In het zicht van de ondergang; De dagelijkse strijd om het bestaan in de centraal-Bosnische stad Zenica

Een paar jaar geleden was Zenica in centraal-Bosnië nog een welvarende industriestad met 145 duizend inwoners. Nu heerst er wanhoop en chaos. De stad is overspoeld met tienduizenden vluchtelingen en dagelijks zijn er granaatbeschietingen. De inwoners zijn vrijwel permanent verstoken van water en stroom. De schappen in de winkels zijn leeg en vrijwel niemand heeft nog werk. De moslim-bevolking vreest het slachtoffer te worden van volkerenmoord door Kroaten en Serviërs. Burgemeester Spahic: "We staan aan de rand van de afgrond.'

De radio van de familie Jovanovic staat al maandenlang permanent aan, met de volumeknop op maximale sterkte. Toch heerst er meestal stilte in het huis, totdat keiharde muziek het gezin waarschuwt dat er stroom is. In hun woonplaats Zenica is dat nog maar om de paar dagen het geval, meestal midden in de nacht. Mevrouw Merima Jovanovic (42) staat dan onmiddellijk op om een maaltijd op het elektrische fornuis te bereiden. Ook doet ze - net als iedereen in Zenica - 's nachts de was, omdat ze alleen dan water kan koken. Helaas zijn water en stroom zelden tegelijkertijd beschikbaar, maar ze heeft altijd enkele gevulde jerrycans paraat staan.

De huiskamer van het gezin oogt nog als voorheen: het bankstel en de fauteuil staan in de richting van de kleurentelevisie en de videorecorder. Maar de moderne westerse apparaten staan er al een jaar vrijwel altijd doelloos bij, evenals de ijskast, het fornuis en de Atari-computer van zoon Denis (20). Nu kaarsen niet meer te koop zijn, maakt het echtpaar Jovanovic 's avonds licht met een glas waarin een water-olie mengsel als brandstof fungeert en een schoenveter als lont.

Tot drie jaar geleden was Bogoljub Jovanovic (46) als elektrotechnisch ingenieur betrokken bij de bouw van nieuwe fabrieken in Bosnië-Herzegovina. Samen met zijn vrouw verdiende hij ruim 2800 gulden per maand. Het gezin beschikte over een Fiat 128 en een zomerhuisje bij Vitez. Die stad is veranderd in een brandende puinhoop en onbereikbaar voor de familie Jovanovic. En al konden ze er nog wel heen: benzine is in Zenica alleen nog - illegaal - tegen de astronomische prijs van zes D-Mark per liter te verkrijgen. Omdat het leger bovendien particuliere auto's kan vorderen, heeft Jovanovic zijn Fiat in een garage verborgen.

Zeventig procent van de beroepsbevolking in Zenica heeft geen werk meer en is geheel afhankelijk van humanitaire hulp. De familie Jovanovic heeft nog geluk. Bogoljub bouwt weliswaar geen nieuwe fabrieken meer maar nu de bestaande kerkhoven als gevolg van de oorlog overvol zijn, ontwerpt hij in opdracht van het leger van Bosnië-Herzegovina begraafplaatsen en crematoria. Met zijn nieuwe werk verdient hij ongeveer 35 gulden per maand. Daarmee behoort hij tot de best betaalden in zijn stad, want het gemiddelde maandinkomen is in grote delen van Bosnië-Herzegovina gedaald tot ongeveer tien gulden.

Merima Jovanovic werkt als project-manager bij het heetwaterbedrijf van Zenica, dat er de afgelopen winter nog in is geslaagd het centrale verwarmingssysteem van de stad te laten functioneren. Zij wordt in levensmiddelen uitbetaald. Dat komt het gezin goed uit want bij het afhalen van voedselpakketten bij de humanitaire hulporganisaties doet zich een probleem voor.

Bogoljub Jovanovic heeft een Servische vader en een uit Slovenië afkomstige Kroatische moeder. Zijn vrouw Merima is een - athestische - moslim. Aangezien beiden de Servische achternaam Jovanovic dragen, zijn ze niet welkom bij de moslimorganisatie Merhemmed, en evenmin bij het katholieke Caritas. In principe kan de familie terecht bij de Servische hulporganisatie Dobrotvor, maar daar maken ze liever geen gebruik van. ""Dan zouden we ons openlijk als Serviërs moeten presenteren en dat is in Zenica op dit moment niet zo verstandig.''

Sommigen beweren dat zestig procent van àlle Bosniërs van gemengde afkomst is of gemengd gehuwd. De multi-etnische samenstelling van het gezin Jovanovic is dan ook bepaald niet uitzonderlijk. Zo telt het flatgebouw waarin ze wonen, vijf moslim-families, één Kroatisch echtpaar, twee Servische en vijftien gemengd Servisch-Kroatische gezinnen.

Zenica - het geografische hart van Bosnië - is stevig in handen van het door moslims gedomineerde leger van Bosnië-Herzegovina. Op papier is de stad in het recente Servisch-Kroatische voorstel tot opdeling van Bosnië in drie etnische gebieden voorbestemd een moslim-enclave te blijven. Maar geen moslim die daar in gelooft, overtuigd als ze ervan zijn uiteindelijk het slachtoffer te worden van volkerenmoord door Serviërs en Kroaten.

In 1991 telde de stad 145 duizend inwoners, van wie 55 procent moslim, 15 procent Kroaat, 15 procent Serviër en 15 procent "Joegoslaaf', zoals vooral mensen van gemengde afkomst zich noemden. Inmiddels is betrouwbare statistische informatie niet meer beschikbaar. De laatste maanden is Zenica overspoeld met moslim-vluchtelingen: veertigduizend in de stad zelf en nog eens veertigduizend in de nabij gelegen dorpen. Volgens een schatting van het gemeentebestuur zou de helft van de Serviërs en dertig procent van de Kroaten de stad hebben verlaten, uit angst of onder dwang.

Zenica is een langgerekte stad, doorsneden door de rivier de Bosna. Vanuit alle wijken zijn de schoorstenen van het uitgestrekte complex van de Zeljezara staalfabrieken en hoogovens zichtbaar. In het verleden hing er een dikke laag smog en stof over de in een dal gelegen stad. Tegenwoordig is de lucht zuiver want de industriesector in Zenica heeft grotendeels opgehouden te bestaan. Slechts een klein deel van de staalfabrieken is nog in gebruik voor de vervaardiging van de meest gewilde produkten in het Bosnië van 1993: wapens en munitie.

Granaten

De frontlijn met het door Serviërs bezette deel van Bosnië ligt op ongeveer 25 kilometer afstand van Zenica. Dat is te ver voor precisie-aanvallen maar net dichtbij genoeg om de stad met artillerie te kunnen bereiken. Dagelijks vuren Servische troepen lukraak enkele granaten af op de stad. Regelmatig vallen daarbij doden of gewonden. Dat gaat al een jaar zo en de bevolking van Zenica trekt zich er weinig meer van aan. Zodra er een granaat is gevallen, beginnen de sirenes te loeien. Daarna volgt nooit het sein "veilig', zodat het luchtalarm voor de rest van die dag geldt.

Zelfs tijdens beschietingen spelen er kinderen op straat en gaat de zwarte markt gewoon door. Afgelopen dinsdag nog kwam er een serie van acht granaten neer, vlakbij een flatgebouw in het centrum van de stad. Een van de projectielen trof een groep mannen die in de avondzon aan het schaken was. In totaal kwamen bij de beschieting van dinsdag negen mensen om het leven, onder wie drie kinderen.

Het is onduidelijk of de beschieting het werk was van Serviërs of van Kroaten. Volgens EG-waarnemers wijzen de korte pauzes tussen de inslagen op een beschieting van dichtbij, hetgeen doet vermoeden dat het Kroatische HVO-leger wellicht voor de aanval verantwoordelijk was. De verklaring daarvoor zou zijn dat het HVO Zenica aanvalt in een poging de omsingeling te doorbreken van een groot aantal Kroatische dorpen en stadjes in de regio door het leger van Bosnië-Herzegovina. Dat moslim-offensief is weer een reactie op de al maanden durende Kroatische blokkade van voedselkonvooien, waardoor in Tuzla en Zenica hongersnood dreigt.

De strijd tussen Kroaten en moslims kwam in Zenica voor het eerst tot uitbarsting op 19 april, toen er zes granaten in het centrum van de stad neerkwamen. Op het marktplein vielen zestien doden en ruim veertig zwaargewonden. De Kroatische aanval was de culminering van een reeks incidenten tussen moslims en Kroaten die begon toen op 15 april radicale buitenlandse mujahedeen de Kroatische HVO-commandant Zivko Totic ontvoerden, na zijn vijf lijfwachten te hebben doodgeschoten.

De dag daarna namen Kroaten wraak door het moslim-dorp Ahmici met de grond gelijk te maken. ""Ze namen slaapkamers met anti-tankgeschut onder vuur'', zegt de Nederlandse EG-waarnemer Henk Morsink, die vlak na het incident ter plaatse was. ""Wie dat overleefde en op de vlucht sloeg, werd door gereed staande sluipschutters neergeschoten. Anderen zochten dekking in de kelders. HVO-soldaten roofden eerst alles weg wat van hun gading was en staken de huizen vervolgens met vlammenwerpers in de fik, zodat de bewoners levend zijn verbrand.''

Als reactie namen moslims het op vier kilometer van Zenica gelegen Kroatische dorpje Kozarce onder handen. Stipan Radic, de katholieke pater van Zenica, vond in het dorpje onder meer de lichamen van twee broers, 89 en 90 jaar oud, en van een meisje van drie. ""Dat kindje was doodgeschoten in de armen van haar moeder, die zelf zwaar gewond raakte.''

Radic wil niemand vrijpleiten. Moslims, Kroaten en Serviërs begaan volgens hem allen misdaden tegen de mensheid. ""Ik heb altijd geloofd dat Het Kwaad bestaat. Maar in deze gedaante? Dat heb ik nooit voor mogelijk gehouden'', zegt hij in zijn met abstracte schilderijen volgehangen werkkamer. ""Hier heerst de wet van de sterkste. Het meeste oorlogsgeweld richt zich tegen burgers. Toch is het zo dat zelfs als iedereen dood is en er nog maar één Serviër, één moslim en één Kroaat over zijn, ze toch met zijn drieën verder moeten leven. Het tragische is dat niemand zich dat realiseert.''

Geplunderd en verwoest

In Zenica kwamen in april bij de gevechten tussen moslims en Kroaten in totaal 53 mensen om het leven. De rust keerde weer, nadat het Kroatische HVO-leger onder dwang haar hoofdkwartier in Zenica ontruimde. ""Ik wil beklemtonen dat er hier in de stad geen moordpartijen hebben plaats gehad'', zegt burgemeester Besim Spahic desgevraagd. ""We hebben de lijken laten onderzoeken en nergens sporen van wreedheden kunnen ontdekken. Tijdens de gevechten zelf zijn bovendien slechts enkele huizen van Kroatische stadsbewoners in brand gestoken.''

De burgemeester, een moslim, geeft toe dat het met de leeg achtergelaten woningen van gevluchte Kroaten minder goed afliep: die zijn inmiddels vrijwel allemaal geplunderd en verwoest. Dit ondanks het besluit van het oorlogspresidium van Zenica burgers en hun eigendommen door de politie en de BB te laten bewaken en ""condities te creeëren die de terugkeer van gevluchte burgers mogelijk moeten maken''. Bij rellen tegen Kroatische burgers schoot de militaire politie van Zenica twee plunderaars neer en arresteerde een tiental anderen. ""Allemaal moslims, meestal de buren'', zegt Spahic.

""Omdat de meerderheid altijd verantwoordelijk is voor de minderheden'' is volgens de burgemeester de renovatie van de tijdens de gevechten beschadigde kapel van de katholieke kerk onmiddellijk ter hand genomen, op kosten van de gemeente. ""Die kapel was beschadigd omdat Kroatische soldaten vanuit de kerk burgers onder vuur namen'', aldus Spahic. Ook de door een explosie getroffen Servisch-orthodoxe kerk van Zenica is inmiddels hersteld.

Volgens pater Radic zijn bij de overgave van het HVO-leger in Zenica 220 soldaten gearresteerd. Ze verblijven nog steeds in de gevangenis en tegen 75 van hen is vervolging ingesteld op beschuldiging van "gewapende misdaad'. Honderden Kroatische burgers zijn de stad ontvlucht, uit vrees voor wraakoefeningen. Toch toont Radic zich over het algemeen tevreden over de houding van het (moslim) stadsbestuur en van de burgerpolitie ten aanzien van de Kroatische minderheid. ""Maar helaas kunnen zij nog maar weinig gezag laten gelden in de chaos waarin we leven.''

Het lijkt het niet erg waarschijnlijk dat de gevluchte Kroaten en Serviërs snel naar Zenica zullen terugkeren. Dat komt vooral door de aanwezigheid van om hun gewelddaden bekend staande mujahedeen in de stad. De schatting over hun totale aantal in Bosnië loopt uiteen van 1500 tot 5000. Deze fundamentalistische moslims zijn afkomstig uit onder meer Iran, Afghanistan, Irak, Egypte, Oman, Turkije, Algerije en Pakistan. Een deel van hen werkt als gastarbeider in Westeuropa en heeft de Italiaanse, Britse of Zweedse nationaliteit. Een groep mujahedeen behoort tot de zevende brigade van het leger van Bosnië-Herzegovina, de rest opereert op eigen houtje.

In aanwezigheid van de Nederlandse EG-waarnemer C. Smulders werd eind mei de eerder in Zenica gevangen genomen Kroatische commandant Totic uitgewisseld tegen tien Turkse en één Afghaanse strijder. Burgemeester Spahic van Zenica ontkent de aanwezigheid van de buitenlandse fundamentalisten niet. Hij schat dat er zich alleen al in zijn stad ""vele tientallen Arabieren en Turken'' ophouden. In principe heeft hij daar geen bezwaar tegen ""zolang ze hier zijn om onze agressors te bestrijden en ons te helpen te overleven''.

In Bosnië zouden Serviërs hulp krijgen van Oekraners, Russen en Bulgaren, terwijl aan Kroatische zijde Duitse, Franse en Britse avonturiers zouden meevechten. Hulp voor de moslims is dus nooit weg, maar de burgemeester heeft twijfels over de politieke achtergrond van de buitenlanders in zijn stad. ""Ik ben ervan overtuigd dat zich onder hen ook agenten van geheime diensten bevinden'', zegt hij, ""met als taak onrust en wraakacties uit te lokken.'' Spahic meent zelfs te weten dat er zich ""wereldwijd gezochte misdadigers en terroristen'' in Zenica bevinden en dat baart hem zorgen. ""Deze types berokkenen ons grote politieke schade, hier en in de hele wereld. Laat het daarom duidelijk zijn dat we hun aanwezigheid niet langer kunnen tolereren.''

Bikini

Een bijkomend probleem vormt de fundamentalistische houding van de mujahedeen. Vrijende paartjes zijn in Zenica door hen mishandeld, evenals een vrouw die in bikini langs de Bosna lag te zonnen. Ook een aantal in mini-rok geklede meisjes is door buitenlandse extremisten gemolesteerd, zo bevestigt burgemeester Spahic. Vooral in de steden zijn Bosnische moslims - behalve op grond van hun achternaam - vaak nauwelijks als zodanig te herkennen. Sommigen zijn overtuigde athesten en zelfs veel religieuze Bosnische moslims drinken alcohol en eten varkensvlees. Het gedrag van de fundamentalistische mujahedeen is in Zenica dan ook the talk of the town. ""Wij zijn tot in het diepst van onze ziel Europeanen'', zegt burgemeester Spahic. ""Dus wensen wij ook volgens Europese normen en waarden te leven.''

Buitenlandse moslims dienen zich wat hem betreft onder het bevel van het leger van Bosnië-Herzegovina te stellen. ""En wie de wetten van deze staat overtreedt, zal worden uitgewezen.'' Maar de vraag is of het gemeentebestuur daar ook maar iets aan kan doen. Zo is de hoofdweg van Zenica naar Vitez - de levensader van de stad - al wekenlang door Kroaten met mijnen geblokkeerd. De enige andere toegang tot de stad vormt een bochtig bergweggetje dat langs een dozijn totaal verwoeste dorpen voert. De controlepost op het hoogste punt van die weg is in handen van met Palestijnse sjaals en in Arabische gewaden gehulde mujahedeen. Daarmee is hun invloed op Zenica duidelijk toegenomen.

Dat merkten ook de medewerkers van het tot eind april onafhankelijke, multi-etnische radiostation "Radio CD'. Deze zender bediende volgens een ex-programmamaker - voor zover stroomvoorziening of beschikbaarheid van batterijen dat toelieten - 150.000 luisteraars, niet alleen in de stad zelf maar in heel centraal-Bosnië. De in Zenica gevestigde omroep had een Kroatische directeur terwijl de programmastaf bestond uit negen Serviërs, zes moslims en drie Kroaten. ""Die verdeling was puur toeval. Het waren gewoon de beste programmamakers'', zegt de ex-medewerker. Hij is zelf moslim maar wil liever anoniem blijven, ""omdat ik een Kroatische vriendin heb die als gevolg van bedreigingen misschien binnenkort Zenica moet verlaten.''

Radio CD was volgens de jonge journalist ""het eerste vrije radiostation van Oosteuropa''. Toen de oorlog in Bosnië uitbrak, bleef de zender zo objectief mogelijk berichtgeven, dwars tegen de propagandistische tendenzen van de andere media in. Voor Bosnische begrippen gingen eigenaar/directeur Zoran Misetic en zijn medewerkers daarin ongekend ver. Zo kwamen vertegenwoordigers van alle strijdende partijen in de actualiteiten-rubrieken persoonlijk aan bod, zelfs de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic.

Op 19 april - de dag van de Kroatische granaataanval op Zenica - ging het mis. Terwijl directeur Misetic zich in het ziekenhuis van Zenica bevond om daar bloed te geven voor de tientallen gewonden, deden Iraakse en Pakistaanse mujahedeen een inval in het studio-complex. De Kroaat Misetic kreeg een seintje dat zijn leven in gevaar was. Hij wist naar Kroatië te ontkomen en werkt nu in Zagreb als correspondent voor The voice of America.

Radio CD bestaat nog steeds, maar neemt uitsluitend door de regering-Izetbegovic gecontroleerde berichten van Radio Sarajevo over. ""Ik ben als enige gestopt'', zegt de ex-medewerker. ""Mijn voormalige collega's werken gewoon verder, omdat ze bang zijn anders naar het front gestuurd te worden. U ziet, we doen hier niet alleen aan etnische maar ook aan geestelijke zuivering.''

Trouwrecepties

Wanhopig probeert de bevolking van Zenica het dagelijks leven zo veel mogelijk voort te zetten. Zo zijn er in Hotel Internacional nog altijd met veel bloemen, drank en muziek omlijste trouwrecepties en langs de rivier de Bosna - waarin al diverse keren verminkte lijken zijn aangetroffen - doen joggers hun gebruikelijke strekoefeningen. Ook de moslim-kebabzaak in de hoofdstraat doet nog business as usual, zeker sinds onbekenden begin deze maand bij de Kroatische concurrent aan de overkant een handgranaat naar binnen gooiden. Niet dat deze uitbater de strijd heeft opgegeven: nu de halve gevel van zijn café eruit ligt, heeft hij extra tafeltjes op het trottoir geplaatst. Zenica is nog altijd een gemengde stad, maar de verwijdering tussen moslims en Kroaten neemt toe. Behalve op de bomen, waar de wederzijdse overlijdensberichten broederlijk naast elkaar hangen.

Aan de avondklok is de bevolking al gewend, evenals aan het uitgestorven stadion van de voormalige Joegoslavische tweede-divisieclub FC Staal. De inwoners van de stad hebben ook geleerd te leven zonder interlokaal telefoonverkeer en zonder openbaar vervoer, vuilnisophaaldienst, benzine, electriciteit of leidingwater. Maar nu ze als gevolg van de Kroatische wegblokkades ook de primaire levensbehoeften dreigen te moeten ontberen, slaat de wanhoop toe.

""Steeds vaker klampen mensen mij op straat aan, met de vraag of ik ze librium of anti-depressiva kan leveren'', zegt de 22-jarige Fransman Jean Kanaan. Hij werkt als vrijwilliger voor de organisatie Médecins du Monde die 41 ziekenhuizen en zeven dialyse-centra in Bosnië van medicijnen voorziet. Kanaan is net terug uit Travnik. ""Ik ben daar per tank heengereden want in centraal-Bosnië is het bijna niet meer mogelijk op eigen gelegenheid te reizen.'' Het ziekenhuis in Zenica - het grootste in de regio - ligt vol met oorlogsslachtoffers. Die stroom patiënten kunnen de artsen volgens Kanaan nog net aan, maar aan lange-termijn behandelingen zoals chemo-therapie komen ze niet meer toe.

Woekerprijzen

""We staan aan de rand van de afgrond'', stelt burgemeester Spahic. ""In het begin van de oorlog hebben we al onze reserves aangewend om voedsel op te kopen en daarmee de bevolking te voeden. Die reserves zijn nu op. Als er hier niet snel weer voedselkonvooien komen, dreigt een massale hongersnood.''

De familie Jovanovic heeft flink gehamsterd en beschikt daarom nog over eenvoedselvoorraad die voor twee maanden reikt. Hun dieet bestaat al wekenlang uit bonen, rijst en vlees uit blik. Sinds april zijn de schappen van de winkels praktisch leeg en zelfs op de zwarte markt is bijna niets meer te krijgen. ""Alles wat je nog kunt kopen, is afkomstig van de internationale humanitaire hulporganisaties'', vertelt Bogoljub Jovanovic. ""Ze vragen natuurlijk woekerprijzen, want deze humanitaire business is in handen van tussenhandelaren.'' Appels, aardappels, sla, wortelen en vis zijn met enige moeite nog verkrijgbaar. Uitgaande van een gemiddeld maandloon van tien D-mark kost een pakje sigaretten inmiddels twee, een pond koffie vier en een liter olie zes weken salaris.

Wie in Zenica nog betaald werk heeft, krijgt zijn salaris doorgaans uitgekeerd in Bosnische dinars. De inflatie van deze vooral in de niet door Kroaten of Serviërs bezette delen van Bosnië gebruikte valuta - elders dienen Kroatische, respectievelijk Servische dinars als betaalmiddel - is zo hoog dat de fysieke overhandiging van het geld vaak een probleem vormt. Vorig jaar ontving Bogoljub Jovanovic iedere week een plastic tas vol bankbiljetten. ""Ik kreeg ze in pakken van honderd, met een elastiekje eromheen. Die gaf ik onaangeroerd weer uit, zonder dat iemand de moeite nam het allemaal na te tellen.'' Inmiddels is de hoogste coupure van de Bosnische dinar van tien naar tienduizend verhoogd, zodat Jovanovic nu iedere week slechts zestig bankbiljetten in ontvangst hoeft te nemen. Ondertussen is in heel Bosnië de Duitse mark het meest gangbare betaalmiddel geworden.

Volgens de familie Jovanovic ligt hun huis wat betreft de granaataanvallen ""in een gunstige positie''. Daarom zoeken ze tijdens beschietingen meestal niet de schuilkelder op en blijven ze gewoon in de huiskamer zitten. ""Maar dat doet eigenlijk iedereen in Zenica'', zegt Merima. ""Verder gaan we zo min mogelijk de straat op.'' Ze maakt zich veel zorgen over haar kinderen want die zijn nogal uithuizig. Omdat de meeste scholen vol zitten met vluchtelingen of gevorderd zijn door het leger, kan dochter Diana (12) alleen nog maar op maandag, woensdag en vrijdag op school terecht. De andere dagen brengt ze voornamelijk door op de tennisbanen langs de rivier.

Haar 20-jarige broer Denis vertoeft vaak in het gebouw van de vereniging van radio-zendamateurs. Daar zoekt een dertigtal jonge vrijwilligers dagelijks radiocontact met steden en dorpen in heel Bosnië, waaronder Gorazde, Bihac en Srebrenica. Het is de enige vorm van communicatie in een land waar vrijwel alle verbindingen verbroken zijn.

""We proberen uiteengevallen families weer met elkaar in contact te brengen'', zegt Samir Hadzic. Genteresseerden kunnen bij de zendamateurs opgeven wie ze willen bereiken en welke vragen ze hebben. ""Voor antwoorden die "Met ons alles goed' te boven gaan, is meestal geen tijd maar dan weten ze in ieder geval dat de gezochte personen nog in leven zijn'', zegt Hadzic. De zendamateurs beschikken over een computer, twee radiozenders en drie antennes; gezien het belangrijke karakter van hun werk krijgen ze wat betreft de stroomvoorziening prioriteit. Zo zijn ze erin geslaagd in een jaar tijd ruim zeventigduizend berichten te verzenden.

Denis Jovanovic zit in de tweede klas van de HTS. Totdat in april van dit jaar alle Kroatische militairen zich uit Zenica moesten terugtrekken, waren twaalf van de vijftien klaslokalen gevorderd door in het zwart geklede, kaalgeschoren soldaten van de Kroatische rechts-extremistische HOS-militie. De leerlingen kregen noodgedwongen les in de resterende drie lokalen, de bibliotheek en de docentenkamer. Er is nu weliswaar weer meer ruimte beschikbaar maar het gebrek aan stroom bemoeilijkt het technisch onderwijs. ""Ik krijg onder meer electronica en electriciteitsleer'', zegt Denis. ""Nogal lastig als er geen stroom is.''

Een aantal leerlingen uit het jaar van Denis vecht mee aan het front. Sommigen van hen duiken van tijd tot tijd op om examen te doen, in uniform. Enkele docenten zijn commandant in het leger. Tussen de bedrijven door proberen ze toch nog les te geven. Dit jaar kwam een moslim-vriend van Denis tijdens gevechten om het leven. Zijn Kroatische wiskunde-docent werd doodgeschoten terwijl hij als tolk een Deens voedselkonvooi begeleidde.

Onderling spreken de studenten zo min mogelijk over de oorlog. ""Het is heerlijk om het over totaal andere dingen te hebben'', zegt Denis. ""Iedereen geniet van de lessen.'' De HTS in Zenica is nog altijd gemengd. Zo heeft Denis een Servische klasseleraar. Maar Denis' Servische vriendin is met haar ouders vertrokken. ""Ze zijn nu in Italië, in hun huis wonen vluchtelingen.''

In het afgelopen schooljaar verdwenen tientallen Kroatische en Servische leerlingen. De Serviërs trokken in lange konvooien naar Servië, de Kroaten naar Kroatië. ""Zie je het verschil?'', zegt Denis. ""Veel Kroatische Bosniërs hebben een Kroatisch paspoort gekregen. Maar mijn familie beschikt alleen nog over een Joegoslavisch paspoort, dat sinds 1 mei niet eens meer geldig is. We zitten als ratten in de val.''

Zo denken ook de meeste moslims in Zenica erover, al lijken ze hun dreigende ondergang met een zeker fatalisme tegemoet te zien. Zo niet burgemeester Besim Spahic, voormalig hoogleraar filosofie. ""Nu er 150.000 van onze mensen zijn vermoord, tienduizenden van onze vrouwen verkracht en achthonderd van onze moskeeën verwoest, rest mij niets anders dan een gevoel van walging voor de oude hoer Europa en voor het hypocriete Westen'', aldus de verbitterde politicus.

Hij wijst op ""het eeuwenoude multi-etnische karakter'' van zijn stad, met in een straal van één vierkante kilometer een katholieke kerk, een moskee, een orthodoxe kerk en een synagoge, die nu als museum in gebruik is. ""Het fascisme uit de jaren dertig dwong helaas de meeste joden Zenica te verlaten maar we hebben de synagoge altijd gekoesterd'', zegt Spahic. ""Het fascisme van 1993 probeert daarentegen zelfs alle sporen van onze moslim-cultuur volledig uit te wissen.'' Nu de Serviërs ""ongestoord konden bezetten en roven wat ze wilden'' staat volgens de burgemeester niets de Kroaten in de weg hetzelfde te doen. ""We zullen echter tot het einde toe ons bestaan verdedigen. Uiteindelijk slagen ze er misschien in onze hele cultuur te liquideren maar we zullen sterven als helden.''