Campagne tegen "afvallige' geleerde; "Niet een moord en zijn daders worden berecht, maar de gedachte van het slachtoffer'

KAIRO, 29 JUNI. Een geleerde is het onderwerp van een ongekend proces in Egypte: moslim-fundamentalisten proberen hem via de rechter te dwingen van zijn vrouw te scheiden met als rechtvaardiging dat hij een afvallige is. Het proces is inmiddels tot november verdaagd, om de Al-Azhar universiteit, Egyptes top-autoriteit inzake islamitisch recht, in staat te stellen advies uit te brengen.

Nasr Hamed Abu Zeid, hoogleraar Arabisch aan de universiteit van Kairo, is de auteur van verscheidene kritische werken over het islamitisch denken, waarin hij oproept tot een interpretatie van de Koran “in een historisch kader”. Gematigde en extremistische fundamentalisten beschuldigen hem ervan de goddelijkheid van de Koran te ontkennen en de Sunna, de overlevering, te negeren.

In maart werd hem een promotie ontzegd in de faculteit der letteren onder verwijzing naar een kritische beschouwing gewijd aan Imam al-Shafie, een theoloog uit de achtste eeuw die door sunnitische geestelijken wordt veeerd wegens zijn interpretatie van het islamitisch recht. De overweging was dat zijn onderzoek godslasterlijk is. Sindsdien is hij het doelwit van een heftige campagne in de Egyptische pers, die van de fundamentalistische oppositie maar óók die van de overheid. Een schriftgeleerde die gewoonlijk als gematigd wordt beschreven, sjeik Mohamed al-Ghazali, heeft hem als een “onbeduidende athest” gebrandmerkt.

Sinds half april heeft Abu Zeid verscheidene dreigbrieven ontvangen. Ook een koptische schrijver, Ghali Shoukry, de hoofdredacteur van het maandblad Al-Qahira die het recht op vrijheid van meningssuiting had verdedigd onder verwijzing naar Abu Zeids zaak, is met de dood bedreigd.

Maar Abu Zeid vindt de eis tot gedwongen scheiding van zijn vrouw “veel gevaarlijker dan de bedreigingen met de dood in de huidige sociaal-politieke context in Egypte”. “Deze zaak, plus de manier waarop het huidige proces tegen de moordenaars van de liberale schrijver Farag Foda verloopt, tonen dat wij getuige zijn van een georkesteerde campagne van de fundamentalisten om de fundamenten van de civiele maatschappij in Egypte te ondermijnen”, aldus Abu Zeid. In dat laatste proces bestaat de tactiek van de verdediging eruit om, met de steun van de rechtbank, te bewerkstelligen dat “niet een moord en zijn daders worden beoordeeld, maar dat de gedachte van het slachtoffer van de moord wordt berecht”.

Onder anderen sjeik Ghazali heeft als getuige voor de verdediging de moord op Foda verdedigd. Hij zei eerder deze maand in de rechtszaal dat Foda “als afvallige diende te worden gedood” omdat hij zich publiekelijk had uitgesproken tegen de shari'a, de islamitische wet. Een moordenaar die in zo'n geval het recht in eigen handen nam, maakte weliswaar inbreuk op het statsgezag “maar mag volgens de islam niet worden gestraft”, aldus sjeik Ghazali. De boeken van Foda, die zich welsprekend afzette tegen de moslim-fundamentalisten als "krachten van het duister', zijn op voorspraak van de Al-Azhar als godslasterlijk verboden.

De Egyptische Organisatie voor de mensenrechten heeft inmiddels de politie gevraagd Abu Zeid en zijn vrouw te beschermen. “In de huidige atmosfeer van religieuze intolerantie”, aldus de groep, “lopen zijn vrouw en hij het gevaar te worden vermoord door een islamitische groep die het als haar plicht ziet afvalligen te vermoorden”. (AFP, Reuter)