"Huidige economische crisis in Europa is door mensen gemaakt'

De recessie in de EG krijgt door de hoge werkloosheid een crisisachtige allure. Kunnen de Europeanen de concurrentie met de rest van de wereld nog wel aan? De Franse hoogleraar Charles Wyplosz wijst op een "hypocriete' vakbeweging en "kortzichtige' politici. “Deze Europese crisis is door mensen gemaakt.” Vijfde deel in een serie interviews met topeconomen over veranderingen in de wereldeconomie.

FONTAINEBLEAU, 26 JUNI. De razendsnel groeiende de werkloosheid in de EG heeft een exclusief Europees kenmerk, waarvoor macro-economen enkele jaren geleden een nieuw woord bedachten: hysteresis. Deze Griekse term wordt in de natuurkunde gebruikt om aan te geven in welke mate een veer na te zijn samengedrukt weer tot zijn oorspronkelijke vorm terugkeert. In de Europese economie is het de naam voor het verschijnsel dat de werkloosheid na de stijging tijdens de eerste en tweede oliecrisis in 1973 en 1979 nooit meer daalde tot het oude niveau. Elders in de wereld was dat wel het geval.

“Hysteresis doet zich in de economie voor, wanneer de insiders op de arbeidsmarkt, die allemaal een baan hebben, geen ruimte willen maken voor de outsiders, ofwel de werklozen. Zij willen hun privileges behouden”, zegt Charles Wyplosz, hoogleraar aan het prestigieuze instituut voor business administration INSEAD in het Franse Fontainebleau.

De 46-jarige aan Harvard opgeleide Fransman behoort tot het selecte circuit van Europese economen die hun visie in de belangrijke fora verkondigen en de verantwoordelijke politici van advies dienen. Samen met zijn Duitse collega Michael Burda schreef hij het onlangs bij Oxford University Press verscheen boek "Macro-economics; a European Text'. Het is het eerste macro-economische leerboek dat helemaal is toegesneden op de Europese economie, die zich in de visie van beide economen wezenlijk onderscheidt van de economieën in Japan en de Verenigde Staten. Zelfs zodanig dat een speciaal leerboek nodig was. Wyplosz: “Mijn studenten raakten gefrustreerd door de Amerikaanse boeken, omdat daarin vrijwel niets is te vinden over de specifieke Europese situatie. In Europa spelen sociale behoeften een veel belangrijker rol dan economische efficiency.”.

Neem de wijze waarop tussen werkgevers en werknemers over de arbeidsvoorwaarden wordt onderhandeld. De lonen blijken het vaakst uit de hand te lopen bij onderhandelingen op bedrijfstakniveau. En dat is het geval in de meeste EG-landen. De verklaring is simpel. De collectieve arbeidsovereenkomst is bindend voor alle ondernemingen uit dezelfde bedrijfstak. Alleen de concurrentie uit het buitenland vormt dan een rem op excessieve loonstijgingen. In de VS, waarin per bedrijf wordt onderhandeld, blijken bonden zich veel pijnlijker bewust van het risico van banenverlies.

Hoewel Wyplosz' politieke sympathie nog altijd bij de sociaal-democraten ligt, houdt hij de Europese vakbeweging grotendeels verantwoordelijk voor de huidige werkloosheidscrisis. “De vakbeweging is hypocriet in de zin dat ze niet de prijs wil betalen om van de werkloosheid af te komen. De Machiavellistische manier om er naar te kijken is dat we in een democratie leven waar meerderheden besluiten nemen. Wel, negentig procent van de mensen heeft een baan, zij willen betere betaling, betere levensomstandigheden en meer zekerheden. Die tien tot vijftien procent werklozen is een minderheid voor de politici en een minderheid voor de vakbonden”.

Maar de vakbeweging roept toch voortdurend dat zij zich zorgen maakt over de groeiende werkloosheid?

“Er is geen twijfel aan dat de meeste Europese vakbonden zich niet werkelijk zorgen maken over de werklozen. Arbeid is duur in Europa. Het zou heel goed zijn om de druk van belastingen en sociale premies op de factor arbeid te verminderen en in ruil de factor kapitaal zwaarder met sociale premies en bijvoorbeeld een eco-tax te belasten. De vakbonden zouden er ook mee kunnen instemmen dat in lonen wordt gesneden, maar dat is zeldzaam in Europa. In de VS heb je het wel gezien. En zelfs in Japan, want je hebt daar het systeem van bonussen. We weten allemaal dat de hoge minimumlonen een belangrijke oorzaak zijn van werkloosheid onder jeugd en laag geschoolden, maar de vakbeweging wil niet van een verlaging horen. Alle economen zijn het er ook over eens dat het systeem van werkloosheidsuitkeringen zelf een bron van werkloosheid is. Als je zegt dat je daaraan wat wilt doen door hoogte of duur te verlagen, dan zegt de vakbeweging nee. En dat gebeurt elke keer als je concessies vraagt die een significant effect hebben op de werkloosheid.”

Is arbeidstijdverkorting of de bevordering van part-time werk een goed middel om de werkloosheid in Europa aan te pakken?

“Part-time werk is prima, zolang het vrijwillig is en de mensen het willen. Maar arbeidstijdverkorting als oplossing van de werkloosheid is volkomen dwaasheid. In plaats van officiële werkloosheid krijg je dan onofficiële werkloosheid. Het is verspilling van menselijke hulpbronnen. De werkloosheidscrisis zegt ons niet dat je schaarste moet verdelen, maar dat je banen moet creëren. Iedereen weet dat rantsoenering slecht is als het om aardappelen of eieren gaat. Je moet er meer van produceren. Het is even misleidend te zeggen dat het voor arbeid wel goed zou zijn.”

Zal de vakbeweging door de toenemende concurrentie van de nieuwe 'booming nations' tot de door u genoemde concessies worden gedwongen?

“Het gevaar is dat de vakbeweging wint en protectionisme oplegt. Toch ben ik wat dit betreft optimistisch, omdat velen het gevaar inzien van het sluiten van de grenzen. Ik denk dan vooral aan Oost-Europa dat tenslotte vlakbij ligt. Ik zie een beweging in de goede richting, zie het besluit op de EG-top in Kopenhagen afgelopen om de markten voor Oosteuropese produkten sneller verder te openen. Ik geloof niet dat we de grenzen voor Oost-Europa onmiddellijk helemaal open kunnen zetten, maar er moet een duidelijke toezegging komen om elk jaar een beetje verder te gaan.”

Wat is dan nog de rol van de vakbeweging in West-Europa?

“Vakbonden zullen nodig blijven voor collectieve onderhandelingen over loon, voor bescherming tegen machtsmisbruik door werkgevers. Maar de vakbonden moeten afstand doen van hun monopolistische macht die ze op een aantal terreinen van de sociale zekerheid hebben. Monopolies zijn slecht, ook die op de arbeidsmarkt.”

Wat kan er nog overblijven van ons sociaal zekerheidsstelsel?

“Ik denk dat Europa niet zal terugvallen tot het niveau van de Verenigde Staten. Wel moet de vraag gesteld worden welke componenten van de sociale zekerheid te duur zijn en te gevaarlijk om in stand te houden. Maar de gezondheidszorg bijvoorbeeld zal vrijwel blijven zoals die is, al zal meer discipline moeten worden opgelegd aan de medische professie, die het systeem zonder enige schaamte exploiteert.”

Er is wel gesuggereerd, onder meer van Franse zijde, om de nieuwe "booming nations' een minimum aan sociale wetgeving op te leggen omwille van eerlijker concurrentieverhoudingen. Wat vindt u daarvan?

“Dat zou een inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden zijn. Naarmate die landen rijker worden, zullen ze sociale achterstanden vanzelf elimineren.”

Welke Europese leiders hebben de nieuwe uitdagingen het best begrepen?

“Je hebt twee leiders in de EG die tijdens een recessie verkiezingen hebben gewonnen. De toenmalige Britse premier Margareth Thatcher in het midden van de jaren tachtig toen de werkloosheid hoog was en steeg; en de ander is de Spaanse premier Felipe Gonzalez onlangs nog. Het zijn leiders die een visie hebben, weten waar ze naar toe willen, en het vervolgens ook doen. Thatcher heeft de basisprincipes van de economie serieus genomen en ze ook toegepast. Ze heeft de invloed van de vakbonden aanzienlijk teruggebracht, al was het op de harde manier. Ik ben ook zeer onder de indruk van Gonzales in Spanje, omdat hij uit een semi-marxistische traditie kwam. De transformatie die Spanje de laatste tien jaar heeft doorgemaakt is opmerkelijk; Gonzales heeft discipline gebracht in de vakbonden en het functioneren van de vrije markt verbeterd. In de rest van de EG is een volledig gebrek aan leiderschap. Kohl is vastgelopen in Oost-Europa en de Duitse hereniging met al zijn domme beloftes. De publieke opinie heeft een korte horizon. Een echte leider kan de publieke opinie omkeren en dingen gedaan krijgen, die nu nog onmogelijk lijken.”

Heeft de recente EG-top van de Europese leiders iets goeds te zien gegeven?

“Niet echt veel. Ze zijn het niet eens of er iets moet gebeuren aan de aanbodkant van de economie, zoals flexibilisering van de arbeidsmarkt, of aan de vraagkant. Het is allebei belangrijk. Men houdt zich bezig met futiele conflicten, terwijl de economie achteruit holt. Ze hadden kunnen besluiten tot een grote bestedingsimpuls, een fiscale expansie dus.”

U behoorde tot de economen die de EG hebben geadviseerd over een monetaire unie. Zijn het EMS (Europees Monetair Stelsel) en de aangekondigde EMU (Economische een Monetaire Unie) niet een belemmering voor groei in Europa?

“Het EMS is absoluut essentieel. Groot-Brittannie en Italie zijn eruit gestapt en hebben hun munt sterk gedevalueerd. Dat gaf een oneerlijke concurrentievoorsprong en legde dus druk op andere landen. Zolang de discipline van het EMS er is, voorkom je een devaluatiewedloop. Als je het EMS vernietigt, dan vernietig je de EG en daarmee de welvaart. Het probleem is dat het EMS is verzwakt door het Verdrag van Maastricht, dat bescherming tegen speculatieve kapitaalbewegingen onmogelijk maakt. De EMU was een antwoord op de extreme fragiliteit van het EMS. We zouden de EMU kunnen schrappen, maar dan blijf je zitten met een EMS dat kan exploderen. Daarom is de EMU het minst slechte alternatief. Maar die verschrikkelijk convergentiecriteria van Maastricht, die landen verplichten het overheidstekort tot drie procent en de overheidsschuld tot 60 procent terug te brengen, zijn dwaasheid. Geen serieuze econoom vindt het een goed idee. Ik begrijp wel dat het een prijs was die is betaald aan de Duitsers, omdat zij straks hun D-mark opgeven. Maar we zouden de criteria soepeler moeten toepassen. Dan heb je de komende vijf jaar minder recessie en minder werkloosheid. De monetaire unie moet over geld gaan en niet over budgetten. Het is een perversie.”

Er komt toch chaos als het nationale budget van een EG-land volkomen uit de hand loopt, wanneer we straks een Europese munt hebben?

“Als de Italiaanse regering zijn schuld niet meer kan betalen, dan zijn haar staatsobligaties niets meer waard. So what! Het kan gebeuren dat dan aantal banken falen. Maar een toekomstige Europese centrale bank is een 'lender of last resort', waardoor via een goed reddingssysteem banken die hun schulden niet kunnen betalen worden gesloten. We hebben er de kennis voor. Je zult een crisis hebben als de Italiaanse schatkist bankroet gaat. Vijftien jaar geleden ging New York ook bijna failliet. Het was een groot verhaal, maar het werd hanteerbaar gehouden.”

Of zijn economische adviezen in de steeds nijpender recessie nu wel zullen aanslaan bij politici en andere beleidsmakers? Ondanks enkele positieve signalen, zoals deze week een soepeler opstelling van de Duitse vakbeweging, blijft Wyplosz sceptisch. “Je wordt door politici vaak voor politiek naëf versleten. Velen zijn kortzichtig en kijken naar de volgende verkiezingen.”. Soms speelt ook politiek prestige een fnuikende rol. Als Frankrijk na de Duitse hereniging niet had geweigerd een revaluatie van de D-mark, en daarmee een devaluatie van de franc, te accepteren, had volgens Wyplosz het Europese renteniveau veel sneller kunnen zakken. “We hadden na de oliecrises van 1973 en 1979 ook een recessie in Europa. Dit maal is er niets van dergelijke aard gebeurd. Deze Europese recessie is door mensen gemaakt.”