Het echtpaar X in LOA-analyse (2);Het eerste artikel verscheen op 19 juni

De Bredase pensioenconsulent en financiële planner R. Goedhart gaat na of het echtpaar X zich terecht zorgen maakt. Goedhart werkt volgens zijn LOA-methode: inkomsten en uitgaven worden verdeeld in de stromen leven (L), vorige week uiteengezet, overlijden (O) en arbeidsongeschiktheid (A). Wie zijn de X'en?

Meneer (42) verdient 90.000 gulden en rijdt in een auto (35.000 gulden) van de zaak. Zijn twee kinderen (13 en 10) uit een vorig huwelijk wonen bij hem. Mevrouw (36) werkt parttime als directie-secretaresse, voor 30.000 per jaar.

Het echtpaar woont in een eigen huis met een hypotheek van 250.000 gulden die wordt afgelost met de slotuitkering van een levensverzekering. De jaarpremie is 4.100 gulden. Die hoeft niet betaald te worden tijdens arbeidsongeschiktheid (AO) van meneer. De rente per jaar (aftrekbaar) bedraagt 22.500 gulden.

X sloot eind 1989 een kapitaalverzekering voor een lijfrente vanaf zijn 60ste jaar: jaarpremie 7.500 gulden, inclusief AO-premievrijstelling; IB-besparing bij 50 procent 3.750 gulden.

Verder hebben de X'en 25.000 gulden op een spaarrekening en sparen ze iedere maand 200 gulden voor de kinderen.

Hoe ziet het O-traject eruit? Na overlijden van één van beiden mag het inkomen terugvallen tot 70 procent van de huidige 120.000 verminderd met lasten die wegvallen.

Meneer X overlijdt. Dan vervallen: hypotheekrente en premie voor de (aflos)verzekering, premie kapitaalverzekering voor de lijfrente, IB-bijtelling auto van de zaak en pensioenbijdrage, totaal 50.400 gulden.

Afgerond blijft 70.000 gulden over en een gewenst inkomen van 49.000; 70 procent van 70.000. Daarin wordt voorzien door de: AWW 31.000 gulden (inclusief 10.000 voor de twee kinderen), een weduwenpensioen van 21.300 (1900 gulden gaat naar de ex-echtgenote) en het eigen inkomen van mevrouw van 30.000. Geen financieel probleem derhalve, zelfs zonder rekening te houden met spaargeld en restitutie van betaalde premies voor de lijfrentekapitaalverzekering.

Mevrouw X overlijdt. Dat geeft een ander beeld. Er vallen geen lasten weg en meneer wil een inkomen van 70 procent van 120.000, dus 84.000 gulden. Daar komt hij ruimschoots aan door de AWW en zijn eigen salaris van 90.000 gulden.

Die AWW zal binnenkort wijzigen in de Algemene Nabestaanden Wet (ANW) die rekening houdt met het arbeidsinkomen. Ook als er geen ANW-uitkering inzit voor de partner die achterblijft, zijn er geen financiële problemen.

Dan de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Zowel binnen het bedrijf van de man als van de vrouw liggen er voorstellen voor WAO-gat-verzekeringen bedoeld om 70 procent van het laatste inkomen te dekken. Het doel van de X'en ligt op 80 procent van het huidige inkomen van 120.000 verminderd met de lasten die (wellicht tijdelijk) wegvallen.

Meneer wordt AO. In het eerste jaar krijgt hij zijn netto loon volledig doorbetaald. Wegvallen: verzekeringspremie voor de hypotheekaflossing (de rente loopt gewoon door), premie kapitaalverzekering voor de lijfrente, bijtelling auto van de zaak en pensioenbijdrage, samen 27.900 gulden. Afgerond blijft 92.000 over en een gewenst inkomen van circa 73.500.

Tot meneers 60ste jaar verdient mevrouw 30.000 gulden. De WAO keert na anderhalf jaar loondervingsregeling van 52.000 (maximum) een vervolguitkering van 38.000 uit. Dat bedrag is berekend volgens een bepaalde formule en bevat de AAW. Per saldo resulteert een tekort van 5500 gulden.

Volgens een opgave van de (werkgever)verzekeraar bedraagt zijn WAO-gat 14.500 tot 65 jaar, tegen een premie van 2200 gulden. De heer X gaat daarover praten: hij wil slechts 5500 tot 60 jaar en een premie van circa 900. Dat bespaart 1300 gulden bruto per jaar. Netto 650 gulden, de premie is aftrekbaar.

Als mevrouw AO wordt, zijn er geen kosten die wegvallen. Het gewenst inkomen is 96.000 gulden; 80 procent van 120.000. Tot zijn 60ste jaar draagt meneer daar 90.000 aan bij. Zij krijgt 20.000 WAO (vervolguitkering) en wil daarom niet deelnemen aan een overbodige WAO-gat-verzekering die haar 375 gulden per jaar kost. Tot zover het A-traject.

Goedhart voegt nog punten ter overweging aan het advies toe: X moet er rekening mee houden dat de fiscale rentevrijstelling bijna opgebruikt is; Hij brengt wèl de betaalde hypotheekrente in mindering op de loonbelasting, maar niet de premie voor de lijfrente. Dus: extra vermindering aanvragen bij de inspecteur; Er zijn geen testamenten.

Conclusie van de LOA-analyse: de situatie valt mee. Men hoeft zich geen zorgen te maken als de gesignaleerde punten worden aangepakt.

    • Adriaan Hiele