DNB ziet al echte recessie voor economie

ROTTERDAM, 27 JUNI. Nederland is in een economische recessie terecht gekomen, blijkt uit een gisteren gepubliceerd bericht van De Nederlandsche Bank (DNB). Volgens de bank is de economische produktie in het eerste kwartaal van dit jaar voor de tweede achtereenvolgende maal gedaald.

Minister Kok (financiën) Kok waarschuwde gisteren dat niet zoals in het begin van de jaren tachtig te lang moet worden gewacht met een reactie op de economische tegenwind. De PvdA-leider zei dit na afloop van de ministerraad, waar hij premier Lubbers verving die op de Antillen verblijft. Hij herinnerde aan de crisis van begin jaren tachtig, toen werkgevers en werknemers - Kok was toen FNV-voorzitter - in 1982 een akkoord sloten over loonmatiging. “Maar dat was drie jaar te laat, en dat heb ik me later goed ingeprent”, aldus Kok.

Van een recessie is volgens de gangbare definitie sprake als er gedurende twee achtereenvolgende kwartalen krimp optreedt in het bruto binnenlands produkt (bbp), de waarde van alle voortgebrachte produkten en geleverde diensten. De daling bedroeg 0,9 procent in de eerste drie maanden van dit jaar vergeleken met het vierde kwartaal van 1992. Het vierde kwartaal vertoonde op zijn beurt weer een daling van 0,1 procent vergeleken met de daaraan voorgaande drie maanden.

Die verdere verslechtering van de conjunctuur hangt nauw samen met wat er in Duitsland gaande is. Daar hadden lastenverzwaringen in combinatie met de snelle toeneming van de werkloosheid een negatieve uitwerking op het particuliere verbruik. Internationaal werkende bedrijfstakken konden door de concurrentiedruk loonsverhogingen niet doorberekenen in de prijzen met het gevolg dat het de bedrijven slechter ging.

Dit benvloedde samen met de weinig rooskleurige afzetvooruitzichten de investeringsactiviteit van het Duitse bedrijfsleven en had een negatieve uitstraling naar omringende landen, dus ook naar Nederland, dat de belangrijkste handelspartner van Duitsland is.

Het particuliere verbruik, dat vorig jaar de grootste bijdrage aan de economische groei in Nederland leverde, is in het verslagkwartaal kleiner geworden. Ook de situatie op de arbeidsmarkt, die in de eerste maanden van dit jaar werd gekenmerkt door een sterke toeneming van de werkloosheid en stagnatie in de werkgelegenheidsgroei, duidt volgens DNB op een “verder conjuncturele afkoeling”.

Het tempo waarin het geld minder waard wordt, is - gemeten aan de toeneming van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie gedurende twaalf maanden - mede onder invloed van de zwakke economische gang van zaken afgenomen van 2,9 procent in het vierde kwartaal van 1992 tot 2,4 procent in de eerste drie maanden van dit jaar. Hiermee stak de consumptieprijsstijging in Nederland gunstig af bij die in Duitsland. Daar is de inflatie, ook al door een verhoging van de btw (het algemene tarief ging op 1 januari van 14 naar 15 procent), versneld van 3,7 naar 4,3 procent.

Ook de Oeso (op de jaarvergadering begin juni in Parijs) en de Europese Commissie (de Eurotop in Kopenhagen) onderstreepten recentelijk de recessie in de EG en Nederland. Het Centraal Planbureau (CPB) houdt het er voorlopig op dat Nederland “op de rand van de recessie balanceert.”