VERZEKERD VOOR HET LEVEN

Death Benefit. A Lawyer Uncovers a Twenty-Year Pattern of Seduction, Arson, and Murder door David Heilbroner 353 blz., gell., Harmony Books 1993, f 44,80 ISBN 0 517 58284 8

Als Virginia McGinnis een verzekering afsloot, volgde altijd spoedig een claim. Elk huis dat ze bewoonde, brandde vroeger of later af. Toen ze in 1986 haar auto had verzekerd, werd die zes dagen later al gestolen. De verzekeringsmaatschappij vond het verdacht, maar kon niets onregelmatigs ontdekken en betaalde. In februari 1987 vroeg Virginia McGinnis bij dezelfde maatschappij een levensverzekering aan, op naam van een twintigjarig meisje dat ze omschreef als de ""fiancé-to-be' van haar zoon. De verzekeringsmaatschappij ging akkoord. Op 1 april trad de polis in werking.

De volgende dag maakten Virginia en haar echtgenoot langs de Californische kust een autoritje met het meisje, dat nog nooit het grandioze uitzicht vanaf de rotsen van Big Sur had bewonderd. Bij een mooi uitkijkpunt stapte het trio uit, om foto's te maken. Het meisje liep op schoenen met hoge hakken.

Een week later claimde Virginia McGinnis 35.000 dollar op de levensverzekering. Het meisje was van de rotsen gevallen. Het was natuurlijk verdacht dat een dergelijk ongeval een dag na het ingaan van de polis was gebeurd, maar wie kon iets bewijzen? De verzekeringsmaatschappij traineerde een tijdje, maar betaalde uiteindelijk toch. Wat was 35.000 dollar nu helemaal?

De naam van het slachtoffer was Deana Hubbard, een zwakbegaafd meisje uit Kentucky dat in Californië tijdens de langdurige afwezigheid van haar echtgenoot, een marinier, in een milieu van delinquenten was verzeild geraakt. Daar had ze een van de zoons van Virginia McGinnis leren kennen, een drugsdealer, die meer tijd in dan buiten de gevangenis doorbracht. Ze had het aanbod om bij Virginia in te trekken geaccepteerd omdat ze niet terug wilde naar haar moeder, met wie ze toch maar ruzie zou krijgen.

Die moeder was een keurige onderwijzeres te Louisville, en zij was zeer geschokt toen ze hoorde dat Deana op deze wijze het leven had gelaten. Omdat ze geen reden had te betwijfelen dat het om een ongeval ging, was ze verbaasd toen haar verzekeringsmaatschappij niet onmiddellijk de kosten voor de begrafenis wilde betalen. Ze riep de hulp in van advocaat Steve Keeney, die ze 's zondags altijd in de kerk hoorde preken. Keeney had er geen zin in maar beloofde de zaak voor haar uit te zoeken omdat hij dacht dat het een half uurtje werk zou zijn. Het zou een jaar of vier worden.

VERBIJSTERD

Bij de eerste navraag hoorde Keeney dat de vrouw die getuige van het ongeluk was geweest de dag ervoor een levensverzekering op Deana had afgesloten. Verbijsterd informeerde hij bij de politie en de openbare aanklager ter plaatse of deze zaak niet onderzocht diende te worden, maar niemand was bereid actie te ondernemen. Vervolgens ging Keeney zelf op onderzoek uit.

Dat gebeurde aanvankelijk niet zonder weerstand, want vrije tijd had Keeney eigenlijk niet. Hij werkte als vennoot in een grote advocatenfirma die zaken regelde voor grote bedrijven en in jaren geen menselijke klant meer had gehad. Maar naarmate hij meer in de zaak verwikkeld raakte, groeide zijn verbetenheid.

Het verhaal van zijn bemoeienis met de zaak loopt enigszins parallel met dat van degene die het hele verhaal uiteindelijk heeft opgeschreven, David Heilbroner. Hoewel deze de absurditeiten van het Amerikaanse juridische systeem eerder beschreef in Rough Justice, had hij aanvankelijk helemaal geen zin zich te verdiepen in de zaak-McGinnis. Heilbroner had literaire ambities, hij wilde een roman schrijven. Maar de figuur van Steve Keeney boeide hem, en zo ontstond uiteindelijk het zojuist verschenen, soms nagelbijtend spannende true-crime boek Death Benefit. Het is een archetypisch verhaal van een rechtschapen advocaat uit de provincie die zich niet liet afschrikken door het cynisme van politie, assurantiefirma's en juristen, en zorgde dat recht geschiedde in een zaak waar het kwaad leek te zegevieren.

De ontwikkeling die Keeney doormaakte (van vaag plichtsbesef tot betrokkenheid) is een van de thema's van het boek. Het is een klassieke tranentrekker: workaholic wordt geconfronteerd met menselijk leed en gaat nadenken over zijn eigen leven. Maar Heilbroner doet daar, zeker naar Amerikaanse maatstaven, niet al te sentimenteel over. Hij laat zien dat Keeneys betrokkenheid min of meer een bijprodukt was van zijn rechtlijnigheid: toen hij eenmaal had besloten de zaak tot de zijne te maken, pakte hij het onderzoek net zo systematisch aan als zijn reguliere werk. Met behulp van telefoon, fax en computer wist hij Virginia's verzekeringsgeschiedenis te achterhalen en vervolgens ook de rest van haar verleden.

De levensgeschiedenis van Virginia McGinnes is het tweede thema van Death Benefit. Het is een treurige geschiedenis. Zelfs in het ongeciviliseerde gehucht waar ze opgroeide, wilde geen kind met haar spelen omdat ze zo stonk. Op school stal ze de lunchpakketten van haar klasgenoten en ze ontwikkelde zich alras tot kleptomaan. Keeney compileerde een rapport van 600 pagina's met al haar wandaden: een eindeloze reeks oplichterijen, diefstallen en brandstichtingen, maar ook de dood in zeer verdachte omstandigheden van haar driejarige dochter en haar tweede echtgenoot.

KEURIG GEKLEED

Keeney vond het verbijsterend dat Virginia nooit tegen de lamp was gelopen. Virginia had daarvoor natuurlijk haar best gedaan: ze gedroeg zich altijd zo onopvallend mogelijk. Ze was vriendelijk, sprak netjes en ze was altijd keurig gekleed. Ze was moeilijk te traceren omdat ze voortdurend verhuisde en van naam veranderde, maar vooral wist ze precies hoever ze kon gaan. Door binnen bepaalde marges te blijven, werd het voor verzekeraars en politie en justitie nooit interessant genoeg om iets tegen haar te ondernemen.

Dat gold ook ditmaal. Ondanks Keeneys inspanningen wilde de justitie in Californië zich niet aan de zaak wagen. Pas na heel lang volhouden wist hij de openbare aanklager in San Diego te bewegen Virginia te arresteren op beschuldiging van moord. Na eindeloos uitstel begon in 1990 uiteindelijk de rechtszaak tegen "Lady V', zoals Virginia zich graag genoemd zag.

Echt bewijsmateriaal was er niet. Er waren uitsluitend aanwijzingen, en tijdens de rechtszitting wist de verdediging daarvan nog een aanzienlijk deel onschadelijk te maken. Na het verslag van het proces, waarmee Death Benefit eindigt, komt het bijna als een verrassing dat Virginia nog schuldig werd bevonden. Op grond van het bewijsmateriaal was er alle ruimte voor "reasonable doubt', maar toch twijfelde de jury niet. Waarschijnlijk hadden alle juridische hoogstandjes nauwelijks ter zake gedaan. Vermoedelijk was een blik op de verdachte voor de jury voldoende om er zeker van te zijn dat ze schuldig was.

    • Luuc Kooijmans