Stefan Zweig bewerkt tot quasi-smaakvolle wegwerp-tv

Zondag, "La Peur', Ned.3. 22.30-23.58u.

Met de toename van het aantal Europese televisiezenders ontstaat er een groeiende honger naar televisiedrama. Beleidsrapporten over de Europese audiovisuele industrie plegen die behoefte in uren uit te drukken. Soms krijgt men bij het kijken naar Europese televisiefilms ook letterlijk het gevoel dat het doel voornamelijk was om een gat van anderhalf uur te vullen.

Niet overal in Europa bereikt televisiefictie met schijnbare vanzelfsprekendheid het kwaliteitsniveau van de Britse publieke en commerciële omroepen. De VPRO-aankoop van La peur bij voorbeeld, een door het Franse tweede net en de cultuurzender La Sept gecoproduceerde verfilming van een novelle van Stefan Zweig, maakt de indruk van een noodgreep wegens overmatige zendtijd.

La peur is een fraai voorbeeld van dure, quasi-smaakvolle wegwerptelevisie. Om voor de hand liggende redenen is de handeling uit de in 1920 verschenen novelle Angst verplaatst naar het Wenen van 1933. Dat geeft de scenarist, toneelschrijver Victor Ham, immers gelegenheid tot het toevoegen van enkele verwijzingen naar de opkomst van Adolf Hitler en het vaag suggereren van een sfeer van dreiging en ondergang. Pleegde Zweig niet in 1943 in Brazilië zelfmoord uit wanhoop over de vernietiging van zijn cultuur door de nazi-barbaren? Dan is het toch zeker wel gerechtvaardigd daar in een Zweig-film op te preluderen, zo moet de redenering geluid hebben.

Toch is het verhaal gereduceerd tot een simpele liefdestragedie van dertien uit een dozijn. De levenslustige echtgenote (Marianne Basler, de nagesynchroniseerde Eline Vere van Harry Kümel) van een imposante advocaat (Wenders-acteur Hans Zischler) neemt lessen bij een langharige, romantische jonge sterpianist, die niet alleen in zijn vertolking van Schumann gevoelige snaren weet te raken. De noodzakelijkerwijs uit hun ontmoeting voortvloeiende korte liaison dreigt dramatische vormen aan te nemen, als een mysterieuze, donkerharige vrouw (opgemaakt als een expressionistisch monster) de overspelige echtgenote begint te chanteren. Op een nachtelijke brug, waar het donkere water van de Donau de schuldige vrouw lonkt, vergeeft haar man haar alle zonden.

Regisseur Daniel Vigne, vooral bekend geworden door het Amerikaanse succes van de middeleeuwse filmballade Le retour de Martin Guerre - de basis voor de recente remake Sommersby -, weet nauwelijks raad met dit verhaal. De verfilming is zo plat als een dubbeltje en excelleert slechts in het vertoon van oude auto's, excentrieke hoeden en deftige interieurs. La peur zou eerder in de te verwachten kwaliteitsopvatting van RTL5 passen dan in die van de VPRO, al is het meer een vrouwen- dan een mannenfilm.