Schippers leggen vaart op zuiden stil

ROTTERDAM, 28 JUNI. Binnenschippers die het transport van de Nederlandse zeehavens naar België en Frankrijk verzorgen zijn vandaag in staking gegaan. Ze doen dit uit protest tegen overheidsbesluiten die hun systeem van "toerbeurten' voor de vrachtverdeling ondergraven.

Vanochtend begonnen de eerste schepen in Rotterdam-Bolnes en enkele andere havens met de actie. Volgens de schippersorganisaties kan het enige dagen duren eer het transport op de binnenvaartroutes naar België en Frankrijk ernstig wordt belemmerd, omdat de meeste schepen eind vorige week nog zijn bevracht.

In totaal varen 8.000 binnenschepen op de Noord-Zuid routes. De afgelopen jaren vervoerden ze samen gemiddeld per jaar 6 miljoen ton lading. De vervoerscontracten worden voor een groot deel gesloten op zeven schippersbeurzen. Dit toerbeurtsysteem garandeert de schippers prijzen die hun een redelijk inkomen verschaffen.

Per 1 juli wil staatssecretaris van Rooy (economische zaken) echter een strikt verbod op horizontale prijsbinding. De schippers vrezen dat dit leidt tot een achteruitgang van hun inkomsten. Inmiddels hebben ze een verzoek om ontheffing ingediend, dat opschortende werking heeft.

Op een protestvergadering zaterdag in Rotterdam besloten 1100 van de 1500 aanwezige Nederlandse schippers het werk neer te leggen. In plaats van afschaffing van het toerbeurtsysteem eisen ze een wettelijke regeling ervan, verankering van het systeem in het Europese vervoersbeleid en onderzoek naar de economische effecten van de Betuwelijn waarin ook de rol van de binnenvaart wordt meegenomen.

Een extra aanleiding tot het schippersprotest was de totstandkoming, buiten de beurs om, van een mammoetcontract voor het vervoer van fosfaat van Rotterdam naar Luik. De schippers vrezen dat aantasting van het toerbeurtsysteem ertoe leidt dat meer lading via vrije onderhandeling wordt ondergebracht.

Woordvoerder G.J. Looyschelder van de schippersvereniging Noord-Zuid zegt dat in de binnenvaart een “rampzalige situatie” dreigt te ontstaan omdat de vrije concurrentie in de transportwereld een goed systeem van toerbeurten volledig ondergraaft. De Nederlandse overheid zet zich niet in voor behoud van het toerbeurtsysteem “terwijl dat best kan”, zegt Looyschelder. “In Brussel krijgen wij te horen dat men wacht op politieke besluitvorming van de lidstaten, maar in Den Haag zeggen de verantwoordelijke ministeries dat de kwestie op het bordje van de EG ligt.”

Verkeer en Waterstaat zegt weinig voor de binnenschippers te kunnen betekenen. In Nederland is het toerbeurtsysteem voor de binnenvaart sinds 1975 bij wet verplicht, maar internationaal kan ons land zo'n regeling niet opleggen. Den Haag verwacht dat de EG-lidstaten nog dit jaar overeenstemming zullen bereiken over een Europese regeling voor de binnenvaart. De inzet van Nederland is het overeind houden van het vrijwillige toerbeurtsysteem.

Een woordvoerder van het ministerie wijst er echter op dat de onderhandelingen “in de richting lijken te gaan” van een volledig vrije markt voor de binnenvaart. “Het streven van de EG is altijd harmonisatie van regelgeving en het creëren van een vrije markt. Dat geldt nu ook.”

Meer onderzoek naar de plaats van de binnenvaart in het vervoer via de Betuweroute acht het ministerie onnodig. Uit veel van de tot nu toe over de Betuwelijn gepubliceerde rapporten blijkt dat de binnenvaart juist bij de komst van deze nieuwe spoorlijn voor het goederenvervoer is gebaat.