Volkstuinders op de schopstoel

De 250.000 volkstuinen in Nederland vormen niet alleen een toevluchtsoord voor bewoners van bovenhuizen, ze zijn ook een wijkplaats voor dieren. Maar de toekomst van de terreinen is onzeker. De groene longen van de stad, zoals hun eigenaars ze noemen, worden bedreigd door kantoren en bedrijvenparken. De tijd voor actie is aangebroken, vinden de tuinders: elke vierkante meter grond moet worden bevochten. "Die tuin is alles voor ons, ergens anders kunnen wij niet aarden.'

Op het volkstuincomplex aan de Haagse Loolaan is alles bij het oude gebleven. Anders dan op de meeste terreinen, zijn de tuinen er voorzien van huisjes zonder moderne gemakken. Nog net als in 1954, het jaar dat het complex in gebruik werd genomen, ontbreken elektrisch licht en riolering; voor water zijn de tuinders aangewezen op enkele tappunten.

""Bij deze vereniging houden we het simpel'', geeft bestuurslid Tinie Hartog toe. ""Het is hier een beetje primitief, maar dat spreekt onze leden juist aan. Het gaat bij ons nog steeds om tuinieren, niet om een vorm van recreatie waarvoor je een glad gazon, een terras en luxe ligstoelen nodig hebt. De meeste mensen houden hier het idee van de oude "nutstuin' in ere: ze richten zich vooral op de verbouw van groente en zijn pas gelukkig als ze hun eigen sla, kool en andijvie mee naar huis kunnen nemen.''

Rondlopend langs fruitbomen en bloeiende heesters, wijst niets erop dat dit een van de vele volkstuincomplexen is die de komende tijd in Nederland het veld moeten ruimen. Een paar maanden voor de bulldozers arriveren, wordt er nog druk geschoffeld, geharkt en gemaaid; slechts een enkeling doet een dutje in de zon. Als vanouds meldt een rooster op het mededelingenbord welke leden aan de beurt zijn om paden te wieden, sloten schoon te houden of anderszins nuttig te zijn in het algemeen belang. Goedverdienende leden bij andere verenigingen besteden dit "gemeenschapswerk' tegenwoordig uit, maar aan de Loolaan is daarvan geen sprake. ""Het zou te gek zijn als iemand met een dikke beurs niets hoeft te doen'', vindt Tinie Hartog. ""Wie ziek is of te oud kan vrijstelling krijgen, maar alle anderen helpen mee. Wie daar niet voor voelt, kan maar beter opstappen. Gelukkig doet dit probleem zich zelden voor, de meesten weten dat die werkbeurten het contact bevorderen.''

De hechte onderlinge band is een van de redenen waarom de tuinders zich aan de Loolaan thuis voelen. De tuinen van het complex liggen ingeklemd tussen autowegen en een van de drukste spoorbanen van het land, maar een ernstig bezwaar vindt men dit niet. ""Wat is er heerlijker dan dit plekje?'' vraagt mevrouw Stel zich af. In haar tuin wijst ze om zich heen: daar staan de pioenrozen en de lupines, even verder de groenten, hier heb je de appelboom die vorig jaar zeventien kilo goudrenetten droeg en die boom daarachter werd negentien jaar geleden geplant op Vaderdag. ""Het is een genot - zo kort bij huis en toch helemaal buiten. Zoiets wil je toch nooit meer kwijt?'' Anderen zijn niet minder enthousiast. ""We zitten hier middenin de stad, maar als je bezig bent in de natuur vergeet je dat'', zegt een vrouw terwijl achter haar de Intercity voorbij snelt.

Ook het nieuws dat de grond van het complex is vervuild, kon de tevredenheid niet ondermijnen. Berichten over sporen van cadmium en lood brachten enkele jaren geleden even onrust, maar al gauw kreeg de nuchterheid de overhand. Al die auto's en treinen zorgden hier altijd al voor vervuiling, zo redeneerde men. Niemand maakte zich daar toch ooit druk over? En denk eens aan het Westland: als je ziet hoe ze daar de kassen schoonmaken, kan je maar beter van je eigen tuintje eten.

Hakenkruis

Zelfs de vele gevallen van diefstal en vandalisme nemen de leden van de Loolaan voor lief. Bij sommigen is al vier keer "alles weggehaald', soms werd zelfs de hele keuken gesloopt, maar om die reden is nog nooit iemand vertrokken. Berustend toont meneer Spierenburgh (73) de achterwand van zijn huisje waarop een onbekende met onvaste hand een hakenkruis kalkte. Dezelfde bezoeker sloeg binnen alles kapot en beukte bovendien, naar het lijkt in blinde woede, een gat in de muur. De daarnaast aangebrachte tekeningen en liederlijke teksten zijn inmiddels weggeboend. De volkstuinder haalt zijn schouders erover op: ""Die dingen gebeuren vandaag de dag, daar begin je niks tegen.'' Meer reden tot zorg voor hem en zijn medestanders is het vooruitzicht dat hun tuinen binnenkort, zoals ook elders gebeurt, worden opgeofferd voor nieuwbouw. ""Over een paar maanden is het hier gedaan, na al die jaren kunnen we ons boeltje pakken en opstappen. Dat heeft de gemeenteraad zo beslist, daar verander je verder geen pest aan. Ik weet wel hoe het komt: de gemeente is gek gemaakt door een stelletje projectontwikkelaars. Die lui willen hier nieuwe kantoren zetten, maar vraag me niet waarom. Als ik door de stad rij, zie ik overal om me heen lege gebouwen staan.''

Van de 164 tuinders aan de Loolaan moeten er eind dit jaar 124 verdwijnen; dank zij langdurige acties kunnen 64 leden op een nabijgelegen stuk braakland opnieuw beginnen. Zoals ook elders het geval is, brengen ouderen zo'n verhuizing niet meer op. Meneer Spierenburgh vormt een uitzondering: hoe lang hij het volhoudt is voor hem de vraag, maar als het even kan legt hij straks een nieuwe tuin aan. Mevrouw Slootweg, een perceel verder, heeft hetzelfde besloten. ""Voor geen prijs blijf ik op mijn etagewoning zitten'', zegt ze. ""Voor de deur staat een stoplicht en aan de achterkant een magazijn van bouwmaterialen, dus de hele dag kijk je tegen de auto's aan. En zodra het raam open is, verga je ook nog 's van de stank. Pas hier buiten kom ik tot rust, maar hoe lang nog? Dat weet je nooit, op deze wereld zijn wij allemaal mensen voor een dag. Maar dit jaar pakken we in elk geval nog mee.''

Haar overbuurman Martinus van der Wansem is 81 jaar, een leeftijd die hem deed besluiten zich niet meer te laten verplaatsen. Al 25 jaar tuiniert hij samen met Arie van Overveld die, de das gestrikt, vol trots de ronde doet door zijn goed gevulde groentetuin. ""Zie hier: knolselderij, spitskool, kroten, tuinbonen - alles staat er even mooi bij, je kan je niet indenken dat er hier straks niks meer is. Daar staan de bloemkolen, zo zie je ze nog niet eens bij de tuinderij. Kijk 's even... pronkbonen, peulen, rode kool, een hele bak vol prei. En hier... alsjeblieft, aardappelen, allemaal aardappelen. Nog jaren had ik op mijn gemak verder willen tuinieren, maar nu jagen ze ons weg. Overal zie je hetzelfde gebeuren: de gewone mensen met hun volkstuin moeten wijken voor van die achterlijke kantoortorens. De tijd dat vakbondsleider Kok een ster in de tafel sloeg als hij op moest komen voor de werkman is voorgoed voorbij.''

Vooruitgang

De ruim 250.000 Nederlandse volkstuinders hebben de laatste jaren te kampen met wat zij de "grondhonger' van de overheid noemen. Vooral rond de grote steden moeten steeds meer complexen plaats maken voor nieuwbouwwijken en wat tot voor kort de vooruitgang heette: bedrijfsterreinen, kantorenparken, wegen en spoorbanen. Daarnaast worden de zevenhonderd tuindersverenigingen in hun bestaan bedreigd door sterk verhoogde heffingen. Deze leiden tot lastenverzwaringen die voor de leden (onder wie veel mensen met een uitkering) moeilijk zijn op te brengen. Al doende is zo een voedingsbodem ontstaan voor een sfeer van mismoedigheid.

""De politiek schijnt te denken dat mensen slechts belang hebben bij welvaart, voor welzijn moet men zelf maar zorgen en betalen'', concludeert het Algemeen Verbond van Volkstuinders in Nederland (AVVN) in een jaarverslag. ""Menselijke aspecten noch zakelijke argumentatie lijken enig invloed te hebben'', zo voegt de AVVN er nog aan toe. Op grond hiervan koestert een deel van de achterban weinig hoop voor de toekomst. ""Toen bekend werd wat de gemeente met de Loolaan wilde, reageerden de mensen boos en verdrietig'', zegt Tinie Hartog. ""Sommige leden besloten na dertig jaar op te stappen. "Tegen zoiets valt toch niet te vechten', vinden ze. Als "de hoge heren' eenmaal iets in hun hoofd hebben, krijg je dat er naar hun idee niet meer uit.''

Sinds kort zijn er in deze kring echter tekenen die wijzen op een cultuuromslag. Dat is vooral te danken aan de komst van ex-AbvaKabo-voorman Jaap van de Scheur, die in 1990 aantrad als AVVN-voorzitter. Al meteen na zijn benoeming werd duidelijk dat er in de Nederlandse volkstuinen een nieuwe wind waait. Het is tijd voor verzet, zo liet hij weten: de tuinders "nemen geen genoegen' meer met het gedwongen sluiten van complexen en zullen in het vervolg vaker de trom roeren. ""Nu er een gevecht aan de gang is om elke vierkante meter grond kunnen onze mensen niet afzijdig blijven'', licht Van der Scheur toe. ""Dit wil niet zeggen dat ze nu met harken en schoppen naar het gemeentehuis moeten gaan, zulke acties hebben geen zin. Ik wil alleen dat de tuinders voortaan opkomen voor hun belangen, bijvoorbeeld door invloed uit te oefenen op raadsleden. Dat zijn meestal geen slechte mensen, maar vaak wel onwetend - zeker op dit gebied. Daarom is het verstandig ze een middag uit te nodigen, misschien zien ook zij dan wat ik laatst zag op zo'n terrein: de meest uiteenlopende planten, salamanders, hagedissen en vogels waarvan ik niet meer wist dat ze bestonden. Na zo'n bezoek zeggen die politici waarschijnlijk niet meer zo snel: Ach, het zijn maar volkstuinen.''

De nieuwe gedragscode van Van van der Scheur wierp op de Loolaan zijn vruchten af. Nadat de aanvankelijke moedeloosheid was overwonnen, organiseerden de tuinders demonstraties, ontvingen zij zowel raadsleden als televisieploegen en gingen ze in optocht naar de Haagse raadszaal, waar zeventien van hen 150 minuten lang het woord voerden om hun ongenoegen kenbaar te maken. Samen met de wijkraad Bezuidenhout dienden zij bovendien driehonderd bezwaarschriften in tegen de kantorenbouw. De actie had ten dele succes: veertig tuinen blijven behouden en een flink deel van de gedupeerde leden krijgt (afgezien van een vergoeding) een nieuw stuk land in de buurt. Het plan hen te verplaatsen naar een plek langs de snelweg buiten de stad is daarmee van de baan.

De uitkomst illustreert volgens Jaap van de Scheur dat lang en hard moet worden onderhandeld om een compromis te bereiken. ""Altijd en eeuwig legt men in eerste instantie de nadruk op de economische belangen, de rest telt niet. Zo was het vroeger ook al. Het natuurgebied De Beer moest en zou weg om ruimte te scheppen voor de Rotterdamse haven, maar achteraf vraag je je af of het echt nodig was. We hoeven niet per se alles in stand te houden, maar het kan geen kwaad voorzichtiger te zijn: wat je eenmaal kwijt bent, krijg je nooit meer terug. Afbraak van onze leefomgeving past trouwens slecht binnen het beleid van de regering, die wil dat we dichtbij huis recreëren. Nu weet ik wel dat mensen die voortdurend in snelle auto's rijden daar anders over denken. In hun ogen is het heel normaal om een complex twintig kilometer te verplaatsen, maar voor iemand die van zijn AOW leeft is zo'n afstand onoverkomelijk. Ik heb mensen zien janken omdat ze hun tuin moeten verlaten en zodoende veroordeeld zijn tot een bovenhuis in een arbeiderswijk. Achter de ramen van de derde etage gaan ze daar langzaam dood.''

Zelfbewustzijn

Volkstuinen danken hun ontstaan aan armenzorg, al was hierbij van meet af aan meer dan louter naastenliefde in het spel. Begin vorige eeuw zagen de Engelsen de uitgifte van land als een humane methode om het armengeld laag te houden. Tegelijkertijd vormde deze vrijgevigheid een tegenwicht voor de angst dat armoe zou leiden tot immoreel gedrag. Ook in Duitsland speelden deze overwegingen een rol, zo blijkt uit de studie Van Coelghaerde tot Vrijetijdstuin van drs. F. Zantkuyl. Met de toewijzing van Armengärten werd geprobeerd een scheiding aan te brengen tussen 'hopeloze asociale elementen' en burgers met nog een zeker zelfbewustzijn. Een vertegenwoordiger van deze laatste groep, zo redeneerde men, kreeg op zijn eigen stukje land de kans een volwaardig staatsburger en bruikbaar lid van de gemeenschap te worden. Naar het idee van dr. Daniel Schreber, een in Leipzig gevestigde arts, ontstond zo een stevige basis voor het gezin, "de kiemcel van de staat'. Door zijn toedoen kregen veel steden zogenaamde Schrebergärten die, naar later werd bepaald, op "kinderwagenafstand' van de woningen moesten liggen.

De aanleg van de eerste Nederlandse volkstuinen is te danken aan de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, die daarmee ruimhartig het "algemeen volksgeluk' wilde bevorderen. Maar ook hier leefde de hoop dat het daar niet bij bleef. Het verhuren van tuintjes is een middel om niet slechts "den welstand van den werkman' maar ook diens arbeidsvermogen te bevorderen, zo stelde ds. Bruinwold Riedel in 1897 namens het Nut. Ook elders was men erop uit de gevestigde belangen veilig te stellen. Zo gaf de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij grond in beheer aan de Anti-sociaal-democratische bond van spoorwegpersoneel Recht en Plicht, een vereniging die de trits "God, gezin en eigendom' in haar vaandel voerde. Sociale politiek speelde pas een rol toen het kort voor de Eerste Wereldoorlog kwam tot oprichting van het Amsterdamse Comité voor Volkstuinen, een voorloper van het Algemeen Verbond.

In 1914 waren er in Nederland 2.153 stukjes grond die, gezien de daar gekweekte groenten en aardappelen, als nutstuinen werden aangemerkt. Dertig jaar later was het aantal volkstuinders gestegen tot 21.000, een al omvangrijke groep die nadien nog met 230.000 mensen toenam. Naarmate de welvaart groeide, legden zij steeds meer de nadruk op bloemen en heesters die de groenteveldjes van weleer deden veranderen in siertuinen.

De laatste jaren komen groenten weer meer in zwang, een tendens die wordt verklaard uit een groeiende vraag naar milieuvriendelijk gewas. Toch gebruikt meer dan de helft van de tuinders nog kwistig de gifspuit: hun verweer tegen muizen, mossen en insecten vergt jaarlijks 200.000 kilo chemische verdelgingsmiddelen. Om hierin verandering te brengen is inmiddels een ambitieus "Milieu Plan' opgesteld. Dit initiatief moet de AVVN, dank zij een verbeterd imago, sterker doen staan in de strijd om het behoud van 6.000 hectare openbaar groen.

Haast is geboden, want de bond meldt dat "het beton' in snel tempo oprukt. Tot de bedreigde complexen behoren Tot Ieders Genoegen in Heemskerk, Levenslust te Delft, De Groene Lunet in Utrecht, De Boerderij in Zevenhuizen en De Brug te Maarssen, een nog jonge vereniging die volgens het bondsverslag niet wenst te wijken voor het Masterplan Maarssenbroek. Bijzonder zorgelijk is de situatie in Rotterdam, waar de toekomst van 28 van de 43 terreinen onzeker is. Tijdens een recente bijeenkomst van de AVVL sprak wethouder Van der Schalk wat dit betreft omineuze taal. In "een grote, dynamische stad als Rotterdam' is "maximaal rendement van de beschikbare ruimte een speerpunt in het beleid', aldus de bewindsman. Intensiever grondgebruik, zo vervolgde hij, leidt tot de vraag of sportvelden en volkstuinen in "de stedelijke structuur' nog wel op hun plaats zijn. Op deze vraag bleef de wethouder het antwoord niet schuldig: ""De tijd dat alle voorzieningen een riant plekje onder de stadszon konden vinden, is voorbij.''

Bedrijvenpark

Een van de complexen die "een optimale economische groei' van de regio in de weg staan is De Wilgentuin, een terrein gelegen langs Rotterdams lokale bulderbaan op Zestienhoven. Enkele jaren geleden al maakte publikatie van het Integraal Plan Noordrand duidelijk dat het de bedoeling is de 180 volkstuinen op te doeken. Daarmee komt grond vrij voor een bedrijvenpark en, zoals gebruikelijk in dit soort plannen, een "ontsluitingsweg'. Een deel van de oudere tuinders raakte in paniek en vertrok, maar de meesten gaven te kennen De Wilgentuin tot het eind toe trouw te blijven.

""Al jaren zitten wij op de schopstoel, maar daar laten we ons niet door kennen'', zegt mevrouw Stoelman. ""Zo gauw het voorjaar begint, brengen we alle dagen hier door. Die tuin is alles voor ons, ergens anders kunnen wij niet aarden.'' Haar man knikt instemmend: ""Toen ik een paar maanden geleden bij de dokter kwam, zei hij: "Het wordt weer tijd dat je naar de tuin gaat, dat zal je goed doen.' Die man heeft gelijk. Soms fiets ik hier ook 's winters naar toe, dan kijk ik of alles recht staat en loop ik een beetje door de tuin - heerlijk is dat. Als ik dan thuiskom, ben ik helemaal opgeknapt.''

Wijzend door het raam van hun huisje, vertellen ze dat er "voor duizenden guldens' in de tuin staat. ""In twintig jaar tijd hebben we het allemaal op zien komen en straks maken we mee dat het in de puin gaat... dat klopt toch niet? Maar volgens ons doe je er niks tegen: als ze bij de gemeente eenmaal een streep op de kaart hebben gezet, krijg je die er niet meer af.''

    • Paul Hellmann