NEVENFUNCTIES (1)

In NRC Handelsblad, 18 juni staat: “Op de Nederlandse universiteiten bestaat al jarenlang een traditie dat hoogleraren en ander wetenschappelijk personeel met toestemming van de werkgever betaalde nevenfuncties verrichten”.

Zelf werk ik bij de Rijksuniversiteit Leiden. Toen ik enige jaren geleden vijf uur waarnam voor een lerares bij het VWO die met zwangerschapsverlof was, werd mijn salaris bij de RUL - terecht - gekort. Bij mijn weten is er een regel voor alle ambtenaren die hun verbiedt om meer dan drie uur per week betaald overwerk te verrichten. Is dat het geval, dan is het tegen de wet als een hoogleraar 5 dagen betaald krijgt en daarvan één dag per week een eigen bedrijf runt.

De derde geldstroom is er om de vakgroep of het instituut aan geld te helpen, niet de individuele hoogleraar of wetenschapper. Ik verricht regelmatig "klussen' voor derden. Men denkt dan soms dat ik het geld in eigen zak steek. Niets is minder waar. Degene voor wie ik werk dient een contract af te sluiten met mijn werkgever en mijn salariskosten aan mijn werkgever te vergoeden. En zo gebeurt het ook. Ik word er geen cent wijzer van. Integendeel, bij een klus in het buitenland moet ik mijn eigen reisverzekering betalen.

De universiteit heeft tot taak zo goed mogelijk personeel aan te trekken. En dat personeel heeft tot taak zich volledig voor zijn werkgever in te zetten. Iemand die bovenmatig met capaciteiten en energie bedeeld is, dient die in te zetten voor zijn werkgever. Daar krijgt hij een volledig salaris voor. Is hij in staat extra geld te verwerven, dan is dat voor zijn werkgever.

Dit laat onverlet dat de werkgever, en nu heb ik het niet over de universiteit maar over de minister, moet zorgen voor goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Als de regering geen normen kent en beknibbelt op een redelijke salarisverhoging terwijl ook de secundaire arbeidsvoorwaarden door geldgebrek vaak slecht zijn is het niet verwonderlijk dat de werknemers het ook niet zo nauw meer nemen.

    • Dr. Hans P. Nooteboom