Omissie in richtlijn discriminatie

DEN HAAG, 28 JUNI. Discriminatie op grond van ras, geloof, seksuele geaardheid - dat mag allemaal niet. Maar op grond van geslacht?

“In de artikelen 137c tot en met g en art. 429quater van het Wetboek van Strafrecht zijn de meest zuivere vormen van discriminatie strafbaar gesteld, namelijk het in het openbaar beledigen, aanzetten tot haat, discriminatie of geweld en het bij de uitoefening van ambt, beroep of bedrijf discrimineren van personen wegens ras, godsdienst, levensovertuiging of seksuele geaardheid”, formuleert het ministerie van justitie het in de jongste richtlijn discriminatiezaken.

Donderdag moet-ie ingaan en met deze richtlijn in de hand moeten het openbaar ministerie en de politie beoordelen of iemand zich schuldig maakt aan discriminatie. Toen Tweede-Kamerlid L. Groenman (D66) de richtlijn onder ogen kreeg, viel haar direct op dat het "wegens geslacht' in de opsomming ontbrak. En dat terwijl iedereen in de Kamer het er volgens haar toch over eens is dat ook daarom niemand mag worden gediscrimineerd.

Op haar verzoek komt woensdag de vaste Kamercommissie voor justitie in spoedzitting bijeen om de minister een briefje te sturen met het verzoek de omissie aan te vullen. Die "reparatiewerkzaamheden' hoeven volgens commissievoorzitter W. Swildens (PvdA) niet veel tijd te kosten “,Als het inderdaad niet de bedoeling was de vrouwen te vergeten, is het in de computer toch zo veranderd.”

En dat het niet de bedoeling was, daar gaan zowel Groenman, als Swildens vanuit. “Het openbaar ministerie moet een geloofwaardige en betrouwbare bondgenoot zijn in de strijd tegen discriminatie”, stelt de richtlijn immers vast.