Kinderlijk

Vertrek uit Woerden: 07.14 uur. Nog in dezelfde minuut merk ik dat ik mijn kijker heb vergeten. Dat gebeurt me nooit, ik denk altijd eerst aan mijn kijker. Net of je vergeet een broek aan te trekken, even onwaarschijnlijk, net zo pijnlijk.

Maar niets aan te doen. De hele dag ligt vast. Aansluitingen in Rotterdam, Parijs en Lyon. Pas in Arles kan ik proberen er een mouw aan te passen, aan die vergeten verrekijker.

Ik schik mij in mijn lot en ga voorlopig naar buiten zitten kijken. Dat is het meeslepende van de trein: dat je jezelf uit handen geeft, dat je alleen nog over het allereenvoudigste (lezen of niet lezen, roken of niet roken, zuurtje of pepermuntje) zelf hoeft te beslissen.

Parijs vormt bijna een inbreuk. Je moet met de metro van het ene station naar het andere en om mankracht uit te sparen hebben ze computergestuurde kaartjesautomaten ingevoerd. Maar het mannetje, dat ontslagen had moeten worden, staat ernaast. Hij vraagt zes franc vijftig, bedient de automaat en geeft het kaartje af. Je humeur is gered, je voelt je nog kinderlijker dan daarvoor.

Na Parijs schroeit de zon. De TGV gaat harder dan gewone treinen. Voor Lyon vallen hagelstenen als duiveëieren.

In dienst heb ik nekkramp gehad. Dan zink je weg in de gloed van het laatste vergeten. Alsof je in een trein zit, het geeft niet waartoe, het geeft niet waarheen. Ik vond het nogal fijn, eigenlijk.