Een gebroken bandje

Jennifer Capriati, wat is dat voor een meisje? Zeventien en al door alle wateren gewassen? Ze werd na haar match op Wimbledon tegen Brenda Schultz tot winnares uitgeroepen en de score legaliseerde dat feit, maar als men terugkijkt op wat er rond die uitwisseling van slagen gebeurde, dan blijft er niet zoveel grandeur voor Jennifer over. Nauwelijks had Brenda een paar aces geslagen of Capriati zocht haar heil in het toilet. Had zij vergeten tijdig een sanitaire stop te maken voordat zij de baan op moest of verwekten die daverende kanonskogels van de Heemsteedse opponente een acute blaasaandoening?

Ik ben boosaardig genoeg om te veronderstellen dat zij doodgewoon een time-out organiseerde omdat zij wist dat Brenda van het onstuimige type is, dat altijd snel door wil gaan, vooral als het lekker loopt. Schultz is een aardig, soms briljant, soms slordig spelend meisje, dat vooral op haar intutie afgaat. Zij lijkt weggelopen uit een boek van Sissi van Marxveld, een Joop ter Heul van de jaren negentig. Geen gepieker, leuk spelen, leuk leven, zo min mogelijk op trainers en andere raadgevers leunen. Zei Betty Stöve niet van haar, dat zij niet te coachen was?

Deze vrolijke tennismeid, die soms grinniken kan om haar eigen wilde klappen, stond tegen de voorgeprogrammeerde pupil uit de Harry Hopman-school. Voorgeprogrammeerd klinkt onaardig. Wat ik bedoel is dat zo'n zeer vroeg begonnen carrière dermate totaal op succes is gericht, dat er voor sportiviteit weinig ruimte overblijft. De baan verlaten voor een aandrang, die ongeloofwaardig overkomt en zeven minuten blessurebehandeling pakken, terwijl er slechts drie voor staat, dat vraagt om kritiek. Niet alleen op Capriati, maar ook op de umpire.

Blessurebehandeling is slechts toegestaan indien de blessure nieuw is, maar wie had kunnen bewijzen dat ze oud was? De toernooi-arts wellicht. Maar die zal niet gauw ingaan tegen de belangen van de groten in het tennis. Capriati staat in de top-tien en de leden van dit selecte gezelschap plegen beschermd te worden. Blijft over dat het toch te gek is dat men de blessuretijd heeft laten oplopen tot zeven minuten. Op dat punt zou een ingrijpen van de umpire gewenst zijn geweest, maar de man zweeg. Al die tijd stond Brenda te vechten om haar concentratie te behouden. Die is evenwel zo breekbaar als het dunste riet. En zolang dat niet verandert zal zij nooit een Grand Slam-toernooi winnen. Wat niet wegneemt, dat zij zich enigszins bestolen mocht voelen.

Ik heb enkele tennisboeken zitten uitvlooien om een dergelijk incident als de blaren van Jennifer Capriati tegen te komen. Wat ik vond was een scène op Roland Garros in 1956, toen Althea Gibson in een halve finale tegen de Britse Angela Buxton een bandje van haar bustehouder brak. Eerst probeerden de dames het euvel op het centercourt te verhelpen, maar onder de priemende blikken van de duizenden omstanders lukte dat niet. Vervolgens verdween Gibson naar de kleedkamer en herstelde daar de schade.

Toen zij terugkwam werd zij door enkele bezorgd kijkende officials opgewacht. Zij had een gewichtige regel verbroken door de baan te verlaten zonder voorafgaande toestemming van de umpire. De officials wenden zich vervolgens tot Buxton en deelden haar mede dat zij het recht had te verzoeken om uitsluiting van haar tegenstander. Nu waren Gibson en Buxton toevallig vriendinnen en Buxton liet haar hart spreken. Dus ging de match verder en Althea Gibson won. Tussen 1956 en 1993 is de wereld een stuk harder geworden, ook de tenniswereld.