"Dubieuze weldoeners gaven ook aan Labour'

LONDEN, 28 JUNI. De Britse Labour Partij is, in navolging van de Conservatieven, in de verdediging gedwongen over het accepteren van giften uit handen van dubieuze buitenlandse weldoeners.

De partij is ervan beschuldigd 11.000 pond te hebben aangenomen van een zakenman, die door de politie wordt gezocht op verdenking van fraude met een omvang van 3,5 miljoen pond. Labour toonde zich overrompeld door de beschuldiging, gisteren in The Independent on Sunday, maar beloofde het geld nog deze week te zullen retourneren indien het er maar op lijkt dat de donatie afkomstig is uit gestolen fondsen.

De rel over de financiering van politieke partijen in Groot-Brittannië duurt voort, met nieuwe onthullingen over aard en identiteit van weldoeners in het buitenland. De Sunday Times claimde gisteren dat de Conservatieve Partij in de afgelopen vijftien jaar miljoenenbedragen heeft ontvangen van tenminste vijf buitenlandse weldoeners die verwikkeld zijn in wapenhandel, fraude, belastingontduiking en handel met voorkennis. Genoemde donateurs zijn, in volgorde van belangrijkheid, de Griekse scheepsmagnaat John Latsis (een van de financiers van het Griekse kolonelsregime), de voortvluchtige Roemeens-Britse zakenman Octav Botnar (Nissan UK), de voortvluchtige Turks-Cypriotische zakenman Asil Nadir (Polly Peck), Hong Kongs rijkste industriëel, Li Ka-Shing, en de eveneens in Hong Kong gevestigde wapenhandelaar T T Tsui. De laatste twee waren in 1991 in Hong Kong te gast op een fondsenwervingsdiner in aanwezigheid van partijleider John Major, die daarvoor zijn officiële bezoek aan de kroonkolonie, in de functie van premier, onderbrak.

De dubieuze gift aan Labour lijkt een merkwaardige weerspiegeling van de Asil-Nadirrel, nu de donateur aan die partij een Grieks-Cypriotische zakenman blijkt te zijn, Charilaos Costa. Net als Nadir is Costa naar Cyprus gevlucht, zij het naar het Grieks-Cypriotische deel van het eiland, nadat hij in Groot-Brittannië in 1991 was beschuldigd van hetzelfde vergrijp dat Nadir ten laste wordt gelegd: het doen wegvloeien van gelden uit beursgenoteerde bedrijven naar particuliere (offshore-) rekeningen. Labour was er gisteren als de kippen bij om aan te voeren dat het bedrag dat zij uit handen van Costa heeft ontvangen (“1000 pond in 1987 en 10.000 pond in 1990”) in omvang in het niet valt bij de 440.000 pond die de Tories zeggen te hebben ontvangen van Asil Nadir. En de partij bleef bij haar pleidooi, eerder deze week, dat substantiële giften voortaan verantwoord worden in het financieel jaarverslag van alle politieke partijen.

Ondanks het feit dat Labour nu ook vuile handen blijkt te hebben, lijken de Tories nog steeds de meest kwetsbare partij in de discussie over toelaatbaarheid van anonieme giften en het gesuggereerde verband met politieke bevoordeling van (anonieme) weldoeners. Lord McAlpine, de aannemer en voormalig penningmeester van de Conservatieven, maakte het er gisteren niet beter op door in een televisie-interview rondborstig te erkennen dat de voortvluchtige topman van Nissan UK, Octav Botnar, één miljoen aan de partijkas had bijgedragen (“dat is allemaal oude koek”) en door vervolgens diens belastingontduiking ter waarde van 97 miljoen pond af te doen als “een aanvaring met de inkomstenbelasting” waarvoor de bejaarde Botnar nu niet meer in het gevang gezet hoefde te worden.

    • Hieke Jippes