Nederlander kent steeds minder morele bezwaren; Studie: "Calculerende burger' blijkt sterk in opmars

DEN HAAG, 26 JUNI. “In de meeste Europese landen is de afgelopen tien jaar de burgermoraal achteruit gegaan. Steeds minder mensen hebben morele bezwaren tegen belastingontduiking, misbruik van sociale voorzieningen of tegen heling van gestolen goederen. Uit sociologisch onderzoek blijkt dat de "calculerende burger' vooral in Frankrijk, België en Nederland sterk in opmars is. In Denemarken zie je het tegenovergestelde. Daar is sprake van een opvallende verbetering van de civiele moraal. In iets mindere mate geldt dat ook voor Groot-Brittannië, Ierland en Zweden.”

De Tilburgse socioloog prof.dr. R.A. de Moor zegt dit over het boek De individualiserende maatschappij. Waardenveranderingen in Europa en Noord-Amerika, dat hij en zijn collega dr. L. Halman hebben geschreven. Het ligt nu bij de drukker. De Moor is voorzitter van een Europees-Amerikaanse groep die in een groot aantal landen onderzoek naar waarden op allerlei terreinen doet. “Nu al is duidelijk zichtbaar dat de burger, zowel in Nederland als elders, steeds meer wantrouwen en weerstand krijgt tegen de gevestigde instituties en daarom zijn eigen belang op een andere manier probeert te dienen. Daarnaast zie je ook een begin van terugkeer naar de familiemoraal van vóór de jaren tachtig”, merkt De Moor op.

Het onderzoek is vooral wat Denemarken betreft opmerkelijk. Onder alle leeftijdsgroepen van de Deense bevolking was de waardering voor de civiele deugden in 1990 ongeveer driemaal zo groot als een kleine tien jaar eerder. Van de grote verdraagzaamheid (permissiviteit) - anders dan de civiele moraal - die in de jaren zeventig en tachtig onder Denen bestond ten aanzien van het gedrag van anderen, is weinig meer over. In dat opzicht zou Denemarken nu het minst tolerante land in Europa zijn. De Noren, Noordieren, Zweden, Ieren en Amerikanen volgen de Denen op de tweede tot en met zesde plaats.

Aan de andere kant van de schaal staan de Nederlanders. In het begin van de jaren tachtig scoorden zij qua ruimdenkendheid het hoogst. In tien jaar tijds is de Nederlandse tolerantie, vooral tegenover homoseksualiteit en prostitutie, nog sterk toegenomen. Ieren en Amerikanen zijn het minst verdraagzaam tegenover homo's. Na Nederlanders komen Duitsers, Fransen en Belgen in verdraagzaamheid op de tweede, derde en vierde plaats. Terwijl in veel Europese landen de mate van verdraagzaamheid sterk afhankelijk is van de leeftijd, valt op dat in de VS vrijwel alle leeftijdsgroepen dezelfde strikte morele opvattingen koesteren. Dit geldt in veel mindere mate voor Canada.

Pag 3: "Katholieken in Nederland tolerant'

Godsdienstige mensen hebben in het algemeen een wat hogere moraal dan niet-godsdienstigen, zeggen Halman en De Moor. In landen met een religieus gemengde bevolking ligt het morele niveau van katholieken lager dan dat van protestanten. In Nederland zijn katholieken in het algemeen wat permissiever dan protestanten. Verdraagzaamheid betekent in dit verband dat men tegenover anderen de houding aanneemt van "leven en laten leven' en niet dat men ook in eigen kring abortus, euthanasie, prostitutie, buitenechtelijke relaties of homoseksualiteit geoorloofd vindt.

Halman en De Moor zijn vooral nagegaan welke gevolgen de securalisatie (de verminderde invloed van geloof en kerk op de maatschappij) en individualisering hebben gehad voor Noord-Amerika en zestien Europese landen. Er bestaat per land bezien geen relatie tussen hoge economische ontwikkeling en vermindering van religieuze en morele waarden, zeggen zij. Ook menen beide sociologen dat de jaren tachtig van weinig betekenis waren voor de voortgaande individualisering en secularisatie, maar eerder een tijd van stagnatie dan van stroomversnelling vormden.

Van de landen die zij onder de loupe namen, hebben Nederland en Groot-Britannië de meeste buitenkerkelijke inwoners, 49 en 42 procent. Worden buitenkerkelijkheid en geringe kerksheid onder één noemer gebracht, dan blijkt die vooral in de Scandinavische landen en Frankrijk hoog te zijn. Dat sinds 1981 nog veel meer Nederlanders buitenkerkelijk zijn geworden, had weinig invloed op de kerkelijke participatie van de blijvers. In 1981 nam 27 procent van de Nederlanders actief deel aan het kerkelijk leven, in 1990 was dit 23 procent, evenveel als in Noord-Ierland. Maar met dit verschil dat het percentage kerkelijk actieve Noord-Ieren sinds 1981 sterk terugliep en in Nederland vrijwel gelijk bleef.

In 1990 was vooral in de Scandinavische en de Zuideuropese landen de kerkelijke betrokkenheid erg laag (zes procent), maar tien jaar eerder was zij nauwelijks groter. Opmerkelijk groot is de betrokkenheid bij de kerk in de Verenigde Staten (41 procent) en even opvallend is de verviervoudiging van het aantal Amerikaanse buitenkerkelijken, die nu ongeveer een kwart van de bevolking vormen. Een nog sterkere stijging van buitenkerkelijken was in Groot-Britannië te zien. De Noord-Ieren, Amerikanen en Ieren zijn zeer streng in de christelijke leer; het minst orthodox zijn de Denen, Zweden en Fransen. In Engeland zijn katholieken strenger dan anglicanen en in Duitsland zijn katholieken in het algemeen orthodoxer dan protestanten. In Nederland is het omgekeerde het geval.

In landen waarvan de inwoners streng gelovig zijn, bestaat in de regel betrekkelijk veel vertrouwen in publieke kerkelijke uitspraken. Amerikaanse gelovigen vinden dat hun kerken zich wel over de privé-moraal (seks, abortus en euthanasie) mogen uitspreken, maar zich van verklaringen over de publieke moraal (werkgelegenheid, racisme, milieu) moeten onthouden. In België, Frankrijk en (West-)Duitsland bestaat weerzin tegen welke ethische uitspraak van kerken dan ook.

In de meeste Europese landen heeft religie haar rol als sociaal bindmiddel verloren. Sterker nog: ook binnen de kerken leidt gelovigheid niet meer tot een gemeenschapsgevoel. Toch blijven mensen - bijvoorbeeld in Frankrijk en Engeland - die allang buiten de kerk staan, het soms erg belangrijk vinden om aan "overgangsriten', belangrijke levensgebeurtenissen als geboorte, huwelijk en overlijden, een godsdienstige duiding te geven. In tegenstelling tot Noord-Amerika geldt volgens de onderzoekers voor heel Europa dat de betekenis van kerk en godsdienst is verminderd, maar ook dat de achteruitgang van de religie in het vorige decennium min of meer tot staan is gekomen.

    • Frits Groeneveld