn stijl helemaal niet, hij heeft de faculteit en later de universiteit altijd heel ontspannen bestuurd. Ik heb hem nooit boos gezien, behalve misschien een gespeelde boosheid als dat nodig was. Uit de politiek ken ik hem als een zeer oprecht PvdA-lid, maar een die meer met het hoofd dan met zijn buik bij de partij betrokken is.”

Behalve door toedoen van Wallage moet Cohen ook bij Ritzen zijn opgevallen door zijn grote aandacht voor verbetering van het onderwijs aan de universiteiten en de positie van de studenten. De laatste tijd toonde de minister opvallend veel waardering voor de manier de manier waarop het onderwijs in Maastricht is georganiseerd en had daar bij diverse gelegenheden gesprekken over met Cohen. De professor in het onderwijsrecht promoveerde in 1980 op een proefschrift over de contractuele verhouding tussen studenten en hun onderwijsinstelling, die hij vergeleek met de bestuursrechtelijke verhouding tussen burger en overheid. Vanuit die redenering ontwikkelde hij een variant op de beginselen van behoorlijk bestuur. Binnen de Limburgse universiteit heeft Cohen een belangrijke rol gespeeld in het behoud van het 'probleemgestuurd' onderwijs, dat een belangrijke rol toekent aan de zelfwerkzaamheid van de studenten. Op momenten dat andere docenten wezen op de al te idealistische uitgangspunten van het systeem, zorgde hij ervoor dat er alsnog overeenstemming kwam over praktische aanpassingen van het systeem, waarna de vrede werd getekend.