Justitie: richtlijn over discriminatie is wel juist

DEN HAAG, 29 JUNI. Er is geen sprake van dat "discriminatie wegens geslacht' is vergeten in de Richtlijn discriminatiezaken, die donderdag uitgaat naar de procureurs-generaal van justitie. Een woordvoerder van justitie heeft dit meegedeeld in reactie op de bezorgde uitlatingen gisteren van Tweede-Kamerlid L. Groenman (D66).

Groenman las gisteren in de richtlijn: “In de artikelen 137c tot en met g en artikel 429 quater van het Wetboek van Strafrecht zijn de meest zuivere vormen van discriminatie strafbaar gesteld, namelijk het in het openbaar beledigen, aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en het bij uitoefening van ambt, beroep of bedrijf discrimineren van personen wegens ras, godsdienst, levensovertuiging of seksuele geaardheid.” Geen spoor van het "geslacht', op grond waarvan volgens de wet ook niet mag woren gediscrimineerd.

Vergeetachtigheid van de betrokken ambtenaren, dacht Groenman. Ze attendeerde de vaste Kamercommissie voor justitie. Voorzitter W. Swildens heeft de commissie voor morgen bijeengeroepen. “Dan sturen wij een briefje aan de minister en dan is het toch zó veranderd in de computer.”

Maar er valt niets te veranderen volgens de woordvoerder van justitie. De richtlijn verwijst naar wetsartikelen waarin discriminatie naar geslacht wel wordt genoemd, aldus de woordvoerder. “Die kennen de officieren van justitie en de politie wel.” Groenman neemt geen genoegen met de uitleg van het ministerie. “Als de minister de tekst niet aanvult, laat ik hem naar de Kamer komen.”