DRONKEN RIJDERS

In NRC Handelsblad van 19 juni maken de hoogleraren Van den Hout en Crombag enkele behartenswaardige opmerkingen over de inzet van psychiaters om veroordeelde rijders onder dronkenschap hun rijbewijs te ontnemen.

Aan hun overwegingen wil ik dit toevoegen: Het gaat hier om mensen die wegens dronkenschap achter het stuur door de strafrechter al tot vaak aanzienlijke straffen zijn veroordeeld. Teneinde het verwijt "ne bis in idem' te ondervangen stelt de minister dat de ontneming van het rijbewijs geen bijkomende straf is, maar een door een psychiater wegens psychische gebreken aanbevolen beschermingsmaatregel om herhaling te voorkomen.

Door deze constructie ondervangt de minister misschien bovengenoemd verwijt. Maar zij maakt de zaak er juridisch niet sterker op. Immers, aangezien deze personen door de daartoe bevoegde en aangestelde strafrechter zonder verzachtende omstandigheden veroordeeld zijn is bij gerechtelijk vonnis vastgesteld dat betrokkene geen psychische tekortkomingen heeft waardoor hij wegens ontoerekeningsvatbaarheid in aanmerking zou komen voor vermindering van strafoplegging.

Wanneer de minister dan alsnog de geestelijke vermogens van betrokkene ter discussie wil stellen gaat zij in tegen een rechtsgeldig vonnis. Dit kan uiteraard nooit de bedoeling zijn van artikel 18. De hierin genoemde bevoegdheid van de minister kan geacht worden, betrekking te hebben op die gevallen waar iemand (nog) geen strafbaar feit heeft begaan maar door zijn gedrag, bijvoorbeeld opvallend aarzelend rijden, twijfel oproept over zijn geestelijke vermogens, of door plotseling optredende epileptische aanvallen lichamelijk een risicofactor in het verkeer dreigt te worden.

Naar ik hoop zullen betrokkenen en masse bij het Europese hof van justitie in beroep gaan en naast teruggave van hun rijbewijs ook schadevergoeding eisen wegens aantasting in goede naam en faam, gederfd levensgeluk en extra gemaakte vervoerskosten.

    • W.R. van Dam