GAO: Pentagon vroeg om overbodige wapens

WASHINGTON, 29 JUNI. Het Amerikaanse ministerie van defensie heeft het Congres jarenlang misleidende informatie gegeven om geld te krijgen voor de ontwikkeling van wapens die niet nodig waren. Dat concludeert het General Accounting Office (GAO), een van de Amerikaanse instituten van het Congres die het regeringsbeleid toetsen, in een serie van acht geheime rapporten over defensieuitgaven in de jaren tachtig, waarvan gisteren een samenvatting openbaar is gemaakt.

Het GAO levert scherpe kritiek op de uitgave van 350 miljard dollar in tien jaar voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie strategische wapens: twee typen bommenwerpers (de B-1B, en de B-2 "Stealth'); kruisraketten en de mobiele intercontinentale MX-raket. De militaire noodzaak daartoe ontbrak grotendeels, meent het GAO, omdat de Verenigde Staten de Sovjet-luchtverdediging sterker achtten dan deze in werkelijkheid was. De B-2 werd ontwikkeld “om een verdediging te doorbreken die er niet was”, aldus de samenvatting.

Ten tweede zouden de meeste van de door het Congres op advies van het Pentagon bestelde wapens een "kat-in-de-zak' zijn: de B-1B is een technisch zorgenkind en staat daarom vrijwel voortdurend aan de grond. Het GAO zegt door het Pentagon ook systematisch verkeerd te zijn ingelicht over de mate waarin de B-1B onzichtbaar is voor radar. Het Pentagon ontkende deze week de feiten verzwegen te hebben. Volgens de Amerikaanse luchtmacht heeft het GAO de juiste gegevens sinds juli 1989 in zijn bezit.

Ook de nog steeds experimentele B-2 - kosten: 865 miljoen dollar per stuk - blijkt minder onzichtbaar voor radar dan de bedoeling was, althans wanneer het vliegtuig de radar niet frontaal benadert.

Senator John Glenn, een van de opdrachtgevers van de drie jaar geleden begonnen studie, zei gisteren: “Ik ben belogen en dat neem ik niet; ik wil dat de verantwoordelijken gestraft worden.” Glenn heeft minister van defensie Les Aspin om een onderzoek gevraagd. Casper Weinberger, minister van defensie van 1981 tot 1987 onder president Reagan, noemde het rapport “revisionistisch”. Tegen The New York Times zei hij: “In die tijd gingen we uit van het meest pessimistische scenario. Dat moest ook wel, want je kunt je geen vergissingen permitteren. Het gaat erom dat we de Koude Oorlog ten slotte gewonnen hebben, en laat het dan maar gebeurd zijn met een te grote inspanning.”