"VAKANTIE IS EEN HEL'; Alain Paucard over de terreur van het toerisme

Le cauchemar des vacances door Alain Paucard 87 blz., l'Age d'homme 1993, f 34,40 ISBN 2 8251 0403 5

De verschrikkelijke werkelijkheid van de vakantie staat weer voor de deur. Als lemmingen zullen toeristen naar verre en veel te hete stranden stromen, of de chique quasi-eenzaamheid van Nepal en Tazania zoeken, danwel de nog chiquere ontberingen van het Hilton in Bombay of Havanna ondergaan. Vakantie is vreselijk, zoveel is zeker. In ieder geval voor Alain Paucard. Het is dan ook nauwelijks een verrassing dat de achtenveertigjarige Parijse pamflettist deze middag thuis zit.

Thuis is het veilig, thuis is het beter dan elders, thuis is het altijd gezellig. Al in het eerste hoofdstuk van zijn zojuist verschenen Le cauchemar des vacances ("De nachtmerrie der vakantie') beschrijft Paucard hoe hij een reis om de wereld niet snel genoeg kan afhandelen, om daarna ijlings terug te keren naar het punt van vertrek: Frankrijk. Want nergens op aarde is het zo goed toeven, dat weet Paucard zeker.

""Toerisme is een soort leninisme,'' betoogt hij met diepdoorvoelde overtuiging, ""In 1972 bezocht ik een fabriek in Albanië. Wat we daar als schone schijn te zien kregen en wat er allemaal verborgen werd gehouden, dat leek als twee druppels water op de moderne vakantiereis! De kleurige brochures barsten van de propaganda, van de reiziger wordt totaal bezit genomen, hij moet zich schikken naar het dictaat van de gids en de grillen van zijn groep. Het is leninisme van het zuiverste water.''

In schrille kleuren schildert Paucard de werking van het vakantiebedrog. ""Eenmaal thuisgekomen gaat de toerist op zijn beurt propaganda bedrijven. Hij heeft wel kritiek, maar dat betreft details. Oké, de deur van z'n hotelkamer sloot niet, de kraan lekte en natuurlijk was de wisselkoers minder gunstig dan in de folder stond. Goed, hij kreeg diarree, en werd opgelicht. Maar voor de rest was het fan-tas-tisch. De toerist is als een bekeerling, een fellow-traveller. En stront-eigenwijs bovendien.

""Vooral jonge mensen zijn niet om aan te horen na een verre reis. Die denken dat ze stukken intelligenter zijn geworden omdat ze 10.000 kilometer in een zweterig vliegtuig hebben gezeten. Het land waar ze de taal niet spraken en waar ze alleen patat met biefstuk hebben gegeten, kennen ze voortaan als geen ander.''

WHISKY'S EN SIGAREN

Paucard heeft zijn conclusies getrokken. Een blik op de globe leerde hem dat van alle werelddelen Europa de beste plek is om te leven, en dat in Europa van alle landen Frankrijk de beste plek is om te leven, en dat in Frankrijk Parijs de beste plek is om te leven. En in de Franse hoofdstad is, dat spreekt, van beide delen de linkeroever van de Seine zonder twijfel de mooiste, en daar is het 7de arrondissement, waar hij vijfentwintig jaar woonde, het schitterendst; hoewel tegenwoordig het 14de net iets uitgelezener is - zodat hij dan ook niet lang geleden daarheen is verhuisd.

Hier woont Paucard op de zesde verdieping van een flatgebouw. Duizenden boeken, vele platen, een keur aan whisky's en sigaren. Dit is een plek om altijd te blijven en hier schreef hij zijn schotschrift tegen de massa's die huis en haard verlaten om op vakantie te gaan.

Pamfletten schrijven doet hij veel en graag. Eerder sprak hij in Les criminels du béton de banvloek uit over moderne bouwkunst. Supplique à Gorbatchev was een aanval op de hervormingen in Rusland en een pleidooi voor eerherstel van Stalin. Het boek werd overigens geschreven in een hotel in Marokko ten tijde van de Golfoorlog. Aan dit verblijf in den vreemde bewaart Paucard niet eens slechte herinneringen, al was het maar omdat er nauwelijks een toerist te bekennen viel. Maar heeft dit hem ook milder gestemd over de mensen die er jaarlijks op uittrekken, het avontuur tegemoet?

""De Schepper heeft de rustdag ingesteld, maar in de bijbel komt het woord vakantie niet voor, netzomin als betaald verlof en lange weekenden,'' betoogt Paucard, ""Alleen de vrije zondag bestond, daarna moest er weer gewerkt worden. Mensen op het land konden ook niet weggaan in de zomer; juist dan hadden ze veel te doen. Nu zijn zelfs de boeren aangetast door moderne denkbeelden. Die zoeken per advertentie een vervanger, zodat ze op vakantie kunnen. Toen ik dat las, was voor mij het bewijs geleverd dat de wereld door en door verrot is.''

Vroeger was het beter, meent de pamflettist. ""In mijn jeugd was de zondag nog een bijzondere dag. De mensen kwamen maar langzaam op gang en altijd bestond de mogelijkheid dat je onverwacht bezoek kreeg, niemand had immers telefoon. Na de maaltijd ging je naar buiten. Als je geluk, had kwam er een straatzanger met een accordeon langs. Je maakte een wandeling en dan volgde de eeuwigdurende zondagavond; dan liep je met je vader mee om bij iemand een aperitief te drinken. Voldoende ontspanning? De werkende man was in lachen uitgebarsten als iemand hem vertelde dat hij later zou gaan sporten of archeologische vondsten moest bekijken.

""De ellende is begonnen met de betaalde vakantie die Léon Blum in de zomer van 1936 heeft ingesteld. Daar is nog voor gestaakt. De ontkerstening heeft de rest gedaan. Mensen geloofden niet langer in het hiernamaals en wilden het paradijs direct. Dat heeft het leven een nieuwe cyclus bezorgd, die elf maanden duurt - en eindigt in een maand toeristische terreur.''

VOLLEDIG UITGEPUT

Dat vakantie zelfbedrog is, daarvan is Paucard zeker. ""Met die betaalde vakantie moet de arbeider ooit de illusie hebben gehad dat hij z'n baas te slim af was. Daarna stapte hij naar een bedrijf dat z'n vakantie organiseerde. Toen had hij toch nog iemand gevonden die hem in z'n vrije tijd kon domineren. Sindsdien keren toeristen in september volledig uitgeput terug op hun werk. Voor de vakantie was de produktie al laag, maar nu komt er nog minder uit hun

bphanden. Typistes trekken hun rok op om te laten zien hoe bruin ze zijn, en wie niet bruin is, houdt beschaamd z'n mond. Avonturen hebben ze niet beleefd en desillusies zijn legio. De kinderen waren niet te harden en echtelijke ruzies gingen gewoon door. Hoe zou je ook aan de alledaagse ellende ontsnappen, enkel door je te verplaatsen? Toch is het weggaan een obsessie. Niemand laat zich zijn vlucht naar het gedroomd paradijs afpakken! En over elf maanden is er weer een kans...

xp""De vakantieganger had in de jaren na de oorlog nog een zekere vrijheid; met een badlaken en een zwembroek in de hand kon hij min of meer z'n gang gaan. Wat een verschil met het recreatiepark waar de arme proletariër zich nu vrijwillig aanmeldt. Daar staat net als bij de fabriek een portier aan de slagboom die de papieren controleert. En toch zitten de mensen er rustig achter het gaas, zichtbaar tevreden.''

Als Parijzenaar heeft Paucard volop gelegenheid de buitenlandse bezoekers van nabij te zien. Voor de toerist die zich netjes kleedt en onopvallend gedraagt, heeft hij nog clementie. Maar die zijn er nauwelijks meer. Menigeen loopt in kleurige zwembroeken door de stad. Erger zijn de vreemdelingen die zich groepsgewijs verplaatsen als hordes witte mieren. Maar het meest verschrikkelijk zijn de cultuurliefhebbers.

""De ene expositie volgt hier op de andere en als er een maand geen expositie is, komen ze met een kunstfestival. De stad barst uit z'n voegen van de kunstmanifestaties, wat voor de cultuurtoerist alleen maar weer een alibi is om naar Parijs te komen. Je zou het liefst al die banaliteiten ontvluchten, maar in de provincie is het niet anders. Niemand mag op adem komen, dat is de les van de Chinese culturele revolutie die hier in praktijk wordt gebracht.''

Een andere moderne kwaal waarvan Paucard slapeloze nachten heeft, is de lichaamscultuur. ""Vakantie zonder sport is geen vakantie tegenwoordig. Vroeger had je de stadions aan de rand van de stad, nu is heel Parijs veranderd in één grote atletiekbaan. Bij vakantiekampen is ook altijd een sportveld, net als bij kazernes. In advertenties voor tweede huizen wordt trouw vermeld of er een tennisbaan in de buurt is; en niet meer of het rustig ligt of een mooi uitzicht heeft. Het is deze dagen een drama als je niet sportief bent. Dan ben je een kansloze paria, iemand die niet met anderen wil spelen.''

FIGURANT

Voor Paucard kunnen de zomermaanden niet snel genoeg voorbij zijn. ""Pas in september wordt het leven in Parijs weer normaal. De vreemdelingen zijn vertrokken en mensen schikken zich in hun lot. Dat ze kunnen ontspannen door gewoon te werken, geloven ze niet. Liever droomt de moderne mens van zijn volgende vakantie en omdat die zo eindeloos ver lijkt, hebben de meesten een tweede huis op het platteland.

""Vaak hebben vrienden me daar voor een weekend uitgenodigd. Niet dat zo'n uitnodiging een blijk van vriendschap is. Zo'n leeg huis moet vol en je bent niet meer dan een figurant. Eenmaal aangekomen op het platteland zijn er ruwweg twee mogelijkheden. Of er heerst totale vrijheid zodat geen moment duidelijk is wat er gaat gebeuren. Of alles is in de puntjes geregeld: 8 uur opstaan; tot 8.30 uur toilet; ontbijt tot 9.15 uur en dan op excursie naar de eerste romaanse kerk, zodat er nog voor de lunch kan worden getennist.

""De hele zondag ben je onrustig tot het moment van de afreis. Terug naar Parijs! Ja terug, maar hoe? Uren in de file, wachten op een overvolle trein. Laat in de avond kom je eindelijk thuis; moe, helemaal leeg en één ding weet je zeker. Vakantie is een hel.''