González' gevaarlijkste tegenstanders zitten in zijn eigen partij

MADRID, 26 JUNI. Drie weken na de verrassende, en verrassend grote, verkiezingsoverwinning van premier González en zijn socialistische arbeiderspartij (PSOE) heeft Spanje nog altijd geen nieuwe regering en zelfs geen idee hoe het volgende kabinet er uit zal zien.

Wordt het een coalitie tussen de PSOE en de Catalaanse en Baskische nationalisten, zoals González zegt na te streven? Of zijn de moeizame onderhandelingen met Convèrgencia i Unió, dat wordt aangevoerd door president Pujol van Catalonië, slechts een manier om de verantwoordelijkheid voor het aantreden van een socialistische minderheidsregering in Barcelona te kunnen leggen? En wie zijn de beloofde "nieuwe gezichten' in een regeringsploeg die volgens planning volgende week al had moeten aantreden? Alleen de minister-president weet het antwoord en hij neemt vrijwel niemand in vertrouwen. Want zijn gevaarlijkste tegenstanders bevinden zich nog altijd in zijn eigen partij.

Zelfs op de avond van de zesde juni, toen het kader van de socialistische partij tot zijn eigen verbazing besefte dat het feest mocht gaan vieren omdat de partij toch met afstand de grootste was gebleven, waren de tegenstellingen zichtbaar. Gónzalez weigerde samen met zijn tweede man en voornaamste tegenstrever, Alfonso Guerra, de huldeblijken in ontvangst te nemen. In plaats daarvan kondigde hij aan de steun van de kiezers op te vatten als aanmoediging om interne veranderingen door te voeren.

En toen Guerra een dag later liet weten dat de overwinning als een verdienste van de hele partij moest worden beschouwd en dat het partijbestuur nu dus ging uitmaken hoe de basis van het nieuwe kabinet er uit zou zien, liet González via zijn vice-premier weten dat hij nog altijd secretaris-generaal van de PSOE was en dat de partijtop dus voldoende vertegenwoordigd zou zijn als hij in zijn eentje de onderhandelingen zou voeren. Een week later legde het bestuur zich hier morrend bij neer.

De meningsverschillen tussen González en een groot deel van het partijkader hebben zowel te maken met stijl als inhoud. De premier wil de partij openbreken en een einde maken aan de financieringsschandalen die de laatste twee jaar zoveel schade aan de goede naam hebben gedaan. Daarnaast voelt hij niets voor een radicale koerswijziging op sociaal-economisch terrein. Hoewel de verkiezingscampagne in het teken stond van de tegenstelling tussen rechts en links en de uitslag kan worden uitgelegd als de keuze voor een links beleid, ziet de premier weinig in een regering met de communisten van Verenigd Links. Slechts voor de vorm heeft hij vorige week besprekingen met hen gevoerd, al zou het grootste deel van zijn achterban een verbond met deze formatie het hardste toejuichen.

Gisteravond behaalde de partijleider in twee zeer langdurige vergadersessies een belangrijke strategische overwinning op het partijbestuur en het federale comité van de PSOE. Ondanks heftige tegenstand wist hij gedaan te krijgen dat de huidige minister van economische zaken en financiën, Carlos Solchaga, werd aanvaard als voorzitter van de kamerfractie. Tegenkandidaten waren de zittende fractievoorzitter en ook Alfonso Guerra zelf.

Het signaal is duidelijk: de meest bekritiseerde minister uit het scheidende kabinet wordt weliswaar opgeofferd om een beleid te kunnen gaan voeren dat iets minder gericht is op het terugdringen van de inflatie en iets meer op het bestrijden van de werkgelegenheid, maar de interne oppositie mag zijn vertrek niet zien als een bevestiging van het eigen gelijk. Met angst en beven zien Guerra's volgelingen nu de ministersbenoemingen tegemoet, waarop ze helemaal geen invloed hebben.

González bracht gisteravond ook verslag uit van zijn serieuze pogingen om een coalitie te smeden met de Baskische regionale partij PNV en met het Catalaanse CiU. Weliswaar beschikt de PSOE met 159 van de 350 parlementszetels over de mogelijkheid om een niet al te wankel minderheidskabinet te vormen, maar de premier acht in de huidige economische crisis zoveel mogelijk politieke stabiliteit gewenst. Beide partijen staan iets rechts van het midden als het gaat om economisch beleid. De Basken hebben wel oren naar samenwerking met de PSOE, die ook op regionaal niveau al bestaat, maar president Pujol van Catalonië vreest dat hij straks de schuld krijgt van een beleid dat er niet in slaagt de crisis te keren.

Hij cultiveert bovendien in zijn eigen regio graag de tegenstellingen tussen Barcelona en Madrid. Donderdag liet hij in een gesprek met González weten dat zijn partij, die over 17 zetels beschikt, alleen deelname aan de regering overweegt als deze het gehele verkiezingsprogramma van CiU overneemt. Hij zei dat er zelfs geen sprake van gedoogsteun kon zijn als González niet instemt met ondermeer de rechtstreekse afdracht van vijftien procent van de inkomstenbelasting aan de regionale regering. Pujol maakte duidelijk dat zijn partij niet vergeleken moet worden met de Engelse liberalen of de Duitse FDP, die genoegen nemen met een bijrol in de landelijke politiek, maar in de eerste plaats opkomt voor de streekbelangen.

Ondanks de openlijke afwijzing door Pujol heeft González toch gedaan gekregen dat een commissie uit beide partijen de programma's nog eens naast elkaar gaat leggen. Officieel heet het nog altijd dat dit onderdeel uitmaakt van de coalitieonderhandelingen, maar het resultaat kan evengoed een akkoord op punten zijn dat een regering die bestaat uit socialisten en onafhankelijken parlementaire overlevingskansen biedt.