Hoogleraar Cohen als staatssecretaris naar Onderwijs

DEN HAAG, 29 JUNI. Prof.dr.mr. M.J. Cohen, de huidige rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg, wordt de nieuwe PvdA-staatssecretaris van onderwijs. Hij wordt vrijdag beëdigd.

Cohen is de opvolger van R.J. in 't Veld, die op 17 juni aftrad na een staatssecretariaat van acht dagen. Hij was in opspraak geraakt door zijn commerciële activiteiten als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Cohen is vooral bekend als universitair bestuurder. Hij heeft niet eerder politieke functies bekleed. In 1990 verscheen het PvdA-rapport "Hoger onderwijs in de jaren negentig', dat onder zijn leiding tot stand kwam. In de Tweede Kamer is afwachtend maar welwillend op zijn benoeming gereageerd.

In 't Veld volgde begin juni staatssecretaris Wallage op, die overstapte naar Sociale Zaken. Om een nieuwe mislukking te voorkomen is, zo zei minister Ritzen (onderwijs) gisteren, bij de opvolging van In 't Veld gekozen voor “de meest zorgvuldige procedure die er deze eeuw is gevolgd”. Cohen werd midden vorige week aangezocht en had gisteravond een afsluitend gesprek met premier Lubbers, vice-premier Kok en Ritzen.

De nieuwe staatssecretaris zal uitsluitend worden belast met het beleid inzake het hoger onderwijs. Volwassenen-educatie en middelbaar beroepsonderwijs, die wel tot de portefeuille van In 't Veld behoorden, gaan terug naar minister Ritzen. Ritzen behoudt ook de verantwoordelijkheid voor de studiefinanciering. Tot het vertrek van Wallage hield Ritzen zich bezig met hoger onderwijs, volwassenen-educatie en beroepsonderwijs. Toen Wallage vertrok nam hij diens portefeuille over: basis- en voortgezet onderwijs.

Tweede-Kamerlid T. Netelenbos (PvdA) noemt Cohen “een onbeschreven blad met goede communicatieve eigenschappen”. Hij is volgens haar in staat “de ingewikkelde wereld van het hoger onderwijs op één lijn te krijgen”. Voor CDA-woordvoerder A. Lansink is Cohen een onbekende maar, zo zegt hij, “hij zal ongetwijfeld een bekwame man zijn, want rector magnificus word je niet zomaar”. Lansink ziet als een positief punt dat opnieuw een hoogleraar bereid is gevonden, “omdat je in de reactie van hoogleraren op het aftreden van In 't Veld de indruk kreeg dat zoiets niet meer eenvoudig zou zijn”.

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) toonde zich vanmorgen “aangenaam verrast”.

Pag 3: Universiteiten positief over benoeming

“Wij kennen Cohen als iemand die goed kan luisteren en als een voorstander van besturen op afstand”, zo zei vanmorgen een woordvoerder van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten. “Hij weet dat het nodig is de universiteiten ruimte te geven om een eigen profiel te ontwikkelen.”

De HBO-Raad, waarin de hogescholen zijn verenigd, reageerde afwachtender op de benoeming van de nieuwe staatssecretaris van onderwijs. “Wij kennen hem niet”, aldus een woordvoerder van de raad.

Het belangrijkste onderwerp waar Cohen direct mee te maken krijgt, is de regulering van de bijverdiensten van hoogleraren. In 1990 keerde Cohen zich in zijn PvdA-rapport "Hoger onderwijs in de jaren negentig' tegen de ideeën van ondermeer Ritzen om de universiteiten meer gelegenheid te geven te opereren in de marktsector. “Universiteiten die te zeer afhankelijk worden van maatschappelijke organisaties, lopen het gevaar zich in hun hoofdtaken onderwijs en onderzoek te veel te (moeten) laten leiden door datgene waarin die organisaties genteresseerd zijn, en te weinig door de stand van de wetenschap en datgene wat mensen uiteindelijk drijft om wetenschappelijk werk te willen doen: nieuwsgierigheid, de drang om te willen weten en te willen begrijpen”, zo schreef Cohen toen.