"Mijn generatie waardeert architectuur als kunst'

DELFT, 28 JUNI. Art Nieuwpoort is een zondagskind in de architectuur. Ziet menige pas afgestudeerde architect zich gedwongen bij een gevestigd bureau jarenlang ervaring op te doen in het detailleren van toiletgroepen, Nieuwpoort (35) kreeg direct na zijn studie aan de TU Delft in 1984 opdracht voor een villa in Bergschen Hoek, bij Rotterdam. Sindsdien heeft Basic Design & Architecture, het bureau dat hij samen met een collega-architect en een industrieel ontwerper oprichtte, vooral "losse objecten' - villa's, bedrijfsgebouwen - voor particulieren ontworpen.

In zijn woonplaats Delft heeft Art Nieuwpoort meegewerkt aan de twee architectonische experimenten waar de gemeente zich tot nu toe aan heeft gewaagd. Twee jaar geleden deed hij mee aan een prijsvraag van de ontwerpersvereniging Delft Design voor "twee onder één kap'-woningen in de nieuwbouwwijk Tanthof; nu verrijzen aan de smalle Schutterstraat, tegenover een park in het centrum van Delft, een rij van zestien panden van veertien verschillende architecten.

Zoals vroeger in de binnensteden gebruikelijk was, zijn de huizen pal naast elkaar gebouwd. Allemaal zijn ze verschillend, maar samen vormen ze een geheel. “Om ervoor te zorgen dat hier goede, maar ook samenhangende architectuur kwam heeft de gemeente een supervisor voor het project aangesteld, de Leidse architect Fons Verheijen,” zegt Nieuwpoort. “Wie hier een huis wilde laten bouwen, moest dan ook een architect van zijn lijst kiezen, of de architect van zijn keuze ter goedkeuring aan hem voorleggen.” Er zitten nu enkele bekende namen bij, zoals Mecanoo en Jan Pesman van het bureau CPZ, maar de meesten zijn jonge, beginnende architecten zoals Nieuwpoort. Hij wijst er op dat dit weliswaar woningen zijn van vier ton - de grond niet meegerekend, maar dat de prijs per vierkante meter niet hoger is dan in de sociale woningbouw.

Terwille van de eenheid in het straatbeeld bepaalde supervisor Verheijen dat de huizen grijs gestuct moesten zijn met witte kozijnen. Jan Pesman trok zich er niets van aan en bouwde een soort kubus van glas en gemoffelde staalplaten. Ook Nieuwpoort zondigde tegen de regels door de voorgevel deels met hout te betimmeren. Naar verluidt wordt het hoekhuis straks zelfs met leem bekleed. Deze afwijkingen betekenen volgens Nieuwpoort allerminst dat de opzet mislukt is: “Het streven naar samenhang is een uitstekend uitgangspunt, maar volgens mij is het juist de persoonlijke expressie die zo'n straatwand spannend maakt.”

Het belangrijkste van zo'n gezamenlijke onderneming, zegt hij, “is dat je een groep architecten bij elkaar brengt die niet erop uit zijn vierkante meters "weg te zetten' maar bewust werken en uitgesproken opvattingen hebben. Helaas is dat nog altijd maar een klein percentage van de beroepsgroep. Er worden nog steeds veel lelijke gebouwen gebouwd in Nederland.” Nieuwpoort heeft het gevoel deel uit te maken van een generatie - niet zozeer stilistisch, maar eerder in de benadering van het vak. “Naast bouwtechnische zaken is er bij jonge architecten een herwaardering ontstaan voor architectuur als kunstvorm.”

Stilistische overeenkomsten zijn er in deze generatie wèl: ook de jongeren in Nederland, aangevoerd door het bureau Mecanoo, treden in de sporen van het vooroorlogse Modernisme. Deze tendens werd vorig jaar in het Architectuurjaarboek kritisch beschreven als "onderwijzersmodernisme'. Toch is dit de stroming waarin Nieuwpoort zich thuis voelt. “Ik ben voorstander van een eerlijke architectuur: wat je ziet is wat je krijgt. Ik doe niet mee aan de overtreffende trap van een steeds exotischer vormgeving. De buitenkant moet voor mij nog altijd de uitdrukking zijn van de binnenkant en van de beslissingen die je daar hebt genomen: over de organisatie, de structuur, over licht en ruimte.”

Dit "des-ontwerpen', zoals Nieuwpoort dat noemt, is ook te zien in het gebouw dat hij vorig jaar ontwierp voor het bedrijf DuoLitho in Zoetermeer, een gemeente waar hij sinds een half jaar lid is van de Welstandscommissie. De opdracht kwam op de eenvoudigst denkbare manier tot stand: Wim Romein, een van de twee directeuren, had publikaties over zijn werk gezien en belde op. Niet alleen het gebouw, maar ook de meubels van Jan Siebers en de koffiekopjes en asbakken van keramist Erik-Jan Kwakkel zijn custom-made.

Ruimtelijk gezien is DuoLitho een eenvoudig gebouw, zeg maar gerust een doos met een grote entresol die als verdieping fungeert. Binnen is het beton "schoon' gelaten, gewoon zoals het uit de bekisting kwam (wat bezoekers regelmatig de grappig bedoelde opmerking ontlokt: “Was het geld op?”). Dwars over de lengte klapt ineens een stuk van het dak omhoog; binnen is het plafond afgewerkt met berken platen. De zijgevels zijn binnen en buiten met damwandplaten bekleed, de voor- en achtergevels met metselwerk. De verlichting bestaat uit standaard tl-armaturen, alleen schijnen ze omhoog in plaats van omlaag. Over de hele lengte van het gebouw worden de spanten verlicht door deze neon-strepen. Het geheel heeft het effect van een zachtaardige industriële finish. Bouwkosten: twee miljoen. “In Nederland leer je inventief met materialen om te gaan,” zegt Nieuwpoort. “Dat moet wel, als je de bouwbudgetten vergelijkt met bijvoorbeeld Duitsland: daar wordt twee tot vijf keer meer geld voor een gebouw uitgetrokken.”

Nieuwpoorts liefste wens is nu om ook grotere complexen te maken. “Natuurlijk is het ontwerpen van dergelijke "unica' heel bevredigend. Maar het lijkt me een uitdaging om alles wat ik met deze losse objecten heb geleerd, op seriematige architectuur toe te passen. Ik heb grote bewondering voor architecten als Mecanoo en Lucien Lafour die iets heel moois van de sociale woningbouw weten te maken.”

    • Tracy Metz