Wereldprimeur voor een oude toren

Zonder toren heeft een stad geen herkenbaar en imposant profiel. Dat bracht de Middeleeuwse geestelijken ertoe hun schatkist uit te putten, de gelovigen hoge belastingen op te leggen, te bedelen bij bisdom en kerkgangers om de mooiste en - als het kon - hoogste kerktoren van het land te kunnen bouwen. De ijdele en pronkzuchtige kanunniken negeerden elke vorm van kritiek op hun kostbare bouwplannen en staken zich desnoods diep in de schulden om hun verheven doel te bereiken. Steenhouwers, klokkegieters en architecten moesten soms jaren op hun salaris wachten. Het resultaat van hun prestigieuze bouwlust verbijstert ons tot op de dag van vandaag. Per jaar stommelen 66.000 bezoekers de wenteltrappen op van de 112 meter hoge Utrechtse Domtoren (voltooid in 1382) om van het zicht op de Middeleeuwse grachten en het stratenpatroon te genieten. De Martinitoren in Groningen, de toren van de Nieuwe Kerk in Delft, de Wester- en de Zuidertoren in Amsterdam, de Sint Jan in Den Bosch, de Sint Joriskerk in Amersfoort, allemaal hebben ze hun vaste bezoekersaantal dat blijkbaar niet tegen de lange, zware klim opziet. De aanwezigheid van een lift vormt een extra stimulans om naar de top van een kerktoren te gaan. Dat bewijst de lift van de St. Stephansdom in Wenen, die jaarlijks 230.000 bezoekers vervoert.

Binnenkort krijgt Nederland een wereldprimeur; de toren van de 15de eeuwse Grote of Eusebiuskerk in Arnhem zal van de torenvoet tot onder het haantje doorboord worden door een glazen liftschacht. Daarin voert een doorzichtige lift de bezoekers tot 80 meter hoogte, een tocht die de 15de eeuwse torenbouwers zich in hun meest bizarre dromen niet hadden kunnen voorstellen.

De lift ontstijgt de aarde in de dichte torenvoet, glijdt door het iets verbrede klokkegat in het hoge stergewelf en passeert het open "zevengelui' waar op 40 meter hoogte de zware luiklokken hangen. Het moet een hemelse ervaring zijn om, nog een tiental meters hoger, tussen de klokken van het spelende carillon door te gaan. Via de open, vierkantige lantaarn van de Eusebiustoren zullen de bezoekers ten slotte kunnen uitstappen in een ruimte, die naar alle windrichtingen een uniek uitzicht biedt over stad en omgeving. Een smalle wenteltrap voert nog tot de spits op 93 meter hoogte.

De toren van de Eusebiuskerk heeft een rijk maar ook dramatisch verleden. Vaak werd de bouw - of herbouw - vertraagd door pestepidemieën, branden of oorlogsgeweld. Het doel, de verering van de Heilige Eusebius, heiligde alle middelen. Omdat er niet minder dan zestien heiligen bekend zijn onder de naam Eusebius, is het goed te weten dat de Arnhemse "Sint Sebis' in de tweede eeuw na Christus te Rome het christelijk geloof predikte. De keizer veroordeelde hem tot de marteldood. Onder grote publieke belangstelling werd de tong van Eusebius uitgerukt. Gelukkig bevond een volgeling zich onder de toeschouwers. Hij ving de uitgerukte tong handig op en bewaarde het kostbare relikwie zorgvuldig. Eusebius zou op 25 augustus zijn gestorven. Op die dag wordt nog steeds zijn kerkelijke feestdag gevierd. Zijn stoffelijk overschot rustte tot de achtste eeuw in een catabombe even buiten de stad. Toen kwam de lucratieve handel in relikwieën op gang: karrevrachten gebeenten van vroeg-christelijke heiligen werden vanuit Rome naar alle landen van Europa verspreid. De kleinzoon van Karel de Grote wist beslag te leggen op de relikwieën van Eusebius. Ze vonden een plaats in de abdijkerk van Prüm in de Eifel. De Arnhemse kerk was een parochiekerk van Prüm en zo kwamen de schedel èn de inmiddels versteende tong van de Heilige Eusebius uiteindelijk in ons land terecht. Bijna onmiddellijk voltrokken zich allerlei wonderen in de stad. Tientallen bedevaartgangers bezochten Arnhem om Eusebius hulp en genezing te vragen. De heilige stelde zelden teleur. In de tweede helft van de 15de eeuw werd er een zilveren reliekbuste vervaardigd, die zich nu in de schatkamer van de gotische Walburgiskerk bevindt.

In september 1944 leek de Arnhemse toren de genadeslag te krijgen; tijdens de Slag om Arnhem brandde de kerk helemaal uit en de toren stortte ten gevolge van de beschietingen later gedeeltelijk in. Met veel inspanning werd de kerk na de oorlog gerestaureerd en de gehavende toren kreeg een nieuwe bovenbouw in gotische stijl. Het silhouet van de stad scheen gered. Totdat alpinisten nog geen veertig jaar later vaststelden dat de natuurstenen bekleding van de toren aan het afbrokkelen was. Om de toekomst van de toren te verzekeren, waren er kostbare restauraties nodig. Wie zou anno 1991 nog enorme bedragen willen steken in een mooie, maar verder nutteloze kerktoren? Zo groeide het plan om toren en kerk te redden door er na de restauratie een grotere maatschappelijke functie aan te geven.

De inmiddels goedgekeurde commerciële plannen zien er veelbelovend uit: op 24 en 30 meter hoogte worden luxueuze torenzalen ingericht voor bijeenkomsten en gelegenheden. Beneden komt een Grand Café met terras. In de prachtig gerestaureerde kerk, waar onder meer het ongeschonden van marmer en albast gebeeldhouwde grafmonument van Hertog Karel van Gelre te zien is, worden allerlei activiteiten georganiseerd. Het publiek dat de lift naar het hoogste punt van de toren neemt, kan daar een tentoonstelling bezoeken die gewijd is aan de Slag om Arnhem. In september 1994, precies een halve eeuw na de strijd, moet alles klaar zijn. Het uitzicht op het hoogste punt is weergaloos; de brug over de Rijn waar zich de slag heeft voltrokken ligt in een zilveren bocht aan je voeten. De noordzijde van de stad wordt omzoomd door het golvende, donkere groen van de Veluwe. Bij helder weer zijn aan de horizon de afsplitsing van de IJssel, de Elterberg, Nijmegen en de verre, lichtgroene Betuwe te zien. Dicht om de torenvoet ligt het historische centrum van de stad, dat bij de beschietingen zwaar werd beschadigd. Het 16de eeuwse Duivelshuis, de Sabelspoort bij de oever van de Rijn, de Waag en de gotische Walburgiskerk lijken hun afmetingen te verliezen naast de nieuwe huizen en gebouwen waarmee de open plekken werden ingevuld. Nu worden in werkloodsen nieuwe pinakels gehakt, bouwliften voeren materialen omhoog en steigers onttrekken de toren aan het zicht. Over ruim een jaar moet de slag om de toren van Arnhem gewonnen zijn.

    • Thera Coppens