Nederland moet zich richten op economisch herstel Zuid-Afrika

De afgelopen twee maanden bezochten twee Nederlandse ministers, J. Pronk (ontwikkelingssamenwerking) en K. Andriessen (economische zaken), Zuid-Afrika terwijl het officiële Nederlandse "tweesporen-beleid' is ondergestoft, diep in een la op het ministerie van buitenlandse zaken. Nederland wilde ooit via twee sporen twee vliegen in een klap slaan: sancties tegen Pretoria en steun aan anti-apartheidsgroepen.

Inmiddels is in Zuid-Afrika, ondanks de voorspelde apocalyptische scenario's uit de jaren '70 en '80, een onderhandelingsproces op gang gekomen. Algemene verkiezingen worden gepland voor volgend voorjaar, besprekingen over een nieuwe grondwet maken voortgang en een "grote coalitie' tussen de regerende Nationale Partij (NP) en het ANC is in de maak. Het Haagse beleid is door deze ontwikkelingen achterhaald, het wordt hoog tijd voor één spoor: steun aan het broze democratiseringsproces.

Maar van aanpassing van het tweesporen-beleid is niets terechtgekomen nadat begin vorig jaar een geplande reis van premier Lubbers en de toenmalig minister van buitenlandse zaken Van den Broek naar Zuid-Afrika werd afgezegd, mede onder druk van de PvdA. De Haagse coalitie miste de kracht om de veranderingen in Zuid-Afrika bij te benen, dus zingen diverse ministers hun eigen lied. Pronk bepleit exclusieve steun aan het ANC, Andriessen zwakt dat weer af en minister Kooijmans - voor Nederland verantwoordelijk voor diplomatieke betrekkingen - heeft geen nieuw concept.

In de regeringsverklaring van 1989 zegt het kabinet dat het “op flexibele wijze” wil inspelen op veranderingen in Zuid-Afrika. Ook politieke partijen hadden Zuid-Afrika apart in hun programma's opgenomen. De passiviteit van de regering heeft geleid tot afnemende belangstelling bij de partijen die nu bezig zijn hun verkiezingsprogramma's te maken. Het CDA wil Zuid-Afrika nog “summier” afdoen, de PvdA meldt er zelfs niets meer over. Zuid-Afrika is inmiddels te ingewikkeld om te dienen voor binnenlands-politiek profiel, te veel nuances maken “de strijd” onmogelijk. Tóch opmerkelijk. Enkele jaren geleden vlogen Macro-filialen in brand, werden Shell-slangen doorgesneden en werd de schrijver W.F. Hermans met bijna religieuze passie op de zwarte lijst van Amsterdam gezet.

Het gebrekkige animo nú, laat zien dat het debat over Zuid-Afrika ging over de "political correctness' van Nederlandse politici en journalisten, en niet over Zuid-Afrika. Het was het laatste thema waar “je nog links kon zijn”. Nu het dat niet meer is - een evolutie is wat minder opwindend dan een revolutie - is het kennelijk ook niet meer interessant.

Programma-schrijvers van diverse partijen hebben andere zorgen. Ze moeten zich afvragen hoe oprukkend racisme en extreem-rechts in Europa kan worden gestopt, hoe etnische minderheden moeten worden gentegreerd in onze samenleving en of Nederland zich moet neerleggen bij de gevolgen van de etnische zuivering in ex-Joegoslavie. Kan alleen etnische scheiding vrede brengen op de Balkan? Tot voor kort werd etniciteit gezien als een Zuidafrikaans monopolie, intussen is zij politieke realiteit in Europa geworden. En oplossingen blijken moeilijker zodra etnische problemen voor de eigen huisdeur liggen.

Zuid-Afrika heeft ooit de grote historische fout gemaakt etniciteit in de wet te verankeren. Apartheid deelde het land op en gaf het machtsmonopolie aan de blanken. Dat dit systeem van binnenuit, via onderhandelingen tussen partijen, wordt gedemonteerd is ook een historische gebeurtenis. Maar het proces wordt omstuwd met geweld, variërend van extreem-rechtse blanke desperado's tot de radicale zwarte "kill the Boer-fanatici'.

Een ontsporing van het overleg kan alleen worden voorkomen door het bouwen van een krachtig politiek centrum. Dat is mogelijk omdat de NP haar aanvankelijke gedachte van een anti-ANC coalitie heeft vervangen door het idee van een Grote Coalitie met het ANC. De weg naar het midden is open nu de NP de liberale oppositie links heeft ingehaald en het ANC veel van zijn medestanders rechts voorbijschoot.

Of het nu gaat om thema's als machtsdeling, federalisme of de vrije markt: de ANC-top is behoorlijk naar het midden opgeschoven, soms tot grote verbazing van anti-apartheidsgroepen in West-Europa. De ANC-top vindt die groepen nu vaak "lastig', zelfs "verkrampt'. Nog in 1990 huldigde het ANC-blad Sechaba Honecker en zijn DDR als lichtende voorbeelden. Inmiddels weten de marxisten in het ANC - die zijn verenigd in de Zuidafrikaanse Communistische Partij (SACP) - dat ze na de verkiezingen het ANC moeten verlaten. De SACP was een steun toen de Sovjet-Unie nog bestond (en geld gaf), nu is zij een blok aan het been.

Het slagen van de "Grote Coalitie' hangt af van de stabiliteit binnen de NP en het ANC. De NP krijgt voet aan de grond bij een niet-blank electoraat maar zij zal bij de zwarte kiezers haar apartheidsverleden tegen hebben. Het ANC loopt het risico de afbrokkelingsverschijnselen te tonen die ook de Poolse vakbond Solidariteit ooit kende. Als one issue-beweging is het ANC sterk in het verzet maar zij riskeert verdeeldheid op het pluche. Radicale leiders zullen mogelijk een "Afrikanistisch' deel uit het ANC scheuren.

NP en ANC gaan soms sneller dan hun achterbannen, de beide partijen zullen bij veel militanten het etiket "uitverkopers' opgeplakt krijgen. De Grote Coalitie heeft een overgangstermijn van vijf jaar vastgesteld, tóch zal het niet eenvoudig zijn het Afrikaner- en Zulu-nationalisme in de nieuwe grondwet te accommoderen. Etniciteit zal in die grondwet zeker niet voorkomen, maar de opstellers ervan zullen het steeds in hun achterhoofd hebben.

De Grote Coalitie is nodig maar kwetsbaar. Het Nederlands beleid moet worden gericht voor economisch herstel van Zuid-Afrika: de strijd gaat niet tussen wit en zwart maar tussen gematigden en radicalen van wit en zwart. Economische groei is de smeerolie voor een politieke oplossing. Nederland heeft zich in het verleden ingezet voor economische sancties, het zou logisch zijn als Den Haag met dezelfde passie streeft naar economisch herstel in Zuid-Afrika. Maar groei zal niet eenvoudig zijn omdat veel ondernemingen Zuid-Afrika verlieten.

Het is makkelijker bedrijven te verjagen dan terug te halen. “Wij verwachten dat de Westerse wereld grootscheepse maatregelen zal nemen om het volk van Zuid-Afrika te helpen”, zei Mandela onlangs in een gesprek met Time. Het ANC merkt hoezeer het sanctiewapen als een boemerang terugslaat: de werkloosheid is enorm en de zwarte jeugd die opgroeide in een "struggle-cultuur' is slecht geschoold. Politiek radicalisme vreet aan de machtsbasis van het ANC zelf.

Maar Mandela, die zo snel mogelijk de eerste zwarte president van Zuid-Afrika moet worden, heeft wel gelijk. Nederland zou het initiatief kunnen nemen om in EG-verband te pleiten voor een preferentieel handelsakkoord met Zuid-Afrika. Aan een Lome-akkoord zoals de EG met een aantal arme Afrikaanse landen sloot heeft het land op de zuidpunt van Afrika niet veel. Zuid-Afrika is de sterkste industriemacht in Afrika, en moet op dat niveau worden benaderd. Handel leidt tot de economische groei die Zuid-Afrika nodig heeft. Louter hulpverlening is onvoldoende, soms zelfs riskant omdat zij een "cargo-cult' kan veroorzaken.

Ontwikkelingssamenwerking moet daarom aanvullend zijn op de handelsrelatie met Zuid-Afrika. Het Nederlandse hulpbeleid is steeds meer Afrika-beleid geworden en Zuid-Afrika is een "groeimarkt' voor hulpprojecten omdat er infrastructuur is en goede verbindingen. In Zuid-Afrika kan een doorsnee hulporganisatie uit Nederland het succes boeken dat zij elders in Afrika mist. Het hulpbeleid van Den Haag zou zich moeten richten op concrete taken als vakopleidingen en ook huisvesting, niet op politieke bemoeizucht.

Het gevaar bestaat dat - bij gebrek aan politieke sturing van Kooijmans - Pronk zijn gang gaat, projecten slechts aan geestverwanten uitdeelt, en met politiek hobbyisme polariseert in een proces waar consensusvorming nodig is. Hij kiest, zo blijkt uit zijn brief van 7 juni aan de Kamer, voor het ANC. Maar voor wie in het ANC: Mandela of de radicale leiders in het ANC? Met partijpolitieke keuzes committeert de regering zich en sluit daarmee andere kanalen van benvloeding af. Met Indonesië heeft Pronk de betrekkingen vakkundig verprutst, op nieuwe blindgangers zit niemand te wachten.

Nederland moet in Zuid-Afrika het democratiseringsproces steunen, daarbij de gesprekspartner zijn van alle partijen en dus niet één partij bevoordelen. Steun aan Zuidafrikaanse partijen is een zaak van Nederlandse partijen. De NP heeft het vermogen om uit te groeien tot een christen-democratische partij en het gematigde ANC-deel heeft een duidelijke sociaal-democratische signatuur.

In Nederland bestaat het beeld dat het ANC op kousevoeten driekwart van de stemmen krijgt. De werkelijkheid is genuanceerder. Peilingen geven het ANC nu circa 45 procent van de stemmen, de NP circa 25 procent en Inkatha zo'n tien. Het ANC is zeker een belangrijke partij, maar niet de enige. CDA, PvdA, VVD of D66 moeten besluiten welke partij ze willen steunen, niet de regering in Den Haag. De Kamer en minister Kooijmans moeten de Alleingang van Pronk stoppen.

De partner van Nederland is Zuid-Afrika als natie in al haar verscheidenheid. Ook het "culturele bindweefsel' met dat land is een kanaal om het proces van verandering te steunen. Een breed opgezet cultureel akkoord kan een effectief instrument zijn, en een bezoek van premier Lubbers en minister Kooijmans een belangrijk politiek signaal.

In veel delen van de wereld heeft Nederland niets te betekenen, en dus geen invloed, in Zuid-Afrika is ons land nog een begrip. De effectiviteit van buitenlands beleid hangt vooral af van de manier waarop die invloed wordt uitgeoefend. Een land dat slechts afwacht verliest invloed en een land dat historische banden verprutst, marginaliseert vooral zichzelf.

Zuid-Afrika heeft ooit de grote historische fout gemaakt etniciteit in de wet te verankeren.

    • Derk-Jan Eppink