Hollands Dagboek: Serge van Duijnhoven

Serge van Duijnhoven (22) studeert geschiedenis en woont in Amsterdam bij zijn enige broer. In het najaar verschijnt zijn dichtbundel "Het paleis van de slaap'. Eind vorig jaar nam hij het initiatief tot de Kunstgroep Lage Landen, een groep van zo'n vijftig jonge kunstenaars en journalisten uit Nederland en België die tot het jaar 2000 ""een reflectie wil bieden op het laatste decennium van deze eeuw''. Gisteren presenteerde de Kunstgroep Lage Landen in sociëteit De Kring in Amsterdam haar tijdschrift "MillenniuM'.

Donderdag 17 juni

De voorbereidingen voor de presentatie van De Kunstgroep Lage Landen zijn in volle gang. Iedere dag krijg ik telefoontjes van "millennaristen' uit het land die de laatste gegevens willen checken omtrent de tour die we door de Lage Landen gaan maken. De post komt vandaag uit Vlaanderen. Goed nieuws! Walter Janssens, van de Gentse theaterploeg Dinska Bronska, ontvouwt me zijn plannen voor ons gezamenlijk project "De Keizer en de Keizer alleen', gebaseerd op het markante levensverhaal van de Ethiopische keizer Haile Selassie. Verder een brief ontvangen van het literair tijdschrift Dietsche Warande & Belfort. Ze willen vijf gedichten van me plaatsen in hun zomernummer en zijn bereid 1000 BF per pagina te betalen. De eerste keer dat ik zoveel geld verdien met poëzie.

Aan de Rustenburgerstraat vindt 's avonds de "MillenniuM-salon' plaats. De salon is bedoeld als ontmoetingsruimte voor de kunstenaars en als levende expositieruimte voor hun werk. Er is een goede opkomst, en Claudia, onze gastvrouwe, schenkt heerlijke whisky-cocktails waarin framboosjes drijven. Componiste Marieke van der Linden is uit Den Haag gekomen om haar stuk "Miadolee, miadolee' toe te lichten, geschreven voor melodica en melodion. Hmm, met haar sensuele spel, waarbij ze tegelijkertijd blaast en zingt, en met haar tong het slangetje van de bandoneon streelt, zal ze het hart van iedere man op hol weten te brengen. Zo hoort het. Seks is de slavin van de kunst. Fotograaf Paul Struijk heeft namens de beeldende kunstgroep een dia-serie gemaakt van werken van Millennaristen. Ik heb een dia-carrousel weten te versieren, die we bij onze presentatie kunnen gebruiken: de doorlopende dia-show zal dienen als decor. Er hangt hier een heel lichte, geruststellende sfeer; het juiste, amber-gelige licht waaruit je een nacht lang niet meer weg wilt.

Vrijdag

Bij de notaris, waar ik samen met mede-initiatiefnemer Maarten Bijlenga eindeloos papieren moet tekenen om de Stichting Kunstgroep Lage Landen tot leven te roepen. De notaris leest ratelend onze statuten voor. Het valt hem op dat we maar tot het jaar 2000 willen bestaan. Met dit vaste voornemen hopen we onszelf en onze jeugd niet te hoeven compromitteren. Bovendien vloeit deze beperktheid voort uit onze tijdsproblematiek. We willen eens bekijken wat in de afgelopen eeuw op het gebied van kunst en cultuur genoeg de moeite waard was om mee te nemen naar de 21ste eeuw. Op ons briefpapier staat gedrukt: ""De tijd is aan de ideeën.'' Maar misschien dat over drie jaar van ons Lage-landen-initiatief wel even weinig over is als van een zandkasteel na de vloed.

's Middags loop ik met Anne en Elize hotel-bar Winston binnen, aan de rand van het duistere hart van Amsterdam, in de Warmoesstraat. Ik heb geruchten opgevangen dat de baas van Winston jonge kunstenaars wel eens hotelruimte gratis in bruikleen geeft. We zouden een of twee kamers in het voor publiek afgesloten achterhuis van het hotel uitstekend kunnen gebruiken als kantoor- en atelierruimte. Frans, de eigenaar, luistert bereidwillig naar ons voorstel. Hij glimlacht als ik hem vertel dat ik een tekst die geschreven staat op de toiletmuur van zijn bar (""Please don't let me die in this century'') gebruikt heb als uitgangspunt voor mijn artikel in het 0-nummer van MillenniuM. Frans leidt ons rond. Het is alsof deuren geopend worden van een in allerijl verlaten paleis: kringelende gangen, lege kamers, de roomservice, telefoons bungelen aan de dagzomende muren. We zijn verrukt van de apocalyptische sfeer. ""Kom morgen maar terug voor de details'', zegt Frans als hij me de sleutels geeft.

In de namiddag onderhandelen we met de managers van sociëteit De Kring over onze presentatie van volgende week. Vermoeiend! Er is zoveel te regelen. Misschien realiseren we ons soms te weinig dat we nog maar in onze kinderschoenen staan.

's Avonds heb ik een zanguitvoering met het Crea-oratoriumkoor in de Dominicuskerk. Voor we op mogen lees ik NRC Handelsblad, waarin een artikeltje gewijd is aan MillenniuM. ""Wat de moeite waard is om naar de volgende eeuw mee te nemen?'' Bernstein, bedenk ik tijdens het zingen. En Bach in ieder geval.

Zaterdag

's Middags vertrekken Joris Abeling en ik naar Utrecht, waar we de oprichting van de Nationale Jongerenraad voor Milieu en Ontwikkeling willen bijwonen. Een prachtig initiatief van Robin Berg, een oude bekende uit Oss, dat net als onze Kunstgroep geboren is uit de behoefte om in deze periode van heroriëntatie, aan de rand van een nieuwe eeuw, op een constructieve wijze bij te dragen aan een toekomst waar we straks zelf deel van uitmaken. In Utrecht wordt met minister Alders gediscussieerd over de gewenste, duurzame samenleving in 2010. In de zaal schreeuwt het publiek om restrictieve maatregelen ten behoeve van een beter milieu. ""De mensen moeten minder mobiel worden!'' Als Raymond van het Groenewoud optreedt met zijn Vlaamse Mustafa's, trekken jongeren wilde sporen in de zaal. Ik moet lachen als ik hoor: ""Joske, schoon madam/ Blijf bij mij uw leven lang/ Oeps, da's lang.''

Na 's avonds weer te hebben gezongen in Amsterdam breng ik de nacht door op een enigszins overhellend schip, dat ligt aangemeerd aan wat ooit de oude haven van Amsterdam moet zijn geweest. Door een patrijspoort zie ik de gele lichten van de stad aan de overkant weerspiegeld in het water, tot een meisje me een zonnebril opzet. We dansen op "Love on the beat' van Serge Gainsbourg en rijden naar huis met de ochtend achter ons aan.

Zondag

""Rust vindt een mens waar hij wordt onttrokken aan de slaapmakende kracht van de duisternis'', schreef ooit de Spaanse medicus Léo Errera in een boek dat ik heb bestudeerd toen ik aan Het paleis van de slaap schreef. Maar het is een vreemd soort rust die mensen lijken te zoeken. Ze vinden het niet in hun slaap, bang als ze zijn achtervolgd te worden door onplezierige dromen. Ze stappen er obscure gelegenheden voor binnen, oude Rijnschepen omgebouwd tot discotheken, bistros de nuit, waar het duister geen slaapmakende, maar een tintelende werking heeft. Ze drinken en dansen er op hallucinerende muziek tot het ochtend wordt en ze de slameur van een slapeloze nacht de dag in moeten dragen. Om die kwijt te raken ga ik rond het middaguur joggen om de Oosterbegraafplaats, waar mannetjesreigers met uitgestoken nekken de wacht houden.

's Middags schrijf ik een fragment voor mijn boek "Remi Overman' en bel naar huis. Het is vaderdag. Van mijn moeder hoor ik dat mijn vader, die zich in Frankrijk bevindt, in de garage een kronkelende slang heeft aangetroffen van anderhalve meter. Bij het maaien van het gras heeft hij de slang, die het veld in was gekropen, onbedoeld aan stukken gereden.

Tegen de avond ga ik eten bij Maarten. We spreken de tour door die we volgende week gaan maken: maandag Groningen, dinsdag Den Bosch, woensdag Nijmegen, donderdag Utrecht, vrijdag Maastricht, zaterdag Rotterdam, zondag: au lit!

Maandag

In de vroege ochtend treden Maarten en ik Sloterstein binnen, de zenderburcht van Radio-Noord-Holland op de Sloterkade. Presentator Jan Meng gunt ons een half uur om de kranten door te nemen. We worden geacht een klein commentaar te geven op het nieuws dat ons is opgevallen. Ik haal een flard NRC van zaterdag te voorschijn waarin stond dat de Duitse dichter Joachim Sartorius had voorgerekend dat de EG slechts 0,00016 procent van haar budget spendeert aan cultuur, tegen 65 procent die naar landbouw gaat. Sartorius is van plan een Europees Fonds voor cultuuruitwisseling tot stand te brengen, waarvan grote groepen kunstenaars gebruik kunnen maken om door Europa te trekken. ""We weten zo weinig van elkaar'', zei hij. Hij streeft naar een Europa dat ook Umberto Eco voor ogen staat, een Europa waar de één Italiaans, de ander Nederlands spreekt en beiden elkaar zonder tolk kunnen verstaan. Eenheid in verscheidenheid. Het interview zelf duurt verbluffend kort.

Na afloop merk ik toch enige gêne bij mezelf over mijn keuze om niets te zeggen over de uitzichtloze strijd in Bosnië. Dat is wat het wereldnieuws met je doet. Het plakt vast aan je ziel. Het geeft je het volstrekt onterechte gevoel overal bij betrokken te moeten zijn. Een modern mens, met een gewone dosis media-verslaving, moet zich er serieus voor hoeden niet te gaan lijden aan dat fnuikende complex van machteloosheid, waardoor gemakkelijk het belang van de eigen directe leefomgeving uit het oog kan worden verloren. De langste dag van het jaar eindig ik achter het blauw van mijn computerscherm, als de tuinfluiters onder mijn balkon beginnen te zingen.

Dinsdag

In mijn ochtendjas kruip ik weer achter de computer. De tekst van de presentatie is nog steeds niet rond. Mijn broer, die bij-klust als begrafenisverzorger, legt de post op mijn bureau in zijn raventenue, inclusief hoge hoed. Als hij zijn ovale brilletje op heeft lijkt hij net op de bohémien-Dracula uit de recente film van Francis Ford Coppola. Hij heeft er trouwens de perfecte tanden voor. Misschien wordt dit fin-de-siècle er dan een van decadentie.

Wegens een uit de hand gelopen bezoek aan uitgeverij Prometheus aan het Singel kom ik iets te laat voor een afspraak in ons nieuwe domein Hotel Winston, waar Jolan Douwes van Trouw een reportage over de Kunstgroep wil schrijven. Met vijf personen houden we een mini-presentatie voor Jolan, die bij haar flesje Spa-blauw na twee uur laat weten dat het haar begint te duizelen. Met de trein reis ik naar Oss om de Honda van mijn moeder op te halen. Op de terugweg naar Amsterdam zie ik tientallen luchtballonnen zweven in een gloeiende, rood-gele schemering.

Woensdag 23 juni

Na hectische voorbereidingen vertrekken we rond het middaguur met een karavaan van volgeladen auto's naar Gent, waar onze tour begint. Onderweg houden we halt in St.-Niklaas, waar ons blad MillenniuM zojuist van de persen is gerold. Ik voel me zoals een vader zich moet voelen op bezoek bij zijn vrouw die net een kind heeft gekregen. Met een fles Canard-Duchêne champagne in mijn ene hand en het tijdschrift in mijn andere maak ik een vreugdedans door de drukkerij. Gelukkig, de vermenging van genres geeft een weloverwogen indruk en de foto's komen goed uit op het glinsterende, gestreken papier. Toch haalt Moniek, die de tour op film vastlegt, er een exemplaar uit dat twee dubbele pagina's bevat.

Als we onze spullen genstalleerd hebben in Gent, gaan we kabeljauw en spaghetti eten in een "friteskot'. De presentatie zelf kenmerkt zich door veel changementen van situaties en ruimtes. Binnen flitsen dia-beelden, hangen felverlichte schilderijen die zichzelf in korte tijd zullen "vernietigen' en is het tijdschrift te koop. Buiten worden dichtersoptredens gegeven en begeleidt een trieste koperfanfare Dinska Bronska bij hun grotesk maskerspel over de keizer. Op het regenvette gras, in de halve duisternis, blijven prachtige zinnen hangen: ""De keizer dweilt zijn tranen.''

De hele avond weerklinkt het geluid door de tuin van flessen cider en "champoepel' die worden ontkurkt. Als 's nachts de tenten worden opgezet, rijd ik in een Honda vol tijdschriften over lege autobanen terug naar Amsterdam, waar vrijdag het feest opnieuw zal losbarsten. Hoe begon de Saison van Rimbaud ook al weer? ""Jadis, ma vie était un festin où s'ouvraient tous les coeurs, où tous les vins coulaient...''