Effectenbeurs overweegt onderzoek Begemann

ROTTERDAM, 29 JUNI. De Amsterdamse effectenbeurs ""bekijkt met bijzondere aandacht en heel serieus'' de handel in aandelen van het beursfonds Begemann (metaal) door directeur en grootaandeelhouder J.A.J. van den Nieuwenhuyzen. Dat heeft een beurswoordvoerder vanmorgen bevestigd.

Van den Nieuwenhuyzen heeft boos gereageerd. Volgens Van den Nieuwenhuyzen is er geen reden voor onderzoek, omdat de beurs al een jaar geleden op de hoogte is gesteld van zijn privé-handel in aandelen Begemann met het doel de versnellingsbakfabriek Volvo Car Sint Truiden te kopen.

Het controlebureau van de beurs bekijkt de transacties en op grond van die bevindingen wordt al dan niet tot een onderzoek besloten. De beurs wil de vraag beantwoorden of Van den Nieuwenhuyzen gehandeld heeft in eigen aandelen op een manier die in strijd is met de modelcode van de beurs. Door aankoop van de stukken remde hij de val van de koers van het aandeel-Begemann op de beurs. Op de aandeelhoudersvergadering van Begemann vorige week verklaarde Van den Nieuwenhuyzen, dat hij in 1992 ruim 660.000 aandelen Begemann - 15 procent van het totaal - op de beurs heeft gekocht. Voor de aankoop sloot hij een lening bij het bedrijf zelf. Vorig jaar had Van den Nieuwenhuyzen een schuld van bijna 130 miljoen gulden bij Begemann. De voorzitter van de raad van commissarissen heeft verklaard dat Van den Nieuwenhuyzen de lening heeft afgelost en geen persoonlijk voordeel bij de handel heeft gehad.

Het pakket van 15 procent van Begemann ruilde Van den Nieuwenhuyzen voor een 45 procentsbelang in Volvo Car Sint Truiden met vier Belgische participatiemaatschappijen. Vervolgens verkocht Van den Nieuwenhuyzen het belang van 45 procent aan Begemann, die al 55 procent van de fabriek bezat en loste zijn schuld bij Begemann af. Volgens de commissarissen is ""de vierhoekstransactie'' in gang gezet om te voorkomen dat Begemann zelf 15 procent aandelen moest inkopen. Dit is wettelijk verboden.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) onderzoekt sinds enkele weken de transacties ook. De stichting vraagt zich af of Van den Nieuwenhuyzen niet had moeten melden dat hij 15 procent van de aandelen Begemann had verworven.

In februari 1992 meldde Van den Nieuwenhuyzen een belang van 49,35 procent in Begemann. Zodra hij meer dan 50 procent van Begemann bezat had hij dat moeten melden bij de STE. “Daar is geen sprake van geweest, zo hebben wij de STE laten weten”, aldus de Begemann-woordvoerder. Hij zegt niet te weten op welk moment Van den NIeuwenhuyzen het 15-procentspakket heeft aangekocht.

STE-directeur Canneman: “Het beantwoorden van deze vraag kan nog wel enkele weken duren. De vraag aan Begemann is misschien simpel, maar aan het antwoord kunnen allerlei juridische zaken vastzitten”.

In het volgens ingewijden waarschijnlijke geval dat er een onderzoek komt, ligt het volgens de beurs voor de hand dat dit betrekking heeft op de zogeheten modelcode van de beurs. In die code gelden beperkingen voor de handel in aandelen van het eigen fonds.