Op Bistrik viel maar één granaat

Op Sarajevo zijn in zestien maanden één miljoen granaten terechtgekomen. Er zijn nog 80.000 kinderen over.

Op de wijk Bistrik viel gisteren maar één enkele granaat, door de Serviërs afgevuurd vanuit de heuvels rond de stad. Een vredige dag, eigenlijk. Een zomerse dag, waarop de mensen zich zonder veel angst buiten waagden.

Die ene granaat kwam neer in de Dragice Pravice straat, vlakbij de plaats waar elke dag een paar honderd mensen water komen halen en vlakbij een kazerne van het Egyptische contingent van de VN-vredesmacht.

Op dat ogenblik stonden er in de Dragice Pravice straat maar weinig mensen in de rij voor water. Er speelden terzijde van de korte rij zeven kinderen, vier jongens, in leeftijd variërend van vier tot achttien, en drie meisjes van tien, veertien en tweeëntwintig jaar oud. Twee van hen speelden een spelletje schaak, de anderen stonden om hen heen. De twee jongsten fietsten wat in het rond. Een van de jongens, veertien jaar oud, had juist gisterochtend te horen gekregen dat hij in september naar Wenen zou mogen gaan om er aan het conservatorium piano te studeren.

Die ene granaat die gisteren op Bistrik werd afgevuurd ontplofte tussen de kinderen. Ze werden alle zeven op slag gedood. In de rij van wachtenden viel geen gewonde.