Kwetsbare kruisraket

Hoewel zeven van de 23 Tomahawk-kruisraketten die de Verenigde Staten gisteren op Bagdad hebben afgevuurd hun doelwit misten, spreken Amerikaanse militaire woordvoerders van een “succesvolle operatie”, omdat het wapen zich gedragen zou hebben “in overeenstemming met de norm”.

Die ligt, na een korte periode waarin het wapen voor zo goed als onfeilbaar werd gehouden, officieel inmiddels op vijftien procent missers. Van de zeven exemplaren die gisteren hun doel niet bereikten, zouden er slechts drie door "technische omstandigheden' onsuccesvol geweest zijn - dertien procent, dus binnen de norm.

Dat vier andere Tomahawks hun doel niet bereikten had een andere reden: ze zouden zijn neergehaald door de Iraaks luchtafweer. De kruisraket - voluit: General Dynamics Tomahawk BGM-109C SLCM - is een onbemand straalvliegtuigje van ruim zes meter lengte dat vanaf schepen en onderzeeboten kan worden afgevuurd. Het heeft een bereik van 1.300 kilometer en vliegt met relatief geringe snelheid (minder dan die van het geluid) op geringe hoogte op zijn doel af dat het in de slotfase bereikt met een geavanceerd "terreinvolgsysteem'.

Vooral de vliegsnelheid, die ver onder die van traditionele raketten ligt, maakt het straalvliegtuigje kwetsbaar voor conventioneel afweervuur. Dat hoeft niet eens precies gemikt te worden. Wanneer de luchtdoelschutters op de verwachte koers van de vliegende bom een "gordijn leggen' van exploderende granaten, kunnen die het tuig gemakkelijk beschadigen. Ondanks verliezen in de Golf-oorlog is aan conventioneel luchtafweergeschut in Bagdad geen gebrek.

Na deze aanval zullen de Amerikaanse planners hun norm opnieuw moeten bijstellen, door ook dergelijke verliezen in te calculeren. Behalve militair is dat ook financieel onwelkom: een kruisraket kost 1,1 miljoen dollar.