Een profgolfer geniet niet van een zwarte specht

BOSCH EN DUIN, 26 JUNI. Ze hebben elk hun eigen bond met eigen reglementen. Ze hebben ook elk hun eigen wedstrijdcircuit. Twee werelden, uiterlijk zo verwant, door een onzichtbare tolmuur gescheiden. Maar één keer per jaar vervalt de apartheid. Dan zijn alle golfers broeders. Bij het Nationaal Open Golfkampioenschap delen professionals en amateurs in harmonie de "driving range'.

Wat is nog het verschil tussen de liefhebbers en de broodgolfers bij deze titelstrijd van de nivellering, die woensdag op de baan van de Utrechtse golfclub De Pan in Bosch en Duin is begonnen? Het prijzengeld. Van de zestig profs die meedoen, krijgen de beste 39 een financiële beloning. Voor de allerbeste ligt 5.850 gulden klaar, ook als hij in de eindstand achter een amateur is geëindigd. En dat krijgt hij contact in het handje, in een discrete enveloppe. Terwijl de amateurs worden beloond met VVV-geschenkenbonnen. Alleen de zes beste. De meest succesvolle amateur neemt na vier dagen spelen voor 600 gulden aan bonnen mee naar huis.

De amateurs maken ook geen kans op de glimmende Volvo 440 Escape die voor het clubhuis staat. Deze bolide waar een golfbal al de eerste deuk in heeft geslagen, is uitsluitend voorbestemd voor professionals. Dan moet wel op de 15de hole een hole-in-one worden geslagen.

Verder onderscheiden amateurs en profs zich nauwelijks van elkaar. Ze hullen zich in hetzelfde uniform, hoewel de wederzijdse reglementen daar niet over reppen. Een beige of khaki broek van katoen. Een degelijk polo-shirt. Handschoenen met klitteband, dat de stilte telkens opnieuw ruw verscheurt.

Profs en amateurs, ze gaan even diep door de knieën bij het putten. Ze wachten even geduldig als er weer een straaljager van Soesterberg over de Hollandse wolkenlucht walst. Ze zeggen even sportief en waarderend tegen opponenten: “mooie bal”.

Ook qua niveau ontlopen profs en topamateurs elkaar in Nederland weinig. Het Nationaal Open Golfkampioenschap werd vorig jaar gewonnen door de professional Constant Smits van Waesberghe, die het toernooi ook als amateur al eens op zijn naam schreef. Maar op een gedeelde tweede plaats volgden, met twee slagen extra, drie amateurs en één prof.

Geen wonder dat het klasseverschil zo klein is, zeggen de profs vergoelijkend. Amateurs hebben veel meer tijd om te trainen. Amateurs spelen veel meer wedstrijden.

Dat klinkt misschien merkwaardig, maar dat komt omdat de titel van prof in de golfsport hoogst misleidend is. Verreweg de meeste van de circa 200 Nederlandse profs zijn zogeheten "teaching pro's', "lesboeren', zoals door sommige amateurs oneerbiedig worden genoemd. Ze zijn verbonden aan een golfclub en ze introduceren beginners in de geheimen van de "swing'.

Daarnaast telt Nederland welgeteld vier mannelijke "playing pro's', golfers die uitsluitend met het spelen van toernooien in hun onderhoud proberen te voorzien. Dat zijn Chris van de Velde, Constant Smits van Waesberghe, Joost Steenkamer en Stéphane Lovey. Zij leiden een hard en moeizaam bestaan, speurend naar sponsors, hopend op de doorbraak. Sappelend in de marge van het internationale profcircuit.

Maar al die andere profs hebben het veel te druk met les geven, zegt Jacques Balvert, één van de professionals. Hij probeert wel elke dag zo'n anderhalf uur te oefenen, maar het komt er vaak niet van. Te vermoeid na een lange werkdag op de baan. En 's zomers kan het al helemaal niet, want in de zomer geeft hij ook 's avonds les. Nee, dan de amateurs, die hebben alle tijd. Balvert zegt het met een ondertoon van spijt. Veel van de topamateurs studeren.

In sporten als wielrennen of voetballen zou het als schande worden beschouwd als betaalde krachten het zouden moeten afleggen tegen amateurs. Niet in het Nederlandse golf. Balvert zegt dat dit de consequentie is van de keuze die de "teaching pro's' hebben gemaakt. Ze verdienen hun geld met begeleiden, niet met spelen.

Sterker: het spelen van dit kampioenschap kost hem geld. Tenminste, als hij niet bij de eerste tien eindigt. Dan had hij met les geven meer kunnen verdienen. “Maar je doet het voor je naam”, zegt Balvert. “En verder blijft het bijzaak.”

Dat de professionals zich zo makkelijk neerleggen bij de gelijkwaardigheid van amateurs, dat ze zich daarbij beroepen op gebrek aan oefentijd, amateur Jan van Oosbree vindt dat “goedkoop”. “De meeste amateurs werken toch ook overdag. Als professionals na zes, zeven uur les geven per dag geen zin meer hebben om zelf nog een balletje te slaan, heeft dat alleen maar te maken met hun eigen gebrek aan discipline.”

Het zit hem niet in materiaal of niveau, maar volgens Van Oosbree is er wel degelijk een verschil tussen profs en amateurs. “Professionals zijn toch iets serieuzer. Alleen al in het slaan op zich. Ze meten alles uit.”

Daardoor wordt de sfeer ook anders, vindt Van Oosbree. “Rustiger.” Er wordt minder gepraat. Een professional laat zich niet koesteren door het zonnetje. Een professional geniet niet van een zwarte specht. Daarvoor is een professional teveel professional.

Niet dat het Van Oosbree wat uitmaakt. Hij voelt zich niet extra geprikkeld als hij tegen professionals meespeelt, ook niet geremd. “Ik speel alleen voor mezelf.” Dat is misschien wel het grootste verschil tussen profs en amateurs.