Een Shas-leider kan zich veel permitteren; Rabin houdt minister Deri ondanks een aanklacht

TEL AVIV, 28 JUNI. Zelfs de Israelische premier Yitzhak Rabin kan de gedachte niet van zich afzetten dat zijn van fraude, oplichting, valsheid in geschrifte en nog een reeks andere misdrijven verdachte minister van binnenlandse zaken Aryeh Deri (van de Sefardische religieuze partij Shas) onrecht wordt aangedaan. Bevreesd voor de stabiliteit van zijn regeringscoalitie snierde hij vorige week in de richting van de juridische adviseur van de regering, Yosef Harish, dat Deri “niet dezelfde behandeling krijgt die een andere van fraude beschuldigde minister in een vorige regering ten deel viel”.

Rabin gaf daarmee te kennen dat zijn in het nauw gedreven minister de mogelijkheid is onthouden zich eerst bij Harish tegen de aantijgingen te verdedigen voor de aanklacht in de openbaarheid werd gebracht. Deze in het Israelische strafrecht opgenomen mogelijkheid (shimoeah - gehoord worden) heeft in het verleden verscheidene ministers, zoals Abba Eban, uit de rechtszaal gehouden. Tegenstanders van deze procedure beweren dat de shimoeah een privilege voor de elite is. Dat is een van de redenen waarom minister van justitie David Libai zich vorige week heeft uitgesproken voor het schrappen van de shimoeah uit het Israelische strafrecht.

Rabins uitspraak versterkt de gevoelens van de Shas-aanhang dat de strafvervolging tegen Deri niets anders is dan een Ashkenazische (joden uit Oost-Europa) samenzwering tegen de Sefardische joden (van Afrikaanse en Aziatische oorsprong). Parlementariërs uit de zes man sterke parlementsfractie van Shas hebben deze week onomwonden gezegd dat het de Ashkenaziem erom te doen is Shas te verpulveren, omdat ze geen Sefardische partij naast zich dulden. Deri werkte eind vorige week dat thema uit in een vraaggesprek met de krant van zijn partij, waarin hij zeidat de Likud-partij de werkelijke boosdoener is. Likud heeft zich volgens hem tot doel gesteld om Shas van het politieke toneel te elimineren omdat de partij veel sefardische (Marokkaanse) stemmen aan Likud onttrok. Ongetwijfeld laat Deri zich in de vorming van dit oordeel leiden door de gedachte dat het politie-onderzoek tegen hem is begonnen onder Likud-premier Yitzhak Shamir.

Ook rabbijn Ovadia Yosef, de vereerde geestelijk leider van Shas en beschermer van minister Deri, houdt het op de onschuld van zijn pupil. Volgens deze rabbijn is er geen enkele aanleiding voor Deri om af te treden. “We geloven altijd in God en alle vijanden (van Deri) zullen worden vernederd”, zei hij. Een bijna honderd-jarige sefardische religieuze persoonlijkheid, Yitzhak Kadouri, kwam vorige week naar de woning van Deri om hem te vertellen dat “diegene die Deri haten door de hemel zullen worden gestraft. Het is verboden te zeggen dat hij schuldig is.” Deri's echtgenote keek naar de hemel toen ze haar man in een tv-vraaggesprek een tsadik, (rechtvaardige, heilige) noemde.

Met zoveel steun uit eigen kring blaakt Deri van zelfvertrouwen. “De aanklacht zal als een kaartenhuis in elkaar storten”, zei hij. Hij legde zich dan ook graag neer bij het bevel van rabbijn Ovadia Yosef om zijn ministerschap niet neer te leggen.

In een overeenkomst met Rabin ten tijde van het coalitieoverleg verplichtte Deri zich af te treden zodra zijn zaak voor de rechter zou komen. Zover is het nog niet. Maar intussen zit er in de Israelische regering een minister tegen wie het eerste deel van een ernstige aanklacht na een politieonderzoek van drie jaar is ingediend, wat in alle huiskamers is doorgedrongen. Het onderzoek heeft zo lang geduurd doordat Deri zich tweeëneenhalf jaar heeft beroepen op het zwijgrecht. Deze tactiek heeft het politieonderzoek echter niet kunnen ontwrichten. Toen het hem duidelijk werd dat de politie door zijn zwijgmuur was gebroken, opende hij zijn mond.

De kwestie-Deri heeft een smet geworpen op het Israelische politieke systeem. Doordat de door hem beslist met talent en charme geleide Shas-partij kan uitmaken of de Arbeidspartij of Likud aan de macht is hebben beide grote partijen hun ogen gesloten voor zijn verwikkelingen met de justitie en hem in regeringen opgenomen. Rabin hoopte dat de zaak-Deri pas zou ontploffen na substantiële vooruitgang in het vredesproces. Die hoop is in rook opgegaan. Van Rabins belofte dat er binnen een half jaar tot negen maanden na de vorming van zijn regering akkoorden met de Palestijnen en Syrië zouden worden gesloten is niets terecht gekomen.

Voor het politieke opportunisme dat de grote partijen in de zaak Deri ten toon spreiden betaalt de Israelische maatschappij een hoge prijs. In welke zichzelf respecterende democratie wordt een politicus tegen wie een politieonderzoek loopt opgenomen in een kabinet, laat staan gehandhaafd na het openbaar worden van de aanklacht?

Voor Deri en andere Shas-politici die het met de justitie aan de stok hebben - een zit wegens diefstal al achter slot en grendel, een ander is onlangs zijn parlementaire onschendbaarheid ontnomen - is het mogelijk een verzachtende omstandigheid dat zij vanuit hun gesloten, sefardische religieuze milieu, abrupt in aanraking zijn gekomen met de politieke macht. Het normenbesef in deze kringen met hun doorgaans Marokkaanse achtergrond is anders en zeker niet Westers. In de Shas-wereld van het absolute leiderschap kan de leider zich veel veroorloven. Sefardische Israeliërs aanvaarden zelfs dat hun leider zich zelfs op rekening van de gemeenschap verrijkt. De gedachte daarachter is dat alles wat de leider doet uiteindelijk de gemeenschap ten goede komt.