BROERS EN HET ECHTE MOTORGEVOEL

Bij de TT van Assen viel de oudste uit met materiaalpech. De jongste reed de race wel uit, maar eindigde in de middenmoot. Patrick en Jurgen van den Goorbergh, een paar jaar geleden uitgeroepen tot potentiële winnaars in de 250cc-klasse, hebben ieder hun eigen problemen. Patrick presteert redelijk, maar heeft wellicht geen geld meer om in de volgende Grand Prix aan de start te verschijnen. Jurgen heeft een modaal inkomen. Hij blijft op het sportieve vlak achter bij de voorspellingen.

Hun uiterlijk voldoet aan de verwachtingen. Een motorcoureur is tegenwoordig geen zwaar gebouwde sportman. Patrick en Jurgen van den Goorbergh zijn nauwelijks 1.75 meter lang. Hun ranke postuur raakt uit model als de bovenarmen tevoorschijn komen. Spierballen, nodig om de zware motoren in bedwang te houden. Bij Patrick ontwaren zich de eerste rimpels. Jurgen heeft ook zijn problemen, maar bij hem overheerst de eeuwig lijkende glimlach. Een gezond optimisme of de naviteit die de oudste al heeft afgezworen?

Volgens Jurgens monteur Fred Dolstra werkt het zachte karakter van zijn coureur momenteel nadelig. “Ik zou willen dat hij eens met de vuist op tafel sloeg.” Dolstra werkte eerder ook met Patrick. “Die is eigenlijk nog liever, als ik dat woord voor een jongen tenminste mag gebruiken. Maar Jurgen is na de race ook een schat.” Dolstra bevestigt elke dag de Yokohama-banden aan de motor van Jurgen. Die bandenkeuze is volgens hun vroegere begeleider Boet van Dulmen de oorzaak van Jurgens tegenvallende prestaties. “Hij is te gemakzuchtig. Die Yokohama-banden kosten hem namelijk niks. Hij denkt zelf dat hij er hard mee gaat maar als alle anderen je steeds voorbij rijden met andere banden, is er toch iets mis.”

Gemakzucht of geldzorgen. Beide gebreken zijn een belemmering om de top te halen. Van Dulmen: “Onze generatie was harder. Die twee zijn op te jonge leeftijd al in de watten gelegd. Patrick liep kwaad bij me weg omdat ik te streng was. Hij kon niet tegen de waarheid. Jaren later gaf hij toe dat ik gelijk had. Nu rijdt hij goed maar heeft hij geen geld. Jurgen is technisch beter, maar heeft er weer minder voor over. Wat ze allebei missen is het echte motorgevoel. Dat heb je of heb je niet. Wil Hartog had dat ook niet. Toch heeft die lange het verder geschopt dan ik.”

Voor Patrick van den Goorbergh was het zaterdag in Assen misschien wel erop of eronder. De hele week vertoonde zijn Aprilia-motor al rare kuren, tijdens de TT liet het materiaal hem na elf ronden in de steek. Zijn laatste kans verkeken? Die ochtend had hij nog een locale radio-oproep gedaan om de benodigde vijftigduizend gulden bijeen te sprokkelen. Of te bedelen, zoals zijn manager Jan Huberts het noemt. De baas van het Exact-team is van mening dat leuren om geld niet past bij een professionele sport.

De 27-jarige Patrick is wellicht ten einde raad. En dan heb je lak aan de huisregels. Hij krijgt in de ploeg van Huberts alleen startgeld en een lease-motor uit Italië. Al de andere kosten komen op rekening van zijn eigen sponsors. Daar zit het probleem voor de oudste Van den Goorbergh. De geldschieters staan niet in de rij. De motorsport heeft sterk te lijden onder de economische recessie. Zaterdag had hij zich in de belangstelling kunnen rijden. Nu dat niet gelukt is, vreest hij dat Assen zijn voorlopig laatste Grand Prix is geweest. “De spaarpot is gewoon leeg. Een nieuwe auto zit er ook niet in. Mijn vriendin zorgt momenteel voor de inkomsten.”

De ironie wil dat de prestaties op de weg beter worden. Dit seizoen veroverde Patrick 8 WK-punten. Maar financieel ziet hij weinig terug van die winst. De premies gaan in een grote pot, die vooral bestemd is voor die andere Nederlandse 250cc-coureur, Wilco Zeelenberg. Ook kwartliter-rijder Hans Spaan moet geldschieters aanboren om in de race te blijven. Manager Huberts zegt weinig te kunnen doen om het lot van zijn meest ongelukkige te keren. Vroeger kregen zijn coureurs alle voorzieningen, nu garandeert Huberts alleen nog een lease-auto en de startplaatsen. Zijn software-bedrijf heeft betere tijden gekend.

Wat dat betreft heeft de 23-jarige Jurgen van den Goorbergh er goed aangedaan niet met Huberts in zee te gaan. Hij rijdt in dienst van Lee van Dam, een suikeroom. “Maar die heeft geen kennis van motoren”, meent Van Dulmen. “Dat heeft Huberts weer wel.” Jurgen moet op technisch gebied alles zelf regelen. “Ik ben m'n eigen baas en heb bijvoorbeeld drie monteurs in dienst. Of ik ze te weinig commandeer? Ik denk dat ze de motor goed genoeg kennen.”

Jurgen had als tiener zijn broer als grote voorbeeld. Patrick hun vader Piet van den Goorbergh. Die was zelf tweemaal nationaal kampioen en nam zijn oudste zoon vaak mee naar het circuit. Patrick: “Ik wist al van jongs af aan dat wanneer ik achttien was, ik m'n motorijbewijs ging halen. Ik voetbalde toen bij NAC in de regionale jeugd, maar koos toch voor de motor. Ik ben een Einzelgänger. Was te fanatiek voor een teamsport.”

Patricks achtergrond wordt bevestigd door Jurgen. “Hij is veel meer een sportman dan ik. Ik ben meer een techneut, daar weet Patrick weer minder van. Ik interesseerde me nooit voor wedstrijden. Had alleen maar commentaar langs de kant.” Jurgen raakte pas op zijn zestiende genteresseerd in de motorsport, maar die achtstand haalde ij heel snel in. “Ik ging met m'n vader en Patrick veel naar Duitsland en België, waar je zonder rijbewijs wel mocht trainen. Dat is mijn geluk geweest.”

Beiden waren als amateur succesvol in wedstrijden om de Europese kampioenschappen. In 1990 reden ze in dezelfde ploeg. “Dat was de mooiste tijd. Veel gelachen en goed gepresteerd. Hun profdebuut wekte verwachtingen. “Misschien dat we nog eens met elkaar moeten gaan rijden”, meent Jurgen. Hij reageert laconiek. Volgens Van Dulmen heeft hij geld genoeg. Naar eigen zeggen kan hij zich als privé-rijder net bedruipen.

Het lot van een generatie coureurs die in het verkeerde land en in een verkeerde tijd is geboren. De grote jongens komen steevast uit grote, kapitaalkrachtige landen. Amerikanen, Australiërs, Japanners, Italianen. Patrick: “We hebben weinig conact met de fabrieksjongens. Natuurlijk benijd je ze wel eens.” Jurgen: “Als ik tiende werd vond ik dat een hele prestatie, als je kijkt hoe veel beter hun motoren waren. Maar de buitenwereld vindt dat een tiende plaats niks voorstelt.”

Volgens Boet van Dulmen heeft de nationale jeugd te weinig wedstrijden, mist zij de competitie. Zeker nu het Europees kampioenschap is afgeschaft. “Wij reden dertig wedstrijden per jaar rijden in eigen land, op verschillende banen. Nu rijden ze er zes, allemaal in Assen.” Maar de voormalige waaghals uit Ammerzoden geeft toe dat het in zijn tijd eenvoudiger was. “Toen kon je als privé-rijder nog wel eens voor een stunt zorgen.”

Bernie Ecclestone, de kwade geest volgens menig motorsportliefhebber, heeft juist de minder sterke coureurs financieel verbeterd. Het hogere start- en premiegeld wordt echter teniet gedaan door de verminderde sponsorbedragen. Voor Patrick van den Goorbergh kan elk telefoontje deze week het verlossende zijn. Aan alternatieven wil hij nog niet denken. Vroeger werkte hij 's winters in de bouw, voor zijn vaders aannemersbedrijf. Hij verliet de MTS om zich op de motor te storten. “Maar van die levenservaring alleen kun je nu eenmaal niet leven.”

    • Jaap Bloembergen