"Dit willen wij graag zo houden'

“Ik zie ze wel eens trainen en draven”, zegt een punnikend meiske uit Lollum over het bejaarde echtpaar Visser dat achter de kerk woont. “Daar klopt natuurlijk niets van”, verontschuldigt meneer Visser (81) zich bijna. “We kunnen nog veel hoor maar ik denk dat zij iemand anders voor ogen heeft.”

Samen met zijn vrouw (80) woont hij in Friesland in een huisje waar de vader van mevrouw Visser nog is geboren. Op de bovenverdieping bouwden zij zelf een paar kleine kamertjes om alle kinderen een plaatsje te geven. De meisjes bij de meisjes en de jongens bij de jongens. Beneden in de wc is een kleine douche gemaakt waar zij voorzichtig onder kruipen om niet uit te glijden. Het huis is nu afbetaald en er zal niet veel meer aan veranderd worden. De grote schuur, vroeger de turfschuur, wordt nu gebruikt als washok, knutselhok en opslagplaats voor de caravan van een van de kinderen.

Mevrouw Visser heeft de laatste achttien jaar een dagboekje bijgehouden. 's Morgens kleden en eten, staat er iedere dag, en ook wie zij heeft gesproken of gezien. Ze doen nog alles zelf: maandag is wasdag met regenwater, woensdag is soosdag en verder rijden zij naar alle verjaardagen van de zeven kinderen en de tweeëntwintig klein- en achterkleinkinderen.

Op zijn 60ste is hij begonnen met autorijlessen. Zij spaarde voor de auto. “Dat is het enige nadeel van het dorp - het openbaar vervoer is ronduit slecht.” De kinderen waaierden uit en dan red je het niet meer op de fiets. Nu gaan ze overal met de auto naar toe (“we zijn al aan onze vierde toe”) en zijn ze van niemand meer afhankelijk. Dat is één van de voorwaarden voor het zelfstandig kunnen blijven wonen. Je moet ook gezond zijn en je moet het samen leuk hebben. Zij yatzeeën iedere dag en spelen ook veel scrabble. Maar dan moeten niet net de kleinkinderen binnenvallen want dan zien ze dat opa woorden legt die niet mogen. Zij eten de groenten uit de moestuin en brood van de bakker.

De gezondheid laat het wel eens afweten (hartklachten, een gebroken heup), maar ze zijn er steeds bovenop gekomen. Mevrouw Visser slikt soms “pillen tegen spanningen” omdat het lange leven ook veel verdriet met zich meebrengt. “Er liggen drie van onze kinderen op het kerkhof en dat is moeilijk te verwerken.” Naar een verzorgingshuis willen zij liever niet omdat “het daar zo muf en warm is”. Ook het idee dat je altijd iemand op de gangen tegen komt als je de deur opendoet staat hen tegen. “Als wij de deur open doen zien we het land. En dat willen we graag lang zo houden.”