Estland: omstreden wet wordt nog niet getekend

TALLINN, 28 JUNI. De president van Estland zal de vorige week door het parlement van Estland aangenomen wet op het staatsburgerschap nog niet ondertekenen. Hij wil eerst het advies van internationale organisaties inwinnen.

President Lennart Meri zei gisteren in Tallinn dat de wet “uiteenlopende reacties onder de bevolking” heeft losgemaakt. Voor een deel is dat een gevolg van “gebrek aan informatie en van desinformatie”. Om er echter zeker van te zijn dat de wet voldoet aan internationale normen en criteria, wil hij “onpartijdig advies” van de Raad van Europa, de Europese Veiligheidsconferentie en andere internationale organisaties, zo liet Meri gisteren weten.

Volgens de vorige week aangenomen wet krijgen leden van de niet-Estse minderheden in Estland - eenderde van de totale bevolking - twee jaar de tijd om het staatsburgerschap of een verblijfsvergunning aan te vragen; doen ze dat niet, dan kunnen ze na die twee jaar worden gedeporteerd. De Estse regering heeft bij voorbaat bepaald dat sommige categorieën - zoals gepensioneerde militairen van het Sovjet-leger - niet zullen mogen rekenen op de Estse nationaliteit of een verblijfsvergunning.

De wet heeft onder de 600.000 niet-Estse inwoners van het land tot grote onrust geleid en ook in Moskou verontwaardiging gewekt. President Jeltsin heeft de Esten zelfs “apartheid” verweten en diverse woordvoerders in Moskou dreigden met represailles tegen Estland. Eind vorige week maakten de Russen een eind aan de leveranties van aardgas aan Estland - formeel op grond van financiële overwegingen, maar naar algemeen wordt aangenomen in werkelijkheid uit woede over de Estse wet.