Kandidaten genoeg voor opvolging Attali

LONDEN, 28 JUNI. Met het vertrek van Jacques Attali als president van de Oosteuropabank is de geruchtenstroom over zijn opvolging op gang gekomen. De meest genoemde kandidaten zijn ex-minister van financiën Onno Ruding, Karl Otto Pöhl, voormalig president van de Bundesbank, en de president van de Franse centrale bank, Jacques de Larosière. Attali kondigde vrijdag zijn vertrek aan als gevolg van de aanhoudende stroom negatieve berichten rond zijn persoon.

Ruding zou favoriet zijn, omdat hij de enige kandidaat is die op brede steun kan rekenen binnen de G7, de groep van zeven rijkste industrielanden en belangrijkste aandeelhouders van de bank. Ruding is momenteel vice-president bij de Amerikaanse bank Citicorp. Twee jaar geleden, bij de oprichting van de Oosteuropabank, werd hij voor de belangrijkste functie gepasseerd door Attali, nadat Frankrijk en Groot-Brittannië het op een akkoordje hadden gegooid.

Andere kandidaten wier namen circuleren, zijn EG-commissaris Henning Christophersen, Jean-Claude Trichet, topambtenaar op het Franse ministerie van financiën, de Britse oud-premier Thatcher, Treuhand-voorzitter Birgit Breuel en de Hongaarse oud-premier Niklos Nemeth.

Hoewel de kans dat Frankrijk opnieuw een president zal mogen leveren na het debâcle met Attali klein wordt geacht, hield Alain Juppé, minister van buitenlandse zaken vast aan dit Franse privilege. “Aangezien er ooit voor is gekozen de bank in Londen te vestigen met een Fransman aan het hoofd, vind ik dat die keuze gerespecteerd moet blijven”, aldus Juppé voor radio RTL. “Frankrijk heeft een soort morele aanspraak op het leiderschap van de bank.”

De Zweedse minister van financiën, Anne Wibble, die fungeert als voorzitter van de raad van gouverneurs van de bank, zal op 6 juli een officieel lijstje met kandidaten opstellen. Op 7 juli begint in Tokio de vergadering van de G7, waar mogelijk een besluit zal vallen over de opvolging van Attali. (Reuter)