Troostlezen

Noel Coward had de gewoonte om elk jaar de "magic books' van E. Nesbit te herlezen (The Magic City, The Enchanted Castle en Wet Magic); hij was er een aan het lezen toen hij stierf. Een vorm van regressie, zou men kunnen denken, terug naar de magische wereld van de kinderjaren, de vergeten geur van de madeleine, van in het kampvuur gepofte aardappelen - maar er zit veel meer aan vast; er zijn boeken die je je hele leven bijblijven, boeken waarvan de macht meer dan alleen maar literair is en zonder welke je je even verloren zou voelen als wanneer je helemaal niet meer kon lezen.

In de International Herald Tribune hebben ze op 't ogenblik een klein rubriekje, ingebed in de dagelijkse boekbespreking, waarin een bekende persoonlijkheid vertelt welk boek hij bezig is te lezen. Hoewel dit aanvankelijk een goed idee moet hebben geleken, is het resultaat verbazend oninteressant: die beroemde mensen blijken alleen maar pas verschenen hardbacks te lezen, en dan nog voornamelijk non fictie. Pas toen een van hen bekende bezig te zijn een roman te herlezen die hij al kende drong tot me door hoe vals de andere antwoorden klonken.

Het herlezen van een boek dat je goed kent herinnert aan de ene kant aan de tevredenheid waarmee je elke ochtend aan de ontbijttafel dezelfde teksten terugvindt ("Mocht de inhoud van dit pak een onvolkomenheid vertonen, retourneer ons dan de aangebroken verpakking..' "Gratis! Een boekje van 12 pagina's met alles wat U weten moet over een evenwichtige voeding..'): het heeft iets geruststellends, iets ritueels, maar de inhoud van de tekst doet niet veel ter zake. Maar aan de andere kant is het wel degelijk begonnen om de tekst. Zo gaat het niet om boeken die je jaren geleden al eens gelezen hebt en die je, hoewel de sfeer en de naam van de hoofdpersoon nog niet helemaal uit je geheugen verdwenen zijn, herleest zonder veel herkenning, zonder dat speciale vertrouwde gevoel. De categorie die ik bedoel bestaat uit een meestal tamelijk klein aantal boeken die je regelmatig herleest en van haver tot gort kent, de boeken waar je naar grijpt - of verlangt - als je je ziek of moe of verlaten voelt, of alleen maar niet in de stemming om je in een nieuw en onbekend boek te storten.

Troostlezen, zo zou je het kunnen noemen. Ik heb het nooit ergens beschreven gezien. Het is iets als vragen naar de bekende weg, als terugkomen in een vertrouwde omgeving. Zo pakt een vriendin van mij onder bepaalde omstandigheden Tristram Shandy uit de kast; iemand anders noemde David Copperfield; weer een ander North and South van Mrs Gaskell.

Geen van deze voldoet aan mijn doel: voor troostlezen is een van mijn lievelingsboeken The Pursuit of Love van Nancy Mitford, dat ik voor het eerst las toen ik nog naar de middelbare school ging en waarvan ik lange passages uit mijn hoofd ken. De stijl heeft veel van Evelyn Waugh (die haar ook daadwerkelijk geholpen heeft bij het schrijven), maar niets van zijn kwaadaardigheid en sommige passages zijn van een sublieme humor; het is een goed voorbeeld van een boek met een eigen, in zichzelf besloten wereld en ik vraag me af of dat niet een van de onmisbare ingrediënten is van het hier bedoelde genre. Aan de andere kant kun je het moeilijk beschrijven als een hoogtepunt in de wereldliteratuur: de intrige is volstrekt onwaarschijnlijk, het graaft niet erg diep, maar het verhaal schenkt op een of andere manier grote bevrediging. Wat het verder zo aantrekkelijk maakt is de liefde waarmee Nancy Mitford schrijft over haar nogal excentrieke kinderjaren (het boek is grotendeels autobiografisch, zoals trouwens ook David Copperfield).

Een ander voorbeeld is P.G. Wodehouse, maar van hem heb ik in geen jaren meer een boek in handen gehad. Ik las ze thuis, mijn vader heeft ze allemaal, of bijna, maar ik niet een; je gaat er niet speciaal op uit om zulke boeken te kopen: ze zijn gewoon in huis. De enige boeken in deze categorie die wel diep graven zijn die van Jane Austen, de grootste schrijver/schrijfster voor het troostlezen (in feite de grootste auteur tout court); het boek dat ik altijd herlas is Pride and Prejudice, maar de laatste tijd hel ik meer over naar Emma: dat heeft denkelijk iets met leeftijd te maken.

Wanneer ik logeer bij mijn ouders, de bewaarders niet alleen van de meesterwerken van P.G. Wodehouse maar ook, als gevolg van mijn buitenlandse ballingschap, van veel van mijn eigen boeken, draait het er na een paar dagen op uit dat ik, net als Noel Coward, de "magic books' van E. Nesbit zit te herlezen. Weinig dingen in het leven zijn beter dan te gaan slapen in een kamer vol met je eigen kinderboeken; door ze te herlezen is het of je bevestigt dat er een eigen plek voor je is in het heelal. Maar ook tussen al die oude lievelingsboeken bekleedt E. Nesbit een speciale plaats: de andere herlees ik wel eens uit nostalgie, maar haar boeken, hoewel ze wel over kinderen gaan, zijn niet geschreven vanuit de gevoelswereld van een kind. De kinderen bevinden zich weliswaar in een magische wereld, maar de magie is volstrekt niet kinderachtig en de werkelijke wereld dringt er voortdurend in door, soms op een zeer hinderlijke manier, bijvoorbeeld als zij een onzichtbaar meisje dat een enorme eetlust heeft moeten verbergen in een huis waar ze zelf logés zijn, of wanneer ze het moeten zien te vinden met een nogal slechtgehumeurde zeemeermin. De werelden in deze boeken zijn volkomen consequent, alles er in klopt precies.

Ook kinderen doen aan troostlezen, of willen voorgelezen worden met dat doel. Mijn dochter vraagt wanneer ze ziek is altijd om Jip en Janneke en een elf jaar oud kind dat ik ken grijpt dan naar De kinderen van de Bolderburen van Astrid Lindgren. Ik ken deze boeken pas sinds kort, maar herkende ze onmiddellijk als sublieme vertegenwoordigers van deze categorie - beschrijvingen van geborgenheid in een besloten wereld.

De hier bedoelde boeken gaan vaak over jeugdjaren, vaak gedealiseerde jeugdjaren, maar toch zijn het geen echte kinderboeken en daarin schuilt misschien hun geheim: het zijn de preoccupaties van volwassenen, maar gevoeld als door een kind, zonder het pantser van de volwassenheid, beschermd door iets anders, door een soort onschuld, of juister gezegd: het ontbreken van wreedheid. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een roman van Hardy of Henry James. Daarin is die bescherming verdwenen, je moet je sterk voelen om die aan te kunnen - Jane Austen schreef zelf dat other pens could dwell on guilt and sorrow.

En toch bestaat het geheim ook niet uit de eenvoudige weglating daarvan. Vandaar dat boeken die aan dat recept beantwoorden - de onverteerbare rommel die speciaal als "ontspanning' is geschreven, romances, de weerzinwekkende vodden die de dames in de leeszaal aanbevelen als "a good read' - Shirley Conran, Jeffrey Archer - dat dat boeken zijn die je al nauwelijks een keer kunt lezen, laat staan meer dan eens.

Wel bestaan er detectiveromans die ik kan herlezen (die lijken het minst voor herlezing in aanmerking te komen, maar de vraag wie de moordenaar was speelt geen enkele rol - ik vergeet dat dan ook altijd zodra ik het boek neerleg) en dat zijn opmerkelijk genoeg - Dorothy Sayers is een goed voorbeeld - bijna altijd boeken geschreven door vrouwen.

Wat is het dan toch dat je een bepaald boek doet uitverkiezen voor dit doel? De onweerstaanbare romantische held is een voornaam ingrediënt: Mr Darcy, Lord Peter Wimsey, Fabrice de Sauveterre (Mr Knightley is misschien meer voor de wat gerijpte, enigszins geresigneerde lezeres); wat ook uitmaakt is op welke leeftijd men het boek voor het eerst gelezen heeft. Het moet goed geschreven zijn, anders is herlezen een kwelling, maar een goede afloop is blijkbaar niet noodzakelijk: in The Pursuit of Love komt aan het eind zowel Linda als haar minnaar om het leven. Het verhaal moet op een betrekkelijk simpele manier bevredigend zijn, maar het hoeft niet je eigen belevenissen te weerspiegelen: je zoekt niet naar je eigen autobiografie, geschreven door een ander. Zoals je niet kunt voorspellen van welke gerechten iemand zal houden, zo is ook niet voorspelbaar in welk boek iemand deze vorm van troost zal vinden (en blijven vinden, want ook dat is aan verandering onderhevig). Het lijkt me overigens niet waarschijnlijk dat ik op dit gebied nog nieuwe boeken zal ontdekken - er is al in geen jaren meer een bijgekomen.

Het belangrijkste element is kennelijk dat gevoel van geborgenheid, dat je al in de eerste regels van het boek herkent. Al in de eerste zin van Emma is een soort plezier verborgen, dat ook voelbaar is in de eerste zin van The Pursuit of Love. Ik hoef maar de eerste bladzijde van Emma op te slaan om mij thuis te voelen en me te verheugen op wat me te wachten staat: ""Emma Woodhouse, handsome, clever and rich, with a comfortable home and happy disposition, seemed to unite some of the best blessings of existence; and had lived nearly twenty-one years in the world with very little to distress or vex her.''

Als je dat voor het eerst leest ben je je nog niet bewust van de ironie in die schitterende regels; maar als ingewijde kun je rustig achteroverleunen in de wetenschap dat Emma helemaal niet zo clever is, en dat distress en vexation haar overvloedig te wachten staan. Een van de meest bevredigende aspecten van Emma is dat de situatie aan het eind van het boek precies zo is als in het begin: wat gebeurt is er alleen maar op gericht Emma te doen inzien dat Mr Knightley degene is van wie zij houdt, ""a sensible man about seven or eight-and-thirty, (...) a very old and intimate friend of the family,'' die zijn opwachting maakt op bladzijde 5.

Emma is een boek dat bij elke herlezing wint, elke keer ontdek je er meer in en als de tijd weer gekomen is om het te herlezen sla je het open met hetzelfde gevoel van verlangen als bij het bekijken van oude foto's uit je eigen kinderjaren: daar is die veilige idyllische wereld die niet verandert en die nooit zal veranderen; je weet wat je ervan kunt verwachten; je begint te lezen en je geeft je er aan over.

    • Sarah Hart