De voorzitter moet de liefde van zijn partij nog winnen; Ongewisse revalidatie van SPD onder Rudolf Scharping

ESSEN, 25 JUNI. Rudolf Scharping, de nieuwe voorzitter, spreekt zacht. Wie in de Essense Gruga-hal ver van een luidspreker zit kan hem moeilijk volgen. Dus ontstaan er op de grote, hoge tribunes gaandeweg publieksconcentraties rondom de luidsprekers, waardoor die tribunes er een beetje gaan uitzien alsof ze de mazelen hebben. De partij reformeert, maar je moet er goed voor gaan zitten en luisteren.

Wie wèl in de buurt van zo'n ding zit hoort het moderne jargon van een knappe, vrij jonge sociaal-democratische bestuurder. Tikje ingewikkeld soms, vooral de passages over de sociale wetgeving en het financiële beleid. Hij meent het goed, hij wéét het ook wel goed, maar zou hij echt het hart van de 130-jarige SPD, de oudste partij van Duitsland, kunnen veroveren? En bovendien al die extra kiezers in het "midden' die de SPD (even boven 33 procent in 1990) in 1994 nodig heeft om regeringspartij te worden? Of mikt hij, nu zijn voorganger Björn Engholm zo lelijk voortijdig moest afhaken, eigenlijk op 1998? Anders gezegd: hebben de leden van de SPD in hun recente referendum een man gekozen die misschien pas na een paar jaar als oppositieleider in Bonn zijn politieke top gaat halen, en de partij daarmee ook een langere revalidatieperiode zal bieden?

Het applaus dat de nieuwe chef af en toe van het buitengewone partijcongres krijgt klinkt aarzelend, en zijn verkiezing met tachtig procent van de stemmen is naar de tradities van de partij eigenlijk nog geen echte liefdesverklaring. Scharping, die na de voortdurende interne gevechten tussen Willy Brandts kleinkinderen in de SPD-top, nu toch een soort redder in de nood is, ziet dat zelf ook zo. Hij gaat, zegt hij, proberen de partijgenoten die niet op hem hebben gestemd er alsnog van te overtuigen dat hij toch de beste man is om de partij te leiden en - volgend jaar - kanselier Helmut Kohl te verjagen.

Krijgt Scharping het gezag om zijn partij, en vooral zijn eigen generatie, wat onbruikbaar geraakte bagage uit de afgelopen twintig jaar te laten afleggen? Zijn stellige verzekering dat de SPD tegen deelneming aan de VN-vresdesacties in Somalië blijft, komt maar twee dagen na het andersluidende oordeel van het Constitutionele Hof te Karlsruhe. Dat werkt niet bemoedigend. Op een CDU-bijeenkomst in Bonn heeft Kohl daarvoor deze dag al een strenge kwalificatie: “SPD-provincialisme”.

Er is nog wel wat te doen in de SPD, die in de Bondsdag een verdeelde fractie en een wankelende fractieleider (Hans-Ulrich Klose) kent. Tussen de ambiteuze Macher Gerhard Schröder (de premier van Nedersaksen) en Rote Heidi Wieczorek was Scharping de winnende “middenkeus” in het unieke partijplebisciet. Dat geeft hem voorshands een sterke positie. Maar dat hij al helemaal klaar zou zijn met die andere concurrent, Saarlands premier Oskar Lafontaine, staat ook voor Scharping zelf kennelijk nog niet vast. Aan wie anders dan levensgenieter Oskar kan hij hebben gedacht toen hij zei dat er voor sociaal-democraten “belangrijker dingen zijn dan de kennis van menukaarten of de beste vakantiebestemmingen”?

De echte ster van het congres, het eerste na de dood van erevoorzitter Willy Brandt, was oud-kanselier Helmut Schmidt. Hij sprak voor het eerst sinds 1983, voor het eerst dus eigenlijk sinds de partij van Willy's kleinkindren hem als kanselier in de steek gelaten had. Daar zat een symbolische lading in: een nieuwe oude dagsluiter voor een partij die in zekere zin opnieuw begint.

Het congres en de partij werd een reeks harde “waarheden” voorgehouden, die trouwens te lezen zijn in Schmidts recente bestseller Handeln für Deutschland. Ook kregen zij de opdracht tot meer eendracht, die nodig is om een alternatief te bieden voor de “lariefariepolitiek” van Kohl. Maar: “Het wordt moeilijk, want ook de SPD is getroffen door de algemene politieke vertrouwenscrisis”.

Genossen und Genossinnen krijgt Schmidt niet over de lippen, hij sprak zijn liebe dan wel verehrte Freunde toe. Scharping kreeg lof met doordenkwaarde, namelijk “voor de inhoud van zijn rede”. De scheidende interimvoorzitter Johannes Rau (premier Noordrijn-Westfalen) is wat Schmidt betreft geschikt om volgend jaar bondspresident te worden. Brandts naam viel één keer, die van Lafontaine géén keer. En of het congres even wilde nadenken over de (slechte) SPD-scores in de Bondsdagverkiezingen sinds de vroege jaren tachtig, sinds Schmidts vertrek dus. Op dat verzoek volgde merkwaardigerwijs het langste applaus van de dag.