"De lage opkomst van 1990 maakt politici zenuwachtig'; W. Derksen over vallende wethouders

Aftredende wethouders zijn een normaal verschijnsel geworden in de Nederlandse politiek. De meest recente is wethouder L. van Velsen van Haarlemmermeer: afgelopen week maakte zij haar aftreden bekend. Het afgelopen anderhalf jaar stapten 41 wethouders op. “Ze maken niet meer fouten, maar de sfeer in de gemeentepolitiek is zo gespannen dat er snel koppen rollen”, meent bestuurskundige W. Derksen.

LEIDEN, 26 JUNI. Steekpenningen, miljoenentekorten, het afschieten van een reiger, misbruik van fietspadgelden. Steeds meer wethouders stappen op. Wat is er toch aan de hand met wethoudend Nederland?

De oorzaak van het veelvuldig aftreden moet worden gezocht in de gemeenteraadsverkiezingen in 1990, meent prof.dr. W. Derksen, hoogleraar bestuurskunde in Leiden. “De lage opkomst bij die verkiezingen heeft geleid tot zenuwachtigheid in de lokale politiek. "We deden het zo leuk, maar nu is er iets mis', is de gedachte die de sfeer bepaalt. Die nervositeit leidt tot meer alertheid. Steeds vaker vragen wethouders zich af: kunnen we het de burger wel maken dat we blijven zitten? De Zoetermeerse wethouder, bijvoorbeeld, die aftrad wegens het miljoenentekort van de Floriade - vier jaar geleden was dat niet gebeurd.”

Als tweede reden voor het groeiend aantal wethouders dat opstapt, noemt Derksen de politieke verschuiving bij diezelfde verkiezingen van 1990. “Er is een golf van nieuwe wethouders aangetreden, met name van D66, met veel te weinig bestuurlijke ervaring. Zij maakten fouten in het politieke spel, wat nogal eens leidde tot hun vertrek.”

Als derde factor noemt de bestuurskundige de te verwachten verschuiving die de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar teweeg zullen brengen. “Volgens de prognoses wordt de PvdA gehalveerd. Dat leidt tot extra zenuwachtigheid in de lokale politiek, waardoor er snel koppen rollen.” Eenenveertig vertrekkende wethouders in anderhalf jaar op een totaal van bijna achttienhonderd - het moet volgens Derksen ook niet overdreven worden. Volgens hem leidt de kwaliteit van het gemeentebestuur er niet onder.

De nervositeit onder lokale politici komt volgens Derksen voort uit de groeiende kloof tussen burger en gemeentepolitiek. “De bekende partijen hebben een gat laten vallen. In nogal wat plaatsen ontstaan nu stadspartijen die zeggen: "Wij zijn er voor de burgers.' Maar dat werkt ook niet goed, omdat die partijen vaak te weinig visie hebben.”

Gemeentepolitici moeten weer herkenbaar worden, vindt Derksen. “Het zijn grijze muizen, net als de politici in de Tweede Kamer. Ze hebben te weinig maatschappelijke binding.” Als remedie noemt hij het afschaffen van de vergoeding van raadsleden. “Die zijn veel te hoog geworden. Vroeger ging je in de gemeentepolitiek omdat je het als een plicht voelde. Tegenwoordig wordt het gezien als opstap naar de grote politiek. De echte vertegenwoordigers in de gemeentepolitiek, herkenbaar voor de burgers, die zijn we kwijt.”

Ook het aantal vergaderingen moet volgens de bestuurkundige drastisch worden teruggebracht. “Er wordt onwaarschijnlijk veel vergaderd door deze beroepspolitici. Een "overflow' aan plannen wordt zo geproduceerd, maar naar de samenleving wordt niet meer geluisterd.” Breng het aantal raadsvergaderingen terug tot een per maand, stelt Derksen voor. “Raadsvergaderingen moeten eens per maand een roep uit de samenleving zijn.”

Regelmatig houdt Derksen lezingen voor een publiek van lokale bestuurders, waarin hij zich kritisch uitlaat over hun functioneren. “Iedere keer weer denk ik: "Nu word ik gelyncht.' Maar het rare is dat ik juist veel instemming krijg. Dat typeert de sfeer. Er is iets goed mis in de gemeentepolitiek en dan sneuvelt er gauw iemand.”

Wethouders maken niet meer fouten, zegt Derksen. “Maar vroeger werd er meer afgedekt. Er hing een sfeer van collegiaal bestuur, die je bijvoorbeeld nog zag toen bleek dat de Amsterdamse Stopera 120 miljoen duurder was dan afgesproken. Van Thijn zei: het college als geheel is verantwoordelijk, ook ik. Steeds meer zie je nu dat zelfs in de kleinste gemeenten ieder afgebakende taken heeft. Verantwoordelijkheid is duidelijker zichtbaar. Je ziet het ook in Den Haag, waar in maart wethouder Van den Berg, opstapte omdat Rudie Fuchs vier miljoen had zoekgemaakt. Toen Den Haag twee jaar geleden 250 miljoen tekort kwam, is niemand opgestapt.”

Op zich vindt Derksen het goed dat lokale politici steeds meer hun persoonlijke verantwoordelijkheid voelen. “Er is nergens een ontslag van een wethouder geweest waarvan ik dacht: "Dit gaat te ver'. Een wethouder van milieu die een reiger neerschiet, behoort op te stappen want hij mag het vertrouwen van de kiezer niet beschamen.”