GAK

In NRC Handelsblad van 21 juni kritiseert E.J. Bomhoff het instituut bedrijfverenigingen.

Hij bepleit een keuzevrijheid voor bedrijven om hun eigen bedrijfsvereniging uit te kiezen en het recht om nieuwe bedrijfsverenigingen op te richten. Echter voor 1953 bestond die vrijheid waarom Bomhoff nu vraagt. Toen waren er circa 57 bedrijfsverenigingen, zoals zeven op het gebied van de land- en tuinbouw; daar was ook een katholieke en een protestantse bedrijfsvereniging. Om aan die inefficiënte hoeveelheid een eind te maken koos de wetgever voor 26 bedrijfsverenigingen met verplicht lidmaatschap, zodat een hele bedrijfstak in de sociale verzekering gebundeld zou zijn.

Zesentwintig landelijk werkende administraties leek de wetgever niet wenselijk. Daarom is bij de wet (!) het "wangedrocht' het GAK ingesteld. Dat borduurde voort op de succesvolle formule van Centraal Beheer, dat allerlei verwante administraties in één kantoor bundelde.

Het is juist dat de wetgever met deze keuze het concurrentie-element uit het systeem heeft gehaald. Maar de vraag blijft of het concurrentie-element een rol behoort te spelen in de sociale verzekering. Het is onjuist dat, zoals Bomhoff schrijft, alleen de Detam het zogenoemde eigen-risicodragen zou toelaten. Vrijwel alle bedrijfsverenigingen kennen dat systeem. De metaalindustrie bestaat voor het grootste deel uit afdelingskassen en eigen-risicodragers.

Men kan zich wel afvragen of het instituut bedrijfsvereniging niet door de tijd en de ontwikkelingen aan een eind is gekomen. Het blijft een onneembare hindernis om de sociale verzekering regionaal te organiseren, zoals bij de arbeidsbemiddeling. Als de wetgever kiest voor een systeem van uniforme basisuitkeringen zonder poespas, wordt een gelijke regionale organisatie mogelijk. De mensen kunnen, als ze dat willen, zichzelf bijverzekeren conform de nieuwe WAO. Bedrijfsverenigingen zouden dan overbodig worden. Zo'n systeem behoeft niet te betekenen dat de sociale partners aan de kant worden gezet; men zou hen een regionale taak kunnen geven.

    • J.M.G. Kuin