Overheid niet toegesneden op Europese ontwikkelingen; Advies Wiegel bouwt voort op analyse topambtenaren

DEN HAAG, 26 JUNI. Het estafette-stokje is doorgegeven. Een commissie onder leiding van Commissaris van de Koningin in Friesland H. Wiegel, adviseerde de Tweede Kamer deze week over reorganisatie van de rijksdienst. Twee maanden eerder ontving de Kamer van de Haagse topambtenaren al een rapport over hetzelfde onderwerp. De rapporten zijn zorgvuldig op elkaar afgestemd; de commissie-Wiegel en de secretarissen-generaal hielden elkaar nauwlettend in de gaten en op de hoogte.

De commissie-Wiegel, de zesde en laatste commissie die de Tweede Kamer adviseert over staatkundige vernieuwing, breekt een lans voor kleine zogenoemde kerndepartementen. Van de ongeveer 150.000 Haagse ambtenaren blijft maximaal 10 procent over. Die houden zich bezig met het ontwikkelen van beleid en werken niet bij een departement maar zijn in dienst van een algemene bestuursdienst. De andere 140.000 houden zich in zelfstandige organisaties bezig met het uitvoeren van beleid.

De topambtenaren wezen erop dat de organisatie en werkwijze van de Nederlandse overheid onvoldoende is toegesneden op de grote maatschappelijke vraagstukken en op de Europese ontwikkeling. Ook zij pleiten voor een algemene bestuursdienst, want “de gedachte dat ieder onderdeel van de rijksoverheid moet beschikken over zijn eigen "wijzen', zijn eigen wetsafdelingen, eigen loketten en lokettisten en zijn eigen veldwachters, verraadt vooral de gezichtsverenging die aan hyperverkokerde organisaties eigen is.”

Wiegel bouwt op deze analyse voort en komt met concrete voorstellen die in de lijn liggen van de voorstellen van de top-ambtenaren. Met uitzondering van een pleidooi van Wiegel voor de invoering van een projectminister. Zo'n "super-minister' is verantwoordelijk voor "politieke topprioriteiten' als milieu en minderheden. De topambtenaren hebben deze mogelijkheid ook besproken, weet een secretaris-generaal “maar zo'n superminister raakt verstrikt in het net der Haagse competenties.”

Samenvoeging van departementen wijst Wiegel af. Tijdrovend, kostbaar en geen verbetering van het functioneren van de rijksdienst. “Optisch scoren”, zo lichtte Wiegel in zijn rapport toe. CDA-ministers Lubbers, Hirsch Ballin, Andriessen en de PvdA-ministers Kok en Alders willen juist wel op dit punt "scoren'.

Tegenstanders van een departementale herindelingen benadrukken dat herindeling verstorend werkt op grote departementale en interdepartementale operaties die nu lopen zoals "decentralisatie-impuls', "grote efficiency' en "sociale vernieuwing'. In de visie van Lubbers - en zijn beoogd opvolger Brinkman - is een logisch vervolg op deze operaties de departementen op korte termijn opnieuw in te delen. De commissie-Wiegel is tot de conclusie gekomen dat het “probleemoplossend vermogen van departementale herindeling gering is”.

Een herverkaveling van de departementen is geen garantie voor een betere besluitvorming in de ministerraad, zoals de voorstanders vaak aanvoeren. De voorzitter van de Eerste Kamer, mr. H.D. Tjeenk Willink (van 1982 en 1986 regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst) vindt dat een "betere' overheid vooral gediend is met het versterken van de rol van de politiek. Het samenvoegen van departementen onder één minister betekent niet automatisch een betere politieke afstemming tussen conflicterende onderdelen.

In tegenstelling tot de topambtenaren presenteert Wiegel concrete plannen. In twee fasen wordt gewerkt naar een rijksdienst waarbij twee data cruciaal zijn: kabinetsformatie en regeerakkoord van respectievelijk 1994 en 1998. Want een kabinetsformatie is het geëigende moment om daarover afspraken te maken. “We hebben een nuttig dossiertje gemaakt voor de kabinetsformateur”, schertst Wiegel.

Nu is de politiek aan zet, en daarover zijn zowel Wiegel als de secretarissen-generaal optimistisch. “Het komt er nu op aan het momentum te benutten en de in gang gezette ontwikkeling een krachtige impuls te geven”, zei commissie-voorzitter Wiegel gisteren, terwijl hij strak in de tv-camera keek. De finish is in zicht.

    • Cees Banning