Motieven genoeg voor Clinton

Dreigende of reeds uitgevoerde acties van het internationale terrorisme op Amerikaanse bodem; zijn aarzelende optreden in de Bosnië-crisis; algehele onduidelijkheid over de koers van de buitenlandse politiek; een imago als impopulairste beginnende president; en een moeizame relatie met het Pentagon door de bezuinigingen en de beoogde toelating van homoseksuelen tot het leger. Bill Clinton had dit weekeinde redenen genoeg voor een aanval op het hoofdkwartier van de Iraakse geheime dienst, los van de vermeende plannen tegen George Bush.

Geen enkele recente Amerikaanse president had misschien zo veel politiek eigenbelang bij het gebruik van geweld in het buitenland als Bill Clinton; Ronald Reagan niet met zijn luchtaanvallen op Libië na vermeende Libische terreuracties in Berlijn, en George Bush evenmin met zijn invasie in Panama. Clinton had er belang bij aan te tonen dat hij geen twijfelaar en oeverloze prater is, zoals hij wordt afgeschilderd, en allerminst terugdeinst voor de rol van opperbevelhebber, zoals in de wandelgangen van het Pentagon is gesuggereerd.

Van Amerikaanse regeringszijde wordt de aanval begrijpelijkerwijs alleen uitgelegd als een antwoord op dreigende internationale (staats)terreur: niet alleen op het vermeende Iraakse plan voor een aanslag op Bush, maar ook op de vorige week ontrafelde scenario's voor een reeks terreuracties in de Verenigde Staten door een groep Soedanezen. De bomaanslag op het World Trade Centre in New York in februari door moslim-fundamentalisten had de Amerikaanse regering al eerder bang gemaakt voor een aanlanding van het internationale terrorisme.

Pag 5: Het imago van een aarzelende wereldleider

Clinton moest bovendien wel optreden omdat het nationale prestige in het geding was. Zijn voorganger Bush had hem gevraagd of de Iraakse provocatie soms onbeantwoord bleef. Na interne studies kwam Clinton ten slotte rijkelijk laat in actie. Hij koos voor een beperkte aanval - op een grotendeels verlaten hoofdkwartier -, in de hoop dat Saddam Hussein de actie niet zal beantwoorden. De president is niet gebaat bij een nieuwe strijd met Irak, zozeer is hij verwikkeld in zijn krachtmeting met de Republikeinse oppositie èn zijn eigen partijgenoten om z'n binnenlandse economische programma door te voeren.

De vraag of Clinton hiermee zijn aanzien als aarzelende wereldleider heeft opgekrikt, blijft voorlopig onbeantwoord. Daarvoor is een, zoals het zich nu laat aanzien, eenmalig bombardement als internationaal-politieke prestatie niet verstrekkend genoeg. De late vergeldingsmaatregel bevestigt eerder de indruk dat hij een twijfelaar is, die geplaagd door een serie misslagen bijna wanhopig op zoek is naar succes. Niet voor niets memoreren de Amerikaanse media dat de president al twee weken geen fout heeft gemaakt.

Zowel in het buitenland als op eigen bodem zal deze ene aanval Clinton vermoedelijk geen politiek voordeel opleveren. Het kan de aandacht van het Amerikaanse onvermogen in de Bosnië-crisis niet afleiden. De zigzagkoers die de regering-Clinton inzake "Bosnië' volgt, is niet veranderd.

Twee weken geleden lekte een intern memo van de minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, aan de VS-ambassadeurs uit, waarin stond dat de oorlog in Bosnië zeker niet bovenaan de lijst van Amerikaanse belangen prijkt. Vorige week zond Clinton volkomen onverwachts een schriftelijke oproep aan bondskanselier Kohl - ten behoeve de EG-top in Kopenhagen - om het wapenembargo tegen de moslims in Bosnië op te heffen. Toen dit geen enkele indruk bij de Europese partners bleek te maken, beweerden functionarissen van het Witte Huis haastig dat de brief niet meer dan “tentatieve suggesties” bevatte. Christopher vermeed vervolgens een reactie op Clintons brief.

De verdeeldheid bij de Europese bondgenoten heeft de weg naar een leidersrol voor de Verenigde Staten op dit punt afgesneden, en het land veroordeeld tot een onmachtige houding. Bagdad is geen Belgrado.

De koers van de Amerikaanse buitenlandse politiek is bovendien onduidelijk geworden door het post-Koude-Oorlogtijdperk. Nu de klassieke vijand in Moskou een patiënt is geworden, zijn de Verenigde Staten als alomtegenwoordige wereldleider in een identiteitscrisis beland, met Clinton tegen wil en dank als boegbeeld. Een enkel bombardement kan de VS niet uit dit vacuüm helpen.

Vermoedelijk brengt de aanval op Bagdad Clinton in eigen land ook niet veel verder. Wie denkt dat de Democratische president met een op het oog nobele daad jegens zijn Republikeinse voorganger de oppositie zou kunnen paaien, onderschat vooral de Repubikleinen, èn de meeste Amerikanen. Met een bombardement op Bagdad wordt de Amerikaanse volkswil wellicht korstondig bevredigd, maar de binnenlandse economie is er niet mee gediend, en dat is wat de meeste Amerikanen interesseert.

Het veranderde wereldbeeld heeft zeer velen, binnen en buiten het Congres, ervan overtuigd dat de VS niet meer te allen tijde de rol van 's werelds sheriff moeten spelen. Het is tegenwoordig niet meer zo dat een Amerikaanse president in zijn binnenlandse politiek a priori garen spint met zijn optreden in het buitenland of daarmee de aandacht kan afleiden, zoals de vorige leiders Reagan en Bush soms op sublieme wijze deden.