Te veel lijken in de kast van Attali

ROTTERDAM, 26 JUNI. Vroeg of laat moest het er van komen. De schandalen en schandaaltjes rond Jacques Attali, de president van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) stapelden zich zó hoog op, dat zijn positie niet langer houdbaar was. In de toenemende chaos rond zijn persoon en met de G7-top in zicht, waar zijn functioneren al eerder aan de orde is gesteld, heeft Attali verkozen de eer aan zichzelf te houden.

Attali is ten onder gegaan aan zijn buitenissigheid, arrogantie en hardleersheid. De roep om zijn hoofd begon in april, kort na de onthulling van de zaak die de geschiedenis zou ingaan als Marmer-gate: de bank had sinds haar oprichting, in 1991, twee maal zoveel geld uitgegeven aan eigen kosten zoals marmer in de bank als aan projecten in Oost-Europa. Attali werd op de jaarvergadering in april weliswaar hard aangepakt door de gouverneurs van de bank, maar bleef gespaard. De zaak leek met een sisser af te lopen.

Maar er bleken meer lijken in de kast verborgen. Kort na de jaarvergadering kwam Attali opnieuw negatief in het nieuws door de aantijging dat hij in zijn boek "Verbatim' (een weergave van tien jaar werken in het Elysée) plagiaat zou hebben gepleegd - "literaire vrijheden' zoals hij het zelf liever noemde. Attali verspeelde daarmee een van zijn belangrijkste troeven: de bescherming van zijn voormalige werkgever Francois Mitterrand. Koeltjes liet deze weten het boek niet gelezen te hebben, zoals Attali had beweerd.

Twee weken geleden, kort nadat zijn functioneren ter sprake was geweest in de G-7, liet Attali opnieuw een steek vallen. In een laatste poging zijn hachje te redden, trachtte hij in versneld tempo de top van de bank te reorganiseren. En kreeg het daarbij aan de stok met enkele bestuurders die de truc doorhadden en eerst het onderzoek naar het reilen en zeilen van de bank wilden afwachten.

De nekslag voor Attali kwam donderdag, aan de vooravond van nieuwe onthullingen in de Financial Times. Dit maal over een eersteklas vlucht naar Tokio, in mei 1992, die hij dubbel vergoed zou hebben gekregen, en een toespraak waarvoor hij 30.000 dollar had ontvangen. “De situatie was zo langzamerhand onwerkbaar geworden”, aldus een functionaris bij de bank. “De onzekerheden namen steeds meer toe, niemand wist wat er nu weer boven tafel zou komen.” Dat de situatie intern onhoudbaar geworden was, heeft Attali kennelijk ingezien, want in zijn ontslagbrief schrijft hij dat de “aanhoudend negatieve aandacht van de pers” een “schadelijk effect begon te krijgen op het werk van de bank en op de staf”.

Attali heeft wellicht een fors deel van zijn eigen graf gegraven met het voorstel om Ernest Stern, uitvoerend directeur bij de Wereldbank, voor te dragen als "tweede man'. Met de Amerikaan Stern kwam een man in zicht die ook wel eens als "eerste man' dienst zou kunnen doen. Stern kent het bankwezen en zou door zijn Duitse komaf waarschijnlijk een acceptabele kandidaat zijn voor zowel de grootste aandeelhouder (de VS heeft 10 procent van de aandelen) als voor de Europese aandeelhouders van de bank, die samen 51 procent van de aandelen bezitten.

Wat tegen Stern pleit, is dat hij twee jaar geleden bedankte voor de functie van tweede man en dat de Europeanen eerst in eigen kring willen zoeken naar een opvolger. Waarschijnlijk zal de vacante post van Attali worden opgenomen in de mallemolen van te verdelen instellingen en posten, zoals de Europese centrale bank en het voorzitterschap van de Europese Commissie. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Fransen na het drama-Attali opnieuw een bankpresident mogen leveren. De Britten komen ook niet in aanmerking, want Londen heeft de bank al. Wordt het een Duitser, dan wordt Duitsland - ook al goede kanshebber voor de Centrale bank - wel heel rijkelijk bedeeld. Al met al zou de val van Attali dus wel eens gunstig kunnen uitpakken voor Nederland.