Met dit volk valt geen land te bezeilen, zegt Lubbers ongeduldig; Nederland moet Curaçao de tijd geven

WILLEMSTAD, 26 JUNI. Premier Lubbers drentelt ongeduldig door de zuilengalerij van het Curaçaose Sonesta-hotel, een suikertaart opgetrokken in de stijl van de oude landhuizen van het eiland. “Kom op, kom op,” mompelt hij, terwijl de passaatwind zijn haar alle kanten op blaast. Het gaat de premier niet snel genoeg. Krap anderhalf uur geleden zijn Lubbers en de ministers Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) en Dales (binnenlandse zaken) geland. Nu zou een bespreking beginnen met de leden van de Arubaanse delegatie, maar men is er nog niet.

De Tweede Toekomstconferentie over de “renovatie van het koninkrijk”, zoals Lubbers het eergisteren bij aankomst op het vliegveld Hato noemde, mocht niet doorgaan. Curaçao wil in navolging van Aruba een status aparte. Aruba wil met behoud van autonome status ook na 1996 deel blijven uitmaken van het koninkrijk. Nederland wil van de gelegenheid gebruik maken om bestuurlijk, financieel en rechtstatelijk meer greep te krijgen op de eilanden. En dat laatste stuit op onoverkomenlijke problemen bij met name het hoofdeiland der Nederlandse Antillen, Curaçao.

Nu de plenaire zitting niet mag doorgaan, worden er bilaterale gesprekken gehouden. En, zo verzekeren alle partijen te voren, die gesprekken moeten gaan over de verdere procedure. Nederlandse zegslieden bezweren tegelijkertijd dat wel degelijk ook de inhoud aan de orde komt. Het proces gaat door, deze dagen in Willemstad. Maar trager. En dat irriteert.

Daar zijn de Arubanen. Lubbers, voorzitter van de onderhandelingen namens het koninkrijk, heeft alle deelnemers verzocht de delegatie te beperken tot drie personen. Maar zo werkt het systeem hier niet: de achterban hoort er bij. En dus komt Aruba met 28 man: behalve de premier zijn er vertegenwoordigers van alle politieke partijen en van maatschappelijke groeperingen. Zij slepen stoelen aan door de zwaar onderkoelde gangen van het hotel. Lubbers ziet het met kennelijk afgrijzen aan. “Met dit volk valt geen land te bezeilen,” zegt hij zacht.

Donderdagmiddag krijgt de Arubaanse delegatie het voorstel van Nederland om nog zes maanden samen met Curaçao te proberen op een of andere manier tegemoet te komen aan de Nederlandse eisen. Door de opzet van het statuut van het koninkrijk (1954), kunnen wijzigingen in de verhoudingen alleen met instemming van alle partijen genomen worden. Daardoor zijn momenteel alle betrokken partijen gijzelaars van elkaar. Lubbers heeft donderdag echter de meest voor de hand liggende oplossing gevonden om uit de impasse te geraken: als Curaçao en Aruba er niet uitkomen, gaat Nederland bilateraal door met Aruba. Na 1 janurari 1996 wel te verstaan. Formeel valt Aruba dan buiten het koninkrijksverband en het Statuut, dus met Curaçao hoeft dan geen rekening te worden gehouden.

Daarmee komt Curaçao gesoleerd te staan. Want op steun van de kleine eilanden hoeft het hoofdeiland niet te rekenen. Saba en St.Eustatius laten weten liever vandaag dan morgen het Antilliaans staatsverband te verlaten om Koninkrijkseiland te worden, als een soort overzeese gemeenten. St.Maarten, dat onder curatele staat van Nederland, wil daar juist zo snel mogelijk vanaf. Het eiland opteert ook voor de autonome status, maar Nederland wil eerst financieel en bestuurlijk orde op zaken stellen.

Curaçao komt dan wel alleen te staan, maar het eiland krijgt extra tijd om de ontwikkelingen te verwerken. In maart leek het er tijdens de eerste Toekomstconferentie nog op dat Nederland de kwestie in twee dagen wilde regelen. Sindsdien is de sfeer tussen Nederland, Curaçao en de Nederlandse Antillen tot ver beneden het nulpunt gedaald. De afgelopen dagen stonden echter in het teken van verzoening. Lubbers en de Antilliaanse premier Liberia Peters staken tevoren bijna gelijkluidende verklaringen af over niet polariseren, over sfeerverbetering, processen en procedures.

Curaçao presenteerde gistermiddag een werkstuk waarin alle veranderingen werden opgesomd die dit eiland binnen twee maanden zal ondernemen. “Dat stuk is stilstaand water,” zo typeerde een der Nederlandse delegatieleden de Curaçaose plannen. Maar Curaçao krijgt de ruimte, en eind augustus kijkt Nederland weer eens of er wat van terecht is gekomen.

    • Frank Vermeulen