Bij langzame, gevoelige slag is het nieuwe attribuut een flexibeler slagwapen; Het tennisracket na "de houten eeuw'

Je ziet het er nauwelijks aan af. Het blijft een met snaren bespannen blad dat aan een steel is bevestigd. Het tennisracket. Ze worden al gemaakt sinds de helft van de vorige eeuw, maar de afgelopen vijftien jaar is er meer aan veranderd dan de voorgaande honderd jaar.

Natuurlijk zal de fabrikant het proberen te verkopen als een revolutie op Queens. Alsof zoiets mogelijk is. Een omwenteling presenteren op die sjieke Londense club waar traditie, folklore en vormelijkheid het cocon vormen waarin de geest van het edele tennisspel gevangen moet blijven. En dat met een produkt waarvan de elementaire bestanddelen inmiddels een jaar of tien verankerd liggen in de reglementen van de Internationale Tennis Federatie. Om te voorkomen dat het spel een heel ander karakter zou krijgen.

Maandagmorgen presenteert producent Prince op de banen van Queens een nieuw, verbeterd racket. Van zelfdenkend materiaal en vooral met een grotere sweetspot, dat deel van de bespanning waarmee de bal gespeeld wordt. Voor de topspelers die momenteel op Wimbledon actief zijn waarschijnlijk een overbodige uitvinding omdat zij zoveel controle hebben dat ze bal toch wel steeds behoorlijk raken, maar de 95 procent onder die toplaag kan er grote voordelen van hebben, zegt Hans de Vries marketing coördinator van Prince Atlantic. Om er meteen aan toe te voegen dat er bij elke ontwikkeling van het racket een commercieel belang is. “Het is als met de auto. De consument verwacht dat er aan elk nieuw type iets verbeterd is.”

De Extender van Prince, die begin volgende week de wereldpremière beleeft en in augustus op een beurs in München officieel zal worden gepresenteerd aan de vakhandel, dankt de grotere sweetspot (61 procent groter dan de standaard oversized rackets) aan de verbinding van de hals van het racket met het handvat en de wijze waarop de snaren in het frame zijn vastgezet: niet op één lijn, maar verspringend. Het frame is gemaakt van Vortex, een visco-elastisch polymeer dat is ontwikkeld voor de Stealth-bommenwerper, en heeft volgens de fabrikant als eigenschap dat het zelfdenkend is. Dynamische stijfheid, noemt De Vries het. “Als je een snelle slagbeweging maakt, zoals bij de service en de groundstroke, neemt het de eigenschappen aan van een stijf, onbuigzaam racket. Maar voor een langzame, gevoelige slag transformeert het tot een flexibeler slagwapen. En vanzelfsprekend is het zo geconstrueerd dat de trilling in het handvat minimaal is. Ook dat is een vast aandachtspunt bij nieuwe rackets.

Comfort en gewicht zijn de facetten waarop de fabrikanten momenteel het grootste accent leggen. Niet zo verbazingwekkend want de periode van sensationele veranderingen lijkt even voorbij en de markt voor massaverkoop zo interessant dat op de minder geoefende speler gerichte produkten grote winstmakers kunnen zijn. In 1991 werden er wereldwijd vijftien miljoen rackets verkocht, in geld uitgedrukt naar schatting voor vijf miljard gulden. Geen wonder dat fabrikanten bijna meer geld uitgeven aan promotie dan aan ontwikkeling. Eén van de belangrijkste promotionele activiteiten is nog altijd de topspeler met je materiaal laten spelen. Want voor de tennisliefhebbers geldt dat het beste nog niet goed genoeg is en toppers eisen nu eenmaal het beste.

De technologie is het gezicht van het hedendaagse tennis gaan bepalen. Alleen romantici praten nu nog met weemoed over de houten Dunlop Maxply, die de "Volkswagen van de tennisrackets' werd genoemd. Tussen 1931 en 1980 was dat het bestverkopende slagwapen, hoewel met name in de laatste jaren innoverende merken deze Volkswagen links en rechts inhaalden. In 1967 al had Wilson de T 2000 gentroduceerd. Het was gemaakt van licht metaal en tevens het eerste racket dat echt in massa geproduceerd werd.

De ontwikkelaars waren er inmiddels wel achter dat de stijfheid van het materiaal meer snelheid aan de bal gaf. Het oude houten racket boog te veel door op het moment dat de bal van de snaren stuitte. Er is zelfs een uitvinder geweest die opmerkte dat een materiaal met - op het gewicht na - dezelfde eigenschappen als beton het beste in aanmerking zou komen. Het werden vanzelfsprekend de modernste kunststoffen, als boron, graphite en kevlar of een cocktail daarvan. Licht in gewicht waardoor een snellere armbeweging mogelijk werd en sterk gestroomlijnd, genspireerd door de vleugels van een vliegtuig om scherp door de lucht te kunnen snijden. In vergelijking met de houten eeuw van de tennissport werden de ballen door die ontwikkelingen 25 tot 30 procent harder geslagen.

Tot twaalf jaar geleden waren er gek genoeg geen strikte regels aan het racket. De ITF schrok in 1978 wakker en nam een bepaling op in het reglement dat de wijze van bespanning aan banden legde. Het frame mocht van elk willekeurig materiaal zijn en vorm noch maat waren aan bepaalde voorwaarden gebonden. Het was een antwoord op de zogenoemde "spaghetti-bespanning'', waarbij telkens een snaar om de andere was gewikkeld en de bal zo veel spin (draaiing) kreeg dat hij als een gummi-kogel van de baan opstuitte. Ilie Nastase, de Roemeense balartiest, bediende zich ervan en zijn voorbeeld dreigde navolging te vinden. Maar als een bal onmogelijk kan worden geretourneerd wordt het tennisspel in zijn diepste wezen vernietigd en juist om het handhaven van die geest was het de ITF te doen.

Inmiddels waren er al andere vindingen gedaan. Howard Head, wiens naam vooral bekend is van de ski's, ontwierp in 1976 een oversized racket, waarbij hij voor de stevigheid van het frame een combinatie van aluminium en fiberglas gebruikte. Door de grotere toename van het bladoppervlak kreeg de speler meer controle over de bal. Prince was de eerste die met dat grotere blad op de markt kwam. Wilson volgde later met de widebody, het resultaat van jarenlang onderzoek van Siegfried Kübler die een eerste versie onder zijn eigen naam uitbracht, maar het pas echt "naam' zag maken toen Wilson het als Profile presenteerde. Het frame was op het middelste punt van het blad 32 millimeter dik, ruim twee keer zo veel als een conventioneel racket. Dat bleek echter weer als nadeel te hebben dat het moeilijk te hanteren is voor spelers die veel spin willen geven. Inmiddels zijn de meeste spelers teruggekeerd naar een midsized racket.

Op een enkele uitzondering na. Zoals Ivan Lendl die de Japanse fabrikant Mizuno een duplikaat liet maken van zijn oude, vertrouwde Adidas-slaginstrument. En de kleine Michael Chang die een in het moderne materiaal graphite uitgevoerd oversized racket gebruikt. En tenslotte zijn er nog de zonderlingen. Zoals Guy Forget die een door Lacoste gelanceerd racket hanteert dat de vorm heeft van het cijfer acht. Iets minder idioot dan de vinding waarmee de Belgische fabrikant Snauwaert enkele jaren geleden voor het voetlicht verscheen: de ergonoom. Het blad stond enigszins hol en het racket had dan ook snel de bijnaam "kolenschop'. Maar omdat er tegenwoordig geen kolen meer gestookt worden is het zelfs daar niet voor te gebruiken.