De vakbeweging neemt een hachelijke positie in op het politieke toneel; Russische vakbond is een sta-in-de-weg geworden

Politieke en economische liberalisering grijpt in tal van landen om zich heen. Leidt dat ook tot meer vrijheid voor de vakbeweging? Zesde deel van een serie.

MOSKOU, 28 JUNI. De oude man loopt met een stok. Sergej Ivanovitsj is invalide. Jarenlang heeft hij zijn vakbondscontributie keurig betaald. Maar nu kan hij naar zijn centen fluiten. “Schoften, we zijn al die tijd gewoon bedrogen. En ik moet nu maar een beetje op mijn volkstuintje schoffelen”, bromt hij agressief terwijl hij over zijn Siberische akkertje staart.

De woede-uitbarsting van Sergej Ivanovitsj is er één in een lange rij. Je hoeft in Rusland maar het woord "vakbond' te berde te brengen of er wordt een litanie van "bedrog' over je uitgestort. De reden is simpel. De sanatoria, zomerkampen, hotels, kuuroorden en andere dienstverlenende instituties die de officiële vakbond in de Sovjet-Unie in driekwart eeuw heeft kunnen opbouwen met het geld van haar miljoenen leden zijn sinds anderhalf jaar gecommercialiseerd. Een vakantie daar kunnen de gewone arbeiders, die niet over de geëigende vriendschappen en kanalen beschikken, zich dus niet meer permitteren.

Op zichzelf is dat geen nieuw verschijnsel in Rusland. Iedereen die ooit ergens contributie voor heeft betaald, heeft zich altijd genept gevoeld en voelt dat sinds de onttakeling van het officiële Sovjet-bewind eens te meer. Maar als het om de vakbeweging gaat, wroet de wroeging dieper. Iedereen met een vaste baan is er verplicht lid van geweest en heeft dus onvrijwillig afgedragen. Temeer daar die vakbond nog steeds bestaat, ook al heeft hij zich in 1990 omgedoopt tot Federatie van onafhankelijke vakbonden van Rusland (FNPR).

De vakbond voelt zich door de kritiek niettemin onrecht aangedaan. “We zijn niet krankzinnig rijk. In feite zijn niet al die sanatoria, kuuroorden en hotels ons pure eigendom. Vaak zijn ze van de staat en hebben we er indertijd slechts het beheer over gekregen. We kunnen ze niet eens zelfstandig verkopen. Jullie vakcentrale heeft waarschijnlijk meer bezittingen dan wij”, aldus voorzitter Igor Klotsjkov van de vakbondsfederatie.

Het oproeien tegen de publieke opinie is een van zijn lastigste taken geworden sinds de politieke omwenteling bijna twee jaar geleden. Want net als nagenoeg alle hoge functionarissen is ook Klotsjkov persoonlijk het produkt van voorbije tijden. Klotsjkov, van origine bouwvakker, is eveneens communist geweest en heeft zich dus op talloze niveaus verdienstelijk gemaakt voor het Sovjet-bestuur en de partij. Pas in de laatste fase van het Gorbatsjov-bewind is hij op het andere been gaan staan, tot ergernis van het centraal comité dat hem daarvoor nog eens op het matje heeft geroepen. Maar toen hem en zijn medebestuurders duidelijk werd dat de voorhoede der arbeiders, zoals de mijnwerkers in de Koezbass en Vorkoeta, veel verdergaande hervormingen wensten dan Gorbatsjov op dat moment kon bieden, stapte hij zelfs over naar het kamp van toenmalig oppositieleider Jeltsin.

Nu is de regering van dezelfde Jeltsin hardnekkig in de weer hem de nek te breken. Ze hebben het machtige dagblad Troed (arbeid) al in handen van de overheid gekregen. De redactie voelde zich veiliger met staatsdonaties dan met vakbondsgelden. Bovendien steunt de regering openlijk allerlei kleinere concurrerende vakorganisaties. De Vereniging van sociale vakbonden, waarvan het ledental onbekend is, en de vijftienduizend man tellende Russische federatie van vrije vakbonden kunnen op welwillende hulp rekenen, bijvoorbeeld in de vorm van vliegtickets naar internationale congressen.

De reden daarvoor is uiteraard politiek van aard. De FNPR is een sta-in-de-weg geworden. De vakbond is na augustus 1991 namelijk niet in elkaar gestort, maar slaagde erin om maar liefst zestig miljoen leden binnenboord te houden. In Rusland is geen vakbeweging van het type Solidarnosz ontstaan, want de fabrieken en staatsbedrijven zijn immers in handen gebleven van het oude management. En dus zijn ook de plaatselijke vakbondsleiders, die altijd werden ingehuurd om het sociaal-culturele klerkenwerk op te knappen, op oude voet doorgegaan. Op nationaal niveau heeft deze alliantie zich het afgelopen jaar eveneens uitgekristalliseerd. De vakcentrale is dicht tegen de voorzichtig-oppositionele Burgerunie aangeschurkt, een "centristische' coalitie rond captain of industry Arkadi Volski. De Arbeiderstribune is hun beider krant. Aan klassenstrijd hebben werkgevers en vakbeweging thans geen behoefte. Sterker, ze hebben een gemeenschappelijk belang: de fabrieken met staatssubsidies openhouden en de werknemers beschermen tegen de inflatie die het gevolg is van het eerste.

Maar al deze pogingen om enige continuteit te waarborgen ten spijt, stuit zelfs de federatie van Klotsjkov nu toch op de klassieke dilemma's van elke vakbeweging die in een vrij maatschappelijk veld moet opereren. Het zijn dezelfde vragen waarmee Nederlandse vakbonden worstelen. Zoals: wanneer moeten we in staking gaan, kunnen we de onderlinge saamhorigheid tussen de werknemers in renderende en verliesgevende sectoren in stand houden en hoe innig mogen de betrekkingen met politiek partijen worden?

De eerste vraag heeft zich nog niet aangediend. “Niet omdat we niet radicaal genoeg zijn, maar omdat het bewustzijn van de massa daartoe noopt. De arbeiders zijn moreel niet rijp”, aldus Klotsjkov. “Anders dan in Oekrane zijn in Rusland de schappen in de winkels niet leeg. En er is nog geen massawerkloosheid (in augustus 1992 waren nog geen 904.300 arbeiders als werkloos geregistreerd, red.). Er bestaat alleen verborgen werkloosheid doordat fabrieken hun arbeiders maar twee dagen per week laten werken of met verplichte vakantie sturen. Die werknemers zijn dus nog steeds deel van de fabrieken. Ze zijn vooral bang hun werk te verliezen. Want het management zegt: als je niet loyaal bent, ben je de eerste kandidaat voor ontslag.”

Dat vereist omzichtigheid. Klotsjkov: “Het leven is de beste leerschool. Aan propaganda en agitatie hebben we niets. Het is niet onze opdracht om de situatie te verslechteren. Maar als de arbeiders het gevoel hebben dat ze worden belazerd zullen ze niet zwijgen.” Vandaar ook het enthousiasme bij de bond voor de stakingsgolf in Oekrane. In Rusland zou het, als Jeltsin zijn anti-inflatiebeleid echt durft door te zetten, ook wel eens hard kunnen gaan. “Wellicht dat de president, de regering en het parlement dit een beetje begrijpen nu er in Donbass wordt gestaakt.”

De tweede kwestie is structureler van aard. Het uiteendrijven van de verschillende economische sectoren in de Rusland maakt het er niet eenvoudiger op een gemeenschappelijke koers uit te zetten. De FNPR is sinds kort gesplitst in zes associaties die elk een economische branche vertegenwoordigen en specifieke vakorganisaties overkoepelen. Het gevolg daarvan is dat de mijnwerkers, transporteurs, olieboorders of gasfitters een hele andere opvattingen over het regeringsbeleid hebben dan de werknemers in het "militair-industrieel complex' en de textiel- of landarbeiders. De eersten worden naar verhouding vorstelijk betaald. De laatsten weten zich daarentegen op de schopstoel. Deze belangenscheiding voltrekt zich bovendien ook nog eens langs regionale lijnen. De werknemers in Siberië zijn er materieel veel beter aan toe dan de arbeiders in centraal-Rusland. De siberiakken staken dus niet zomaar, terwijl de laatste categorie heel goed weet dat ze er "politiek' niet veel meer toe doet en niemand dus wakker zal liggen van haar "actiebereidheid'. De behoefte aan centraal beleid èn decentralisatie van de organisatie wordt zo bijna onmogelijk.

De vakbeweging probeert deze tegenstellingen in eigen kring in goede banen te leiden door zoveel mogelijk met de regering te overleggen. Die rustige koers is het afgelopen jaar echter danig gecompliceerd door de machtsstrijd tussen Kremlin en parlement. Dat voortdurende conflict vertroebelt de verhoudingen op politiek niveau zozeer dat niemand meer weet naar welk adres men zich het best kan begeven. De FNPR heeft onlangs bijvoorbeeld gepleit voor een nieuw sociaal-zekerheidsstelsel. Tot nu toe betaalt de bond de uitkeringen als een ware monopolist. Volgens Klotsjkov zou het systeem, naar Zweeds model, zo moeten worden hervormd dat het beheer over de gelden in handen van de drie sociale partners komt te liggen. President Jeltsin heeft dat idee echter van de hand gewezen en per oekaze alle uitkeringsgelden voor de regering opgeëist. Behalve door "nee' te zeggen heeft Klotsjkov daartegen vooralsnog weinig kunnen uitrichten. Als hij bij de volksvertegenwoordiging had aangeklopt, zou hij zich immers helemaal onmogelijk hebben gemaakt bij de president.

Dit voorval illustreert de hachelijke positie van de vakbeweging op het politieke toneel. Het dilemma tussen betrokkenheid en afzijdigheid jegens de politiek dient zich komend najaar niettemin in volle omvang aan als er vervroegde parlementsverkiezingen zullen worden gehouden. Vijftig procent van de zetels in de Staatsdoema, een van de twee kamers in de nieuwe volksvertegenwoordiging, is bestemd voor kieslijsten van politieke partijen. Wie dan te steunen? “De Burgerunie of de Partij van de Arbeid (een democratisch-socialistische club met marxistische grondtoon, red.)? De Burgerunie is uiteindelijk een directeurspartij. De PvdA daarentegen is nu nog een zwak partijtje. Als wij ons er financieel, organisatorisch en propagandistisch achter zetten, kan het de grootste partij worden. Maar we lopen dan wel een risico”, aldus Klotsjkov.

Binnen de vakbeweging is de politieke flirt om de steun van de leiding daarom in volle gang. De PvdA heeft via enkele jonge intellectuelen al een aantal sleutelposities weten in te nemen, in de hoop zo straks tijdens de campagne de nog altijd enorme financiële reserves te kunnen bijsturen. Zo is de politieke adviseur van Klotsjkov een gekend trotskist. Want hoewel Klotsjkov de rijkdom van de bond bagatelliseert, heeft hij nog altijd een geweldig potentieel in handen: kranten, tijdschriften, radio en televisie alsmede geld. Wie dat kan inzetten, heeft iets te zeggen. Bijna nergens is bezit zo'n politiek chantagewapen als in Rusland.