NA DE APARTHEID DE ELITE-DEMOCRATIE

The Opening of the Apartheid Mind. Options for the new South Africa door Heribert Adam en Kogila Moodley 200 blz., University of California Press 1993, f 60,50 ISBN 0 520 08199 4

Het land is mooi en de apartheid was slecht. Veel meer waarheden over Zuid-Afrika zijn niet overgebleven. Na de apartheid is het land uit het overzichtelijke schema van goed en kwaad gevallen: de good guys van voorheen hebben ook bloed aan hun handen, de bad guys scheppen in het nieuwe politieke centrum waarschijnlijk de meest non-raciale partij van Zuid-Afrika, de Nationale Partij. Intussen ontnemen criminaliteit, geweld, corruptie, armoede en recessie veel Zuidafrikanen de hoop op een leefbare toekomst, laat staan een multi-raciale oase in Afrika. Men zou bijna vergeten dat drie jaar na de omwenteling onder president F.W. De Klerk een historisch compromis nabij is tussen de blanke minderheid en de zwarte meerderheid. Daarmee kan een einde komen aan driehonderd jaar overheersing, in ruil voor een soort democratie.

De sociologen Heribert Adam en Kagila Moodley hebben in hun boek The Opening of the Apartheid Mind (In Zuid-Afrika verschenen onder de titel The Negotiated Revolution) een geslaagde poging gedaan de Zuidafrikaanse overgang in kaart te brengen. De Canadees Adam is hoogleraar sociologie aan de Simon Fraser Universiteit in Vancouver en doceert om het halve jaar in Kaapstad. Zijn Zuidafrikaanse echtgenote Moodley is hoogleraar sociologie en onderwijskunde aan de Universiteit van Brits Columbia. Het duo heeft na een aantal afgewogen studies over Zuid-Afrika een reputatie van onafhankelijkheid. Ze zijn buitenstaanders die anders dan veel Zuidafrikaanse auteurs niet schrijven vanuit de biechtstoel van de politieke correctheid. Adam en Moodley noemen zich sociaal-democraten. ""We missen de benijdenswaardige zekerheden van orthodoxe marxisten of liberale moralisten over de beste oplossing', waarschuwen ze. Hun boek blinkt uit door een kritische nuchterheid. Ze ontzien het Afrikaans Nationaal Congres allerminst, wat zeker bij sociaal-democraten een verademing is, want onder hen vindt men de meeste Mandela-groupies.

NALATENSCHAP

In Zuid-Afrika voltrekt zich een merkwaardige revolutie: er is geen winnaar en geen verliezer. De zwarte oppositie heeft het Afrikaner nationalisme niet verslagen, wat de propaganda ook moge beweren. Apartheid heeft zichzelf door demografische en economische factoren onmogelijk gemaakt. Toen de ineenstorting van het communisme het ANC bovendien van zijn bondgenoten beroofde, achtte Pretoria de bevrijdingsbeweging "hanteerbaar' genoeg om de besprekingen over hervormingen te openen. Het requiem voor de apartheid is volgens Adam en Moodley uiteindelijk in Moskou geschreven en niet in Lusaka door ANC-ballingen of in New York of Amsterdam door de sanctiepredikers.

De mislukking van de apartheid, een van de grootste sociale experimenten uit de wereldgeschiedenis, heeft het besef geschapen dat niemand in Zuid-Afrika de ander kan overheersen. Dat is de basis van de pacificatie tussen de economische macht en de macht van het getal. Mandela erft van De Klerk de runes van het systeem: de sociale desintegratie, de armoede, het geweld, het falend onderwijs, de landgenoten die elkaar niet kennen en niet begrijpen. Maar in vergelijking met andere landen die een overgang van autoritair naar een democratisch bestel hebben beleefd of doormaken, heeft Zuid-Afrika een voorsprong, menen de auteurs. Anders dan in Latijnsamerikaanse landen hebben de politici altijd controle behouden over het leger. De democratie functioneert, zij het voor een minderheid van de bevolking, en behoeft alleen uitbreiding. Net als in de staten van de voormalige Sovjet-Unie verandert de samenleving onder een ongunstig gesternte van recessie en criminaliteit, maar Zuid-Afrika heeft het voordeel van een ontwikkelde markteconomie. Het land heeft een goede infrastructuur, met banken die op tijd geld overmaken en telefoons die werken. Bovendien is er een sterke civil society met vakbonden en onafhankelijke instellingen.

VALS TRIOMFALISME

De grootste zegen voor Zuid-Afrika is een stevig politiek centrum. De voormalige onderdrukkers, de Nationale Partij, en de onderdrukten, het ANC, houden het land nu bij elkaar. Frederik van Zyl Slabbert, oud-leider van de liberale oppositie in het parlement en de scherpste politieke geest in het land, zei onlangs dat bij alle incidenten één vraag ertoe doet: versterkt of verzwakt dit het centrum? Er zijn onrustbarende tekenen van afbrokkeling. Het ANC kan na de moord op Chris Hani met moeite de radicalen in zijn gelederen in bedwang houden. De NP verliest veel blanken aan rechts. Nu Mandela binnen een jaar mogelijk president is, grijpen zij zich vast aan de hersenschim van een blanke volksstaat.

De partijen hebben dit aan zichzelf te wijten, menen Adam en Moodley. De Klerk bood de blanken een elegante uitweg: ze konden weer meedoen aan de Olympische Spelen en wijnen verkopen in Amsterdam. De boodschap dat ze daadwerkelijk macht moesten afstaan kregen de blanken nooit te horen. Democratie viel wel mee, hield De Klerk de blanken voor, een "simpele meerderheidsregering' was uitgesloten in Zuid-Afrika - wat knap cynisch klonk na veertig jaar "simpele minderheidsregering'. Nu ziet het er naar uit dat de Nationale Partij hooguit tot 1999 mag mee-regeren in een regering van nationale eenheid.

Het ANC hield zijn aanhang de mythe voor van het volk dat het regime heeft verslagen. Adam en Moodley noemen dat "vals triomfalisme'. In werkelijkheid heeft het onregeerbaar maken van de zwarte townships het sociale netwerk vernietigd en stelde de gewapende strijd weinig voor. Wie één keer een parade van het ANC-legertje Umkhonto we Siszwe heeft gezien, weet genoeg: de helft draait linksom op het bevel rechtsom, wat tot komische botsingen leidt. Het is een illusie van een andere soort, met hetzelfde contra-produktieve resultaat. De aanhang begrijpt het compromis niet.

COMMUNISTEN

De auteurs bewonderen de manier waarop het ANC een zwak begin na de terugkeer uit ballingschap heeft omgezet in een redelijk coherente strategie van verzoening en wederopbouw. Zij zetten vraagtekens bij de ondoorzichtige alliantie met de SACP, de Zuidafrikaanse Communistische Partij, die schade doet aan de aantrekkingskracht van de beweging op blanken, kleurlingen en Indiërs. Een aanzienlijk aantal leden van het hoofdbestuur heeft een dubbel lidmaatschap. Velen die het ANC in beginsel gunstig gezind zijn vrezen een communistisch experiment in Zuid-Afrika, ook al probeert de SACP haar stalinistisch verleden van zich af te schudden. Haar leider Joe Slovo, die door Mandela bij alle belangrijke besluiten wordt geconsulteerd, is paradoxaal genoeg de architect van het plan voor een overgangsregering van nationale eenheid. De relatie met de communistische partij maakt de ware aard van het ANC troebel, maar houdt anderzijds radicaal links verankerd aan de onderhandelingstafel.

Adam en Moodley zijn ook kritisch over de rol van het ANC in het politiek geweld. Pas de laatste maanden geven ANC-leiders toe dat zij geen greep hebben op hun volgelingen - voorheen was alles de schuld van de regering en Inkatha. De auteurs menen dat het geweld vooral wordt veroorzaakt door de botsing tussen een urbane en rurale zwarte cultuur. Door de opheffing van de pasjeswetten stromen zwarten van het platteland naar de stad. In de armoedige zwarte townships strijden zij met de huidige bewoners om schaarse voorzieningen. Etniciteit en afkeer van traditionalisme bij de jonge comrades doen de rest. Mede daarom pleiten zwarten in de townships soms voor de herinvoering van de influx control - het einde van de apartheid heeft hun problemen vergroot.

Het ANC, met zijn aanhang in de grote steden, heeft volgens de auteurs door de ridiculisering van het tribalisme het conflict met de Zoeloe-beweging Inkatha aangewakkerd. De rivaliteit tussen de twee grootste zwarte partijen heeft behalve duizenden doden ook wantrouwen aan de onderhandelingstafel veroorzaakt. Een neutrale discussie over voors en tegens van het federalisme - dat Inkatha eist om de macht in de provincie KwaZulu/Natal te behouden - is daardoor onmogelijk. Adam en Moodley suggereren naar het voorbeeld van de Amerikaanse filosoof Allen Buchanan een afscheidingsclausule op te nemen in de nieuwe grondwet, waardoor regio's of deelstaten onder strikte voorwaarden in bepaalde omstandigheden hun eigen weg kunnen gaan.

NOODCOALITIE

Overmorgen is in Zuid-Afrika ver weg. Adam en Moodley hebben hun voorspellingen concreet gemaakt door vergelijkingen met Zimbabwe, Joegoslavië en Duitsland. Het eerste voorbeeld achten zij onwaarschijnlijk. De meeste blanken blijven in Zuid-Afrika en de private sector staat veel sterker tegenover de regering dan in het voormalige Rhodesië. Een Joegoslavisch toekomstmodel ligt op ieders lippen. Er zijn zeker parallellen te trekken tussen het Afrikaner en Servisch nationalisme en ethnic cleansing van gebieden in de oorlog in Natal tussen ANC en Inkatha. De auteurs geloven echter niet in het rampscenario, vooral vanwege het gematigd leiderschap. De meest gewenste ontwikkeling is volgens hen een sociaal-democratisch pact tussen politiek, vakbeweging en werkgevers zoals in het na-oorlogse Duitsland. Dit "elite-kartel' moet Zuid-Afrika door de wederopbouw-fase helpen.

De "multi-raciale noodcoalitie' is niet de meest democratische oplossing, maar waarschijnlijk de enige die economische groei en stabiliteit teweeg kan brengen en tegemoet kan komen aan de torenhoge verwachtingen onder de zwarte bevolking. Adam en Moodley noemen dit het democratisch dilemma: ""Een "democratische oligarchie' - een autoritaire orde met een schijn van volksparticipatie - zal economisch waarschijnlijk beter presteren en meer buitenlands kapitaal aantrekken dan een werkelijke institutionalisering van de volkswil'. Het risico is dat de zwarte elite wordt losgeweekt van haar aanhang - nu al is het gemor te horen over ANC-leiders die verhuizen naar dure blanke wijken en zich laten fêteren door zakenlieden. Als tegenprestatie moeten de blanken de welvaart eerlijker verdelen. Blank Zuid-Afrika toont de wil daartoe nog nauwelijks. In twee jaar zijn in een straal van vijf kilometer rond mijn huis drie nieuwe shopping malls verrezen, waar stromen BMW's zich op zaterdagmorgen naar toe begeven. Tien minuten verderop is de verpaupering in het zwarte woonoord Alexandra schrijnender dan ooit.

Intussen raakt de tijd op. Wie Zuid-Afrika regeert is steeds irrelevanter geworden, schrijven Adam en Moodley. ""Iedereen die economische ontwikkeling en stabiliteit kan verzekeren, moet de mogelijkheid krijgen dat te doen', zo vertalen zij het heersende sentiment. Het is een weinig herosch einde van de strijd tegen de apartheid, maar wel het meest realistische.

    • Peter ter Horst