Alrenta profiteert van rentedaling

Het internationale obligatiefonds Alrenta, beheerd door ABN Amro, heeft de eerste helft van het op 1 oktober 1992 begonnen boekjaar afgesloten met een waardestijging van 13 procent.

Eind september 1992 was de intrinsieke waarde per aandeel 200,70 gulden en eind maart 1993 was dat 226,77 gulden. De beurskoers steeg in die periode van 200,20 tot 228,10 gulden met 13,9 procent.

Het vermogen nam met 270 miljoen gulden toe tot ruim 1,6 miljard gulden onder meer door plaatsing van aandelen.

De directie schrijft in een halfjaarbericht dat door het aanhouden van obligaties met een relatief lange looptijd forse koerswinsten zijn behaald. Ook werden substantiële winsten geboekt op enkele langlopende optietransacties en werd er valutawinst geboekt op de beleggingen in Amerikaanse dollars en Japanse yen.

De geografische verdeling van de obligatieportefeuille vertoonde in het eerste halfjaar een levendig verloop. Zo bezat het fonds eind september vorig jaar nog 37,2 procent in dollarobligaties. Eind maart 1993 was dat nog maar 4,6 procent, terwijl de totale dollarpositie op die datum 18,7 procent bedroeg. In Deense munt was eind maart 16 procent van de portefeuille belegd, eind september was dat nihil. Guldensobligaties, eind september nog goed voor 8,7 procent, stonden eind maart op 2,8 procent, terwijl Franse obligaties eind september 5,4 procent van de portefeuille uitmaakten tegen eind maart nog 9,9 procent. In Ierse ponden was eind maart 11,3 procent belegd, aan het begin van de verslagperiode was de positie evenwel 0,2 procent "short'. Obligaties in Britse ponden, eind september nihil, maakten eind maart een "come back' met 9,9 procent. De sterlingpositie was echter nagenoeg geheel afgedekt en laat een belang zien van slechts 0,3 procent.

De directie schrijft in het vandaag verschenen (en op 18 mei gedateerde) halfjaarverslag dat ondanks de forse rentedaling in de afgelopen periode, er geen aanleiding is te verwachten dat de rente weer zal stijgen. Er bestaat nog ruimte voor enige verdere rentedaling. Het voornaamste argument waarop die uitspraak steunt is volgens de directie dat er voorlopig wereldwijd geen gevaar bestaat voor het aantrekken van de inflatie. Op valutagebied denkt de directie dat de yen, de dollar en de aan de dollar gerelateerde munten nog verder in koers zullen stijgen.

Omdat Alrenta geen dividend uitkeert en buiten Nederland (in Curaçao) is gevestigd, vallen in Nederland belastingplichtige aandeelhouders onder de "fictief rendement' regeling.