Na afsterven ideologieën, botsing der beschavingen

De conflicten in de wereld zullen steeds vaker worden bepaald door culturele en godsdienstige tegenstellingen en niet meer door ideologische wrijvingen. Dat stelt de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington in bijgaand interview. “Het ideologische conflict tussen regeringen is voorbij, de conflicten tussen beschavingen zullen steeds belangrijker worden”.

De wereld is veranderd en de bekende Harvard-politicoloog Samuel Huntington (66) met haar. Gold hij vroeger als vooraanstaand denker over de Koude Oorlog, nu heeft hij zich toegelegd op de verschillende beschavingen die de wereld rijk is. Het woord "beschaving' is wat ouderwets geworden, maar als het aan Huntington ligt, wordt het weer hypermodern omdat het veel van de huidige tegenstellingen in de wereld kan verklaren.

Deze zomer schrijft hij in Foreign Affairs over de conflicten tussen de beschavingen, die in de plaats komen van de vroegere ideologische wrijving. Zijn artikel is de vrucht van een studieproject van Harvards John M. Olin Instituut voor Strategische Studies, waarvan hij voorzitter is.

Hij onderscheidt onder andere Westers christelijke, Oosters orthodox christelijke, islamitische, confucianistische, zwart-Afrikaanse en Latijnsamerikaanse beschavingen, die onderling verschillende normen en waarden hebben. West-Europa en Amerika zijn als deelgenoten aan dezelfde beschaving natuurlijke bondgenoten.

Hij voorziet dat in Europa de tegenstelling tussen Westers en Oosters orthodox christelijk in plaats van de tweespalt tussen communisme en kapitalisme zal komen. In de brievenrubriek van de New York Times is al een debat over deze stellingen ontstaan. Huntington wijst op de cultuur als bepalende factor. De EG is weliswaar een economische gemeenschap maar heeft een culturele grondslag. De onderverdeling in beschavingen geeft een gevarieerder beeld dan de indeling van de wereld in het arme Noorden en het rijke Zuiden.

In 1991 publiceerde Huntington een boek over de derde democratiseringsgolf aan het einde van de twintigste eeuw, "The Third Wave'. Het is een overzicht van de democratisering in de laatste vijftien jaar. Als medewerker in het Witte Huis van president Carter was hij daar zelf bij betrokken. In 1981 schreef hij een opmerkelijk boek over het Amerikaanse democratische idealisme dat altijd een “belofte tot conflict” in zich draagt, omdat de hoge verwachtingen nooit worden gehaald.

Volgens u is het "IJzeren Gordijn' van de ideologie vervangen door het "fluwelen gordijn' van de cultuur. Wat bedoelt u daarmee?

We gaan een nieuw tijdperk in. Francis Fukuyama heeft gesproken over het "einde van de geschiedenis' maar eigenlijk heeft hij het over het einde van de ideologie. En dat is zeker een feit. Het ideologische conflict tussen regeringen is voorbij. Ook de natiestaat wordt aan alle kanten aangetast. Van boven wordt de natiestaat opgegeten door internationale en supranationale bureaucratieën en van onderaf wordt hij ondermijnd door loyaliteiten aan kleinere groepen.

Ik heb nu als hypothese dat de duidelijkste scheidslijnen van conflict in deze wereld zullen liggen tussen de verschillende beschavingen. Dat betekent dat de conflicten tussen beschavingen en groepen van beschavingen steeds belangrijker zullen worden, zoals de rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en liberale democratie en communisme de dominante vorm van conflict gedurende de laatste veertig jaar is geweest.

Er is ook sprake van een paradoxaal mechanisme. Hoe meer de volkeren met elkaar communiceren, des te verder raken ze van elkaar.

Wanneer mensen meer contact met elkaar hebben door de verbetering van communicatie en transport, hebben ze ook de neiging om hun identiteit uit te breiden. Ze zien zichzelf dan niet als onderdaan van een land, maar als deel van een beschaving. Als de verschillen tussen Nederlanders, Belgen en Duitsers kleiner worden, zullen de verschillen tussen Europeanen en anderen groter worden.

Het conflict in Joegoslavië speelt zich af op lokaal niveau. Maar de verscheidene groepen doen een beroep op andere deelnemers aan hun beschaving. De Serviërs doen een beroep op de Russen, de Bosnische moslims op de islamitische staten. In de Kaukasus krijgt Azerbajdzjan steun van Turkije en krijgen de Armeniërs steun van Rusland. De groepen die bij die conflicten zijn betrokken, willen de steun van andere groepen en staten. Dat is een potentieel gevaar. In de Koude Oorlog was er het gevaar van escalatie van een conflict tussen een bondgenoot van de VS en een bondgenoot van de Sovjet-Unie tot een conflict tussen de grote mogendheden. Maar in de toekomst bestaat het gevaar dat de relatief kleine conflicten tussen groepen uit verschillende beschavingen veel grotere groepen van staten en beschavingen mee kunnen trekken.

Er zijn volgens u drie manieren, waarop landen op het Westen reageren. Ze wenden zich af, zoals Birma, of Noord-Korea of ze sluiten zich helemaal aan bij het Westen. Maar de meeste landen landen moderniseren zonder daarbij de Westerse cultuur over te nemen.

Alle niet-Westerse landen willen moderniseren zonder te Westers te worden. Japan heeft daar veel succes mee. En op de een of andere manier zullen andere niet-Westerse samenlevingen een combinatie van modernisering met hun eigen inheemse cultuur zoeken.

Er is ook een interessante categorie van verscheurde landen, die niet Westers zijn geweest maar waarvan de leiders hun identiteit opnieuw willen definiëren. Dat is lang het geval geweest met Turkije. De politieke leiders wilden Turkije onderdeel van het Westen maken. Dat lukt duidelijk niet. President Özal stelde een paar jaar geleden vast dat Turkije geen lid van de Europese Gemeenschap kan worden, “omdat zij christelijk en wij moslim zijn”. En daar is niets tegen te doen.

Ook Rusland is verscheurd. Het grote historische debat gaat daar tussen de slavofielen en de Westers georiënteerden. Boris Jeltsin en zijn medewerkers willen van Rusland een Westers land maken maar andere krachtige groepen zeggen dat Rusland heel anders is dan het Westen. Het is volgens die groep een orthodox land dat een eigen rol moet spelen en een eigen persoonlijkheid, karakter en beschaving moet ontwikkelen.

Uw critici noemden uw indeling van de wereld in verschillende beschavingen arbitrair, a-historisch en racistisch.

Zij hebben helemaal ongelijk. De mensen hebben al eeuwen over deze beschavingen gepraat. Wij zagen de natiestaat als dominant in de mensheid. Maar die is een zeer recente ontwikkeling in de wereldgeschiedenis en gaat ten hoogste drie- tot vierhonderd jaar terug. En gedurende het grootste deel van de wereldgeschiedenis hebben mensen gedacht in beschavingen. Arnold Toynbee sprak in zijn geschiedenisstudie over 21 verschillende beschavingen. Daar bestaan er nu nog maar zes of zeven van.

Ik heb het alleen over grote beschavingen. Er kunnen er wel kleinere zijn die niet tot de grote groepen behoren. Een beschaving kan precies worden gedefinieerd. Het is de breedste categorie van identiteit waar een mens deel van uitmaakt op het menselijke ras na. Het is dus niet racistisch of a-historisch.

Hoe past u het toe op voormalig Joegoslavië?

Het gaat hier om het verdwijnen van het IJzeren Gordijn, wat de duidelijkste scheidslijn was door Europa, en de opkomst van de belangrijkste scheidslijn in de toekomst, namelijk die tussen Westers christendom aan de ene kant en orthodox christendom en de islam aan de andere kant. Langs die lijn is al eeuwen conflict geweest.

Het gaat terug tot de tweedeling van het vroegere Romeinse rijk. Daaruit ontstond de scheiding in de Balkan tussen de tsaristische en Ottomaanse rijken en het Habsburgse rijk. En dat gaat naar het hart van voormalig Joegoslavië. Slovenië en Kroatië zaten aan het noorden van die lijn en in het zuiden was de bevolking moslim en orthodox christen.

De nieuwe grenzen, die worden gevormd, vallen samen met de verschillen tussen beschavingen, die hoofdzakelijk door godsdienst worden bepaald. Dat is ook zo in de voormalige Sovjet-Unie.

Heeft het dan wel zin om politiek in te grijpen bij dergelijke historische krachten.

Ik denk niet dat die pogingen erg succesvol zullen zijn. De enige oplossing voor Bosnië is een driedeling langs lijnen van beschaving en religie.

Er zijn ook steeds meer botsingen tussen beschavingen binnen Westeuropese landen.

Het is een groeiend probleem in Duitsland, in Frankrijk en elders in Europa. En de neiging in Europese landen om immigratie te beperken en om grenzen op te werpen bewijst alweer het belang van deze culturele verschillen. Uiteraard heeft het ook een economische basis. Als de Europese economieën snel groeiden, dan zouden de conflicten in Duitsland, Frankrijk en elders niet zo ernstig zijn.

Is het geweld in Duitsland dan een bewijs van uw theorie? Is het volgens u dan wel mogelijk dat moslims in vrede in een Westers land kunnen leven?

Dat is heel goed mogelijk, als ze zich verplichten om goede Duitsers te worden, die moslim zijn, zoals er ook goede protestanten en katholieken zijn. Als ze een hele grote groep in Duitsland zouden worden en de islam op een politieke manier zouden verbreiden dan zou dat uiteraard problemen veroorzaken. Waar je die conflicten hebt tussen beschavingen, in Joegoslavië, in de Kaukasus en in Centraal-Azië of in Afrika, tussen Arabieren en islamieten in het noorden en christelijke zwarten in het zuiden, bestaat het gevaar van escalatie.

U heeft het ook over het Westen tegen de rest. Men kan dat zien in de Golfoorlog en bij de mensenrechtenconferentie in Wenen. Wordt de verbreiding van mensenrechten niet gezien als nieuw imperialisme, strijdig met de bijzonderheden van eeuwenoude samenlevingen.

Er is een duidelijke conflict tussen Westerse en Aziatische normen. Dat is te zien bij conferenties tussen Aziaten en Amerikanen. Het gaat om twee heel verschillende wereldbeelden. De Aziaten leggen de nadruk op gemeenschap, hiërarchie, orde en de onderwerping van het individu en de Amerikanen willen dat het individu en de individuele rechten bovenaan staan.

Wat moet het Westen doen om deze totaal verschillende beschavingen met elkaar te helpen verzoenen?

Het Westen heeft op het moment een zeer dominante positie, militair, economisch en in de internationale instellingen. Maar de Westerse macht gaat afkalven. Alle Westerse landen reduceren hun militaire macht en hun uitgaven. Dat is ook het geval met Rusland onder Jeltsin.

Aan de andere kant breiden Aziatische en islamitische landen hun militaire capaciteit uit. Het militaire machtsevenwicht is dus aan het verschuiven. En dat geldt ook voor de economische balans. Binnenkort zullen twee van de drie grootste economieën in de wereld Oostaziatisch zijn, Japan en China. Er is dus een machtsverschuiving waar het Westen zich aan moet aanpassen en waar het in moet bemiddelen.

Hoe?

In de eerste plaats moet het zijn eigen economische groei verhogen. Het moet zijn eigen militaire capaciteit minder snel reduceren. En het is ook in het belang van het Westen om de destabiliserende groei van de militaire apparaten in niet-Westerse staten af te remmen. Ik bedoel hier vooral de verspreiding van niet-conventionele wapens, kernwapens en raketten.

Is er geen tegenspraak tussen uw wens om de Westerse krachten te bundelen en uw verlangen om toenadering te zoeken tot andere beschavingen? Ontstaat er geen Westers fort?

Het ligt niet in mijn bedoeling om een Westers fort te creëren, maar ik wil met het hele Westen de hand uitsteken naar andere beschavingen. We moeten Centraaleuropese en Latijnsamerikaanse landen opnemen in Westerse instellingen. Dat zijn landen die sterk verwant zijn aan het Westen. Het is voor het Westen ook belangrijk om goede relaties met Rusland en Japan te houden.

Ook tot andere beschavingen moeten we toenadering zoeken, maar in het geval van China en Noord-Korea is dat heel erg moeilijk. Zij zijn gekant tegen het Westen. China's macht groeit buitengewoon snel. Dat land heeft een hoge economische groei. Ze moderniseren hun strijdkrachten en worden steeds assertiever in het verdedigen van hun belangen in Oost-Azië. China wil de dominerende macht in Oost-Azië worden. En op zeker punt wordt dat een ernstig probleem. Deng Xiaoping zei een paar jaar geleden dat er een nieuwe Koude Oorlog tussen China en Amerika zou ontstaan. Dat manifesteert zich nu al hier en daar.

De leiders van veel islamitische landen beschouwen het Westen als de vijand. Ook veel islamitische intellectuelen en publieke figuren zijn anti-Westers. Dat conflict gaat al veertien eeuwen terug.

Ook in Amerika zelf zoeken afzonderlijke etnische groepen naar een eigen beschavinkje, los van de algemene Amerikaanse. Is dat volgens u mogelijk zonder conflict?

In de Verenigde Staten is er sinds de enorme groei van immigratie in de laatste jaren sprake van grote etnische diversificatie. De bronnen van immigratie zijn Latijns-Amerika en de Carabische Zee aan de ene kant en Azië aan de andere kant.

Historisch is Amerika een land geweest met een Europese cultuur. En het identificeerde zichzelf met de beginselen in de Onafhankelijkheidsverklaring, de Constitutie, individualisme, democratie en vrijheid. Nu verliezen we een element in onze nationale identiteit door deze culturele diversificatie. Ik vertrouw er toch op dat we de consensus over de politieke beginselen van dit land niet verliezen.

Sommige groepen denken er wel anders over dan vroeger. De immigranten die hier in 1890 kwamen, hadden als grootste wens om te worden gentegreerd in de Amerikaanse samenleving. Nu willen sommigen niet in de smeltkroes opgaan maar hun verschillen met de hoofdcultuur beklemtonen. Dat is een bron van zorg. Sommige groepen dagen het systeem uit. Maar andere recente immigranten zijn de meest enthousiaste en vaderlandslievende Amerikanen.

In uw laatste boek zegt u dat de Amerikaanse identiteit meer dan die van andere landen is verbonden met democratische waarden en met de wereldwijde verbreiding van democratie. Maar wat heeft het nog voor zin om het evangelie van democratie te preken als dat volgens u onverenigbaar is met de grondbeginselen van de confucianistische en islamitische samenleving?

Er is in de Verenigde Staten brede steun om de bevordering van democratie en mensenrechten tot hoofdbestanddeel van het Amerikaanse buitenlands beleid te maken. Dat heeft zich heel consequent ontwikkeld sinds de jaren zeventig en het presidentschap van Jimmy Carter. Hij heeft zeker de mensenrechten op de wereldagenda gezet. De huidige regering institutionaliseert dat.

De Verenigde Staten moeten wel met tact optreden. Het helpt niet om landen publiekelijk om de oren te slaan met veroordelingen van hun mensenrechtenbeleid, zoals dat gebeurde onder president Carter, voor wie ik werkte. Het is beter om in andere landen groepen die voor democratie zijn aan te moedigen. Dat zal waarschijnlijk bijdragen aan democratische ontwikkelingen op de lange termijn.

Het is ook in het belang van de Verenigde Staten om de ontwikkeling van een particuliere sector aan te moedigen. Historisch heeft de opkomst van een burgerlijke middenklasse in andere landen bijgedragen tot democratie. Hopelijk heeft de economische groei in China dergelijke gevolgen. Maar ook al gaat het daar in de richting van een democratie, dan is dat nog geen Westerse democratie.

U citeert de psycholoog Harry Triandis uit wiens onderzoek blijkt dat niet-Westerse landen het minste geven om waarden, die het Westen het meeste lief heeft.

Een deel van de wisselwerking tussen de verschillende beschavingen zal deze verschillende waarden betreffen. Feit is dat onder anderen 1,25 miljard Chinezen, 125 miljoen Japanners, 700 miljoen Westeuropeanen, 250 miljoen Amerikanen en een miljard Indiërs met elkaar op deze planeet moeten leven. We moeten onze verschillen aanpassen en we moeten gemeenschappelijke kenmerken van beschavingen kunnen vinden.

    • Maarten Huygen