"De grootste gek aan de toog kan mij best een goed advies geven'; "Er is te veel gebeurd om aan te nemen dat het onder een andere trainer anders wordt'; "We need a dictator, zei de man van Olympiakos Piraeus door de telefoon tegen mij'

Hij heeft zijn nieuwe club al succes beloofd, maar PSV-trainer AAD DE MOS weet nog niet eens hoe zijn spelersgroep er precies zal uitzien. Blijft Romario? Blijft Vanenburg? Over negen dagen begint de training alweer.

De Mos sprak eens met zijn collega Ottavio Bianchi over diens werken met Diego Maradona. “Als Diego fit was en zin had speelde Napoli met twee spitsen”, vertelde de Italiaan. “Was Diego niet fit en had hij geen zin dan met één.” Desondanks stelde hij Maradona altijd op, omdat zijn aanwezigheid alleen al de tegenpartij imponeerde.

Het gesprek met De Mos komt natuurlijk via Romario op Maradona. “Maar”, zegt de PSV-trainer, “je kan hun situatie niet vergelijken. Maradona leefde in Italië in een andere cultuur. Wij accepteren in Nederland niet dat iemand een voorkeursbehandeling krijgt. Wij zijn daar te koel en zakelijk voor.”

Toch heeft De Mos de hoop nog niet opgegeven dat het goed komt tussen Romario en zijn medespelers bij PSV. Hij zegt “mogelijkheden” te zien. “Maar ik ben er niet zeker van. Er is te veel gebeurd om zo maar aan te nemen dat het onder een andere trainer ineens anders wordt.” De Mos kan zich niet voorstellen dat de spelers na de desastreuze afgelopen competitie straks de draad gewoon weer oppakken en dat de sfeer slecht blijft. “Anders zijn die mensen ziek. Dan moeten ze allemaal weg.”

Puur qua voetbal wil De Mos niets liever dan Romario in zijn elftal hebben. “Het is een fantastische speler. Zelf de meest verstokte Ajacied moet toegeven dat het een heerlijkheid is om hem te zien voetballen. Zo iemand hebben ze niet in Amsterdam rondlopen.”

De Mos lijkt er de man niet naar om Romario privileges te geven. Hij wil zich daar echter niet op vastpinnen. “Ik zal straks alles intutief beoordelen.” Hij zegt altijd van “een teamreglement” uit te gaan. “En dat betekent dat als we met de bus gaan het samen uit, samen thuis is.” Ook De Mos heeft het afgelopen seizoen de kranten blijkbaar goed gelezen. Verleden week pikte hij in een brasserie in Breda de laatste editie van het maandblad Sport International van de grond. Daarin stond een interview met Romario die beweerde dat hij “een harde hand” nodig heeft. De Mos: “Dat is positief.” Hij neemt vervolgens Romario onbewust al een beetje in bescherming. “Brazilianen zijn niet gewend om op tijd te komen. Die leven heel anders. Ze gaan gerust om elf uur nog eten. Wij gaan dan naar bed. Wij eten om zes uur, ook al hebben we geen honger.”

De Mos was 34 jaar toen hij als nieuweling in het profvoetbal bij Ajax Johan Cruijff onder zijn hoede kreeg. De PSV-trainer is 29 dagen ouder dan zijn collega van Barcelona. “We hebben nooit problemen gehad.” Cruijff dwong volgens De Mos niet alleen binnen, maar ook buiten het veld respect af bij zijn teamgenoten. “Als we op reis een tussenlanding maakten zorgde Johan ervoor dat er wat de eten was. Hij liet de spelers koffers sjouwen naar het vliegtuig om materiaalman Sjakie Wolff te ontlasten. Niemand kon zich daaraan onttrekken. Dat was teambuilding in de praktijk.”

De Mos verwacht overigens dat Cruijff met Barcelona een verwoede poging zal doen Romario aan te trekken. “Hij schopt er daar zo dertig, veertig per seizoen in. Heb je gezien hoeveel kansen ze bij Barcelona missen?”

De nieuwe trainer heeft voor zichzelf al een mogelijke opstelling van PSV gemaakt, één mét en één zonder Romario en Vanenburg. Over laatstgenoemde heeft hij een duidelijk oordeel. Die kan beter vertrekken. Dat is beter voor én PSV én voor Vanenburg zelf, aldus De Mos. Hij heeft een Nederlandse speler als vervanger voor Vanenburg op het oog en een buitenlander voor Romario. Namen noemt hij niet, uiteraard. “Ja, ze zijn los te weken. Ik neem toch aan dat Romario en Vanenburg samen zo'n twaalf à veertien miljoen opleveren. Dan houden we nog dik geld over.”

Ondanks de onzekerheid over wie er op 5 juli bij de eerste training op het veld zullen staan heeft De Mos wel al grote beloften gedaan. “Ik ben een waarborg voor succes”, zei hij dinsdag bij zijn presentatie. Spijt heeft hij niet van die uitspraak. “Want ze verwachten toch dat ik prijzen ga halen. Dan kan je het beter hardop zeggen.” Hij heeft bij al de clubs waar hij heeft gewerkt succes gehad. “Waarom zou het bij PSV dan niet lukken? Het is PSV dat een ander kampioen heeft laten worden. Of zie ik het verkeerd?”

Hoe gaat hij het straks aanpakken? “Daar zal ik wel zien, hè”, zegt hij quasi-laconiek. Later komt hij er meer uitleg: “Spelers houden van een goede taakomschrijving. Je moet ze zelfvertrouwen geven. Dat kan ik. Hoe? Door te zeggen dat ik een waarborg voor succes ben. Dan kunnen ze zich straks achter mijn rug verschuilen. Ik vang de klappen wel op.”

Adriaan Johan de Mos staat te popelen. “Van mij mag het morgen beginnen.” Het is bijna afgelopen met het luie leventje in zijn riante huis in een villawijk in Schiplaken, gelegen tussen Mechelen en Brussel. Hij weet nog niet of hij zich gedurende zijn periode bij PSV in de buurt van Eindhoven gaat vestigen. “Ik heb altijd de drang om dicht bij de club te gaan wonen waar ik werk”, stelt hij. “Ik rijd er van hier drie kwartier over naar PSV. Je ziet onderweg bijna geen auto's. Het is echt de rustigste weg van België.”

Wat hij ook beslist en waar hij ook naartoe gaat hij zal altijd naar het rustieke Vlaamse dorp terugkeren. Hij wil er nooit meer weg. Aan de overkant van zijn huidige woning heeft De Mos een groot stuk grond gekocht. Daar moet straks een huis op worden gebouwd. Aan een terugkeer naar Den Haag wordt niet meer gedacht. Slechts heel af en toe mist hij de sfeer van zijn oude stad nog. “Dan vind ik het hier te zijg. Dan moet er weer een beetje oorlog komen.”

Een jaar geen club is lang voor een voetballiefhebber als De Mos. Hij bekeek wel in de hele wereld wedstrijden. “Maar ik was het afgelopen jaar eigenlijk meer de chauffeur van mijn kinderen, James. Voor die meiden zal er nu een gat vallen.” Hij was gedurende een jaar een zeer sociale buurtbewoner, hielp onder andere één van de buren met het aanleggen van een zwembad. Hij kwam zijn dagen wel door, zegt De Mos. “Alleen in de winter wordt het vroeg donker. Dan heb je niet veel.”

Het gevoel van heimwee naar de dug-out en het trainingsveld werd niet zo sterk dat hij zo maar op een aanbod inging. Hij bleef rustig wachten op een club die “op mijn lijf was geschreven”. En die De Mos financieel net zo veel of liever meer wilde bieden als Anderlecht dat hem tot medio 1994 moest doorbetalen. Dat werd dus PSV de concurrent van Ajax, zijn oude liefde. Hij bekent altijd een warme plek voor de Amsterdamse club in zijn hart te zullen hebben. “Ajax”, zegt De Mos, “Ajax is magisch.” Op 5 september staat Ajax-PSV op het programma. “Leuk toch?” In tegenstelling tot Ajax is PSV geen populaire club in Nederland. “Dat is echt het laatste dat me bezig houdt. Ik kan het toch niet veranderen.”

Hij had eigenlijk op Verona gerekend. Dat ketste op het laatste moment af. Ze hadden al naar zijn geliefde speelwijze en zijn mening over het elftal gevraagd. De Mos wil een keer in Italië werken. Zelfs in de tweede divisie, waar Verona in speelt. “Bijna alle buitenlandse trainers zijn op dat niveau begonnen, ook Boskov. De manager van Verona voorspelde me een big future in Italië als ik in de A2 succes zou hebben.” De Mos weet dat hij bij een Italiaanse club waarschijnlijk minder de touwtjes in handen kan hebben dan hij gewend is in Nederland en België. Toch zou hij eraan beginnen. “Het is de uitdaging, het avontuur.” Een avontuur is het zeker. “Je wordt daar vanaf maandag naar de wedstrijd van zondag gedragen. Door de supporters, door die roze krant (Gazzetta dello Sport, red.).” Op taktisch gebied is De Mos niet erg onder de indruk van het Italiaanse voetbal. “Het is 5-4-1-systeem tegen 5-4-1, allemaal koppeltjes op het veld. Daar prik je zo doorheen.”

Maar De Mos vertrekt nog niet naar Italië. Eerst keert hij na acht jaar terug in het Nederlandse voetbal. Met een competitie die minder hectisch is en van minder niveau dan in Italië. “Ik zie geen verschil meer als ik op het veld sta, Mechelen, Italië. Als die twee doelen er maar opstaan. Dat is belangrijk. Dat is mijn leven. En PSV is vanaf nu mijn levenswerk.”

Aanbiedingen waren er de afgelopen maanden genoeg. Zo'n vijftien à zestien, schat hij. “Hoe serieus? Ik heb met zeven voorzitters gesproken. Dat kan je vrij serieus noemen.” Het Griekse Olympiakos Piraeus belde als laatste. “We need a dictator”, zei de man aan de telefoon.

Sevilla was de eerste club die bij De Mos aanklopte. Dat was al heel snel na zijn ontslag bij Anderlecht. “Ik had toen in niets trek.” Hij was zwaar teleurgesteld. “Ik had het ontslag niet zien aankomen. Destijds bij Ajax wel. Nu stond iedereen perplex. Anderlecht had in februari mijn contract nog met twee jaar verlengd. Een week voor mijn ontslag heb ik nog om de tafel gezeten met Van Vossen.” Hij heeft het over “spelletjes die worden gespeeld”. Zijn invloed werd in de ogen van bepaalde mensen te groot, aldus De Mos. Vooral manager Michel Verschueren. “Overigens wel een vakman.”

In Eindhoven krijgt hij met Kees Ploegsma te maken. Toevallig een vriend van Verschueren. “Ik denk dat ik het goed met Ploegsma kan vinden. Het is een eerlijke en hardwerkende vent. Ik vind dat er nu bij hem en Ruts (voorzitter, red) unfair op de man wordt gespeeld. Alles wordt over die twee uitgestrooid, maar dan wordt het verleden helemaal vergeten. PSV heeft de Europa Cup gewonnen, zes, zeven kampioenschappen behaald. Allemaal onder Ruts en Ploegsma.” En de taakverdeling met Ploegsma? “Alle bevoegdheden op het technische vlak liggen bij mij. In theorie dan. Want ik wil best naar anderen luisteren. Ik luister naar iedereen. De grootste gek aan de toog kan mij best een goed advies geven. Waarom niet?”

De Mos noemt de voetbalwereld “een jungle met zijn eigen wetten en normen”. Hij houdt zich op eigen manier staande. “Er leiden verschillende wegen naar Rome.” Sommigen vinden hem af en toe ordinair, te rauw. “Ik ben wie ik ben. Als ik me ga inhouden krijg ik een hartinfarct.” De typering van zichzelf als trainer: “Hard werken, eerlijkheid, prof-zijn.” Meedogenloos? “Gewoon eerlijk.” Zijn werkwijze slaat in ieder geval aan. “Sommige trainers winnen nooit wat. Betere trainers dan Cruijff en ik.”

Hij houdt er altijd rekening mee dat hij kan worden ontslagen. Hij maakte het al eerder mee. Een trainer is een passant, meer niet. “Iedereen krijgt een keer tikken, ook Cruijff, Beenhakker en De Mos.” Het hoort nu eenmaal bij het voetbal, weet hij. Of je raakt uitgekeken op elkaar. Of de resultaten zijn niet goed genoeg. Hij ging bij niet één club op een normale manier weg. Toch is hij positief over de voorzitters die hij heeft meegemaakt, Harmsen, Cordier en Vanden Stock. De Grijze Eminentie van Anderlecht steekt boven de anderen uit, aldus De Mos. “Constant Vanden Stock is een unieke persoonlijkheid. Mét veel verstand van voetbal. Het is voor mij echt een grote eer dat ik met hem heb mogen werken.”

Hij belde Vanden Stock afgelopen dinsdag als eerste op nadat hij bij PSV had getekend. De Mos: “Dat vond hij geweldig. Hij zei dat hij onze wekelijkse gesprekken op vrijdag wel een beetje miste. Ik ben de enige trainer geweest die hij op kantoor heeft geroepen om te vertellen dat hij was ontslagen. Hij stond er ook niet zo achter. U krijgt het moeilijk bij PSV, zei hij tegen mij. Maar u gaat lukken.”